id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 22 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20071122.9 Rolnummer: F.06.0053.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2007-12-27 Raadplegingen: 307 - laatst gezien 2026-07-03 05:58 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071122.9 Fiche 1 Inzake inkomstenbelastingen kan het uitvoerbaar verklaarde kohier in de regel slechts ten uitvoer worden gelegd tegen de bij name in dat kohier vermelde belastingschuldige of belastingschuldigen; de tenuitvoerlegging van het kohier tegen andere personen is slechts mogelijk wanneer zulks voortvloeit uit het systeem van de wet
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Invordering belasting - Algemeen Vrije woorden: Uitvoerbaar verklaard kohier - Tenuitvoerlegging Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-08-1993 - Art. 133 Fiche 2 Inzake inkomstenbelastingen kan het kohier dat enkel ten name van een vennootschap onder firma is gevestigd, ten uitvoer worden gelegd tegen de hoofdelijk aansprakelijke vennoten onder firma
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Invordering belasting - Algemeen Vrije woorden: Inkohiering op naam van een vennootschap onder firma Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-08-1993 - Art. 133 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. THIJS, Cass., 22 nov. 2007, AR F.06.0053.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Invordering belasting - Algemeen Vrije woorden: Uitvoerbaar verklaard kohier - Tenuitvoerlegging Inkohiering op naam van een vennootschap onder firma Annotaties Publicaties: T.F.R. - H.VANDENBERGH; Cass.22 november 2007 : invordering van ingekohierde belastingen ten name van hoffdelijk aansprakelijke vennoten van een VOF. - 2008, 356-361 Fiscoloog - X; Noot - 2008, 11-12 TRV - D.DESCHRIJVER; Zijn de vennoten van de vennootschap onder firma aansprakelijk voor de fiscale schulden van de vennootschap? - 2009, 64-67 Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ F.06.0053.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS:
- De betwisting in deze zaak betreft de vraag of een kohier dat gevestigd is op naam van een VOF tegen de vennoten onder firma kan vervolgd worden. De ontvanger der belastingen legde een vereenvoudigd beslag onder derden in handen van een schuldenaar van een vennoot onder firma (verweerster), met het oog op de invordering van een belastingschuld van de vennootschap onder firma waarvan de beslagene vennoot is. In de desbetreffende notificatie werd uitdrukkelijk vermeld dat de beslaglegging gesteund werd op artikel 204 W. Venn., hetwelk voorziet dat de vennoten onder firma hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle verbintenissen van de vennootschap. Verweerster verzette zich daartegen omdat het kohier haar naam niet vermeldt. Zij kreeg in eerste aanleg en in hoger beroep gelijk. De Belgische Staat heeft een voorziening in cassatie ingesteld.
- Inzake de invordering van inkomstenbelastingen beschikt eiser over de mogelijkheid zichzelf een uitvoerbare titel te verschaffen zonder voorafgaand een beroep te moeten doen op de rechter. Inzake de inkomstenbelastingen wordt de uitvoerbare titel verleend door de uitvoerbaarverklaring van het kohier door de daartoe bevoegde ambtenaar. Het kohier dat uitvoerbaar is verklaard, kan als zodanig ten uitvoer worden gelegd lastens de met name in het kohier vermelde belastingschuldige, zonder enige rechterlijke machtiging of beslissing. Daarnaast is het kohier ook uitvoerbaar tegen derden wanneer een wetsbepaling uitdrukkelijk in die mogelijkheid voorziet (E. DIRIX, Overzicht van rechtspraak; Beslag en collectieve schuldenregeling 1997-2001, T.P.R., 2002, nr. 33 en 132; G. DE LEVAL, Traité des saisies, 1988, p. 481). Voorbeelden daarvan zijn: - art. 295 W.I.B.
(1964), thans art. 394 W.I.B.
(1992), dat tenuitvoerlegging toestaat ten laste van de niet in het kohier vermelde echtgenoot: "de belasting of het gedeelte van de belasting in verband met de inkomsten van een van de echtgenoten en de op zijn naam ingekohierde voorheffing mogen, ongeacht het aangenomen huwelijksvermogensstelsel... op al de eigen en de gemeenschappelijke goederen van beide echtgenoten worden verhaald." - art. 396 W.I.B.
(1992): "In geval van overlegging van het in artikel 395 bedoelde bewijsstuk mag de invordering van de onroerende voorheffing, ingekohierd op naam van de vroegere eigenaar van een onroerend goed dat van titularis is veranderd, krachtens hetzelfde kohier worden voortgezet ten laste van de werkelijke schuldenaar van de belasting." - art. 399 W.I.B.
(1992): "De invordering van de belasting gevestigd ten name van de vennoten of leden van vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid kan rechtstreeks ten laste van de burgerlijke vennootschap of vereniging worden vervolgd (...)".
- Daarnaast kan de vraag worden gesteld of een kohier op naam van een rechtspersoon ook kan vervolgd worden tegen derden die hoofdelijk gehouden zijn tot betaling van de schulden van rechtspersoon. In casu lag een uitvoerbaar verklaard kohier voor gevestigd op naam van een V.O.F.. Betwist werd dat dit kohier ook de basis kon vormen voor tenuitvoerlegging lastens een vennoot onder firma, wiens naam niet in het kohier was opgenomen. Volgens eiser is zulks wel mogelijk en steunt deze verhaalsmogelijkheid op artikel 204 Venn. W., dat voorziet dat de vennoten onder firma hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle verbintenissen van de vennootschap, alsmede op de artikelen 1203 t.e.m. 1212 van het Burgerlijk Wetboek, die de draagwijdte bepalen van de hoofdelijkheid in de verhouding tussen de schuldeiser van een hoofdelijke verbintenis en de medeschuldenaren. Ook de bijzondere aard van de vennootschap onder firma heeft voor gevolg dat een kohier gevestigd op naam van de vennootschap uitvoerbaar is jegens de vennoten. De persoonlijkheid van de V.O.F. en haar vennoten is immers dermate vermengd, dat bijv. het faillissement van de vennootschap ook het faillissement van de vennoten impliceert (Cass. 17 juni 1976, R.W., 1976-77, 2141; Cass. 15 dec. 1938, Pas., 1938, I, 383). Zoals gezegd werd het standpunt van eiser echter niet gevolgd door de beslagrechter, noch door de appelrechter in hoger beroep. Volgens de appelrechter kan enkel worden overgegaan tot gedwongen uitvoering lastens een vennoot onder firma wanneer een uitvoerbare titel lastens deze vennoot in persoon voorhanden is. Een kohier enkel gevestigd op naam van de V.O.F. kan volgens de appelrechter bijgevolg geen titel, noch grondslag vormen voor tenuitvoerlegging lastens de hoofdelijk aansprakelijke vennoot. Het arrest oordeelt dat "de in artikel 204 Venn. W. opgenomen hoofdelijke aansprakelijkheid de schuldeiser niet van de vereiste een afzonderlijke titel te bekomen ten aanzien van de voorgehouden hoofdelijk gehouden vennoten."
- Het vereenvoudigd fiscaal derdenbeslag, dat ten deze het voorwerp uitmaakt van betwisting, wordt geregeld door o.m. artikel 164 van het K.B./W.I.B.
(1992). Krachtens deze bepaling kan de ontvanger der belastingen, bij een ter post aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de aan een belastingschuldige verschuldigde of toebehorende sommen en zaken, tot beloop van het bedrag, geheel of gedeeltelijk, dat door deze laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, voorheffingen, belastingverhogingen, nalatigheidsintresten, boeten en kosten van vervolging of tenuitvoerlegging. Fundamentele vraag is ten deze dan ook of de hoofdelijk aansprakelijke vennoot van een V.O.F. als een belastingschuldige kan worden beschouwd ten aanzien van de belastingen die ingekohierd worden op naam van de V.O.F.. Uit het gegeven dat de vennoten onder firma hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de vennootschapsschulden, waardoor zij ook persoonlijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de belastingschulden ingekohierd op naam van de V.O.F., volgt dat deze vennoten de hoedanigheid van belastingschuldige toekomt. Dit standpunt vindt steun in een arrest van Uw Hof van 16 september 2004, waarin Uw Hof omtrent het bezwaarrecht van een vennoot van een coöperatieve vennootschap, het volgende overwoog: "Overwegende dat artikel 366 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het van toepassing is op het geschil, bepaalt dat de belastingplichtige tegen de te zijnen name gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar kan indienen bij de bevoegde directeur van de belastingen; Dat de vennoot van een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid ingevolge artikel 141, §3, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden van de vennootschap; Dat de vennoot, aangezien hij persoonlijk gehouden is tot betaling van de aanslag die ten name van de coöperatieve vennootschap is gevestigd, in de zin van voornoemd artikel 366 de belasting verschuldigd is en bijgevolg het recht heeft om een bezwaarschrift in te dienen tegen de aanslag die ten name van die vennootschap is gevestigd". (Cass. 16 sept. 2004, A.R. nr. F.03.0063.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040916.7, www.cass.be; F.J.F., 2004, afl. 10, 1018; J.L.M.B., 2005, afl. 3, 125; T.F.R., 2005, afl. 285, 677) Uw Hof erkende bijgevolg het bezwaarrecht van de vennoot van een "coöperatieve vennootschap" gelet op het feit dat de vennoot persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk is voor de aanslag ingekohierd op naam van de vennootschap, niettegenstaande de naam van de vennoot niet voorkwam op het kohier. Uw Hof oordeelde aldus dat de hoofdelijk aansprakelijke vennoot van een coöperatieve vennootschap een belastingschuldige is in de zin van artikel 366 W.I.B.
(1992). Hoewel in geciteerd cassatiearrest louter sprake is van een "coöperatieve vennootschap", gaat eiser er in zijn voorziening terecht van uit dat de uitspraak van Uw Hof mutatis mutandis ook kan toegepast worden op alle handelsvennootschappen met rechtspersoonlijkheid waar vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle verbintenissen van de vennootschap, zoals dit onder meer het geval is voor een V.O.F.. Nu uit deze rechtspraak aldus volgt dat de hoofdelijk aansprakelijke vennoot van een V.O.F. wel degelijk als belastingschuldige te beschouwen is ten aanzien van de belastingen die ingekohierd worden op naam van de V.O.F., is ten deze voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van hoger vermeld artikel 164 van het KB./W.I.B.
(1992).
- Als men aanneemt dat een vennoot van een V.O.F. de belasting gevestigd op naam van de V.O.F. als belastingplichtige kan betwisten, is zulks een logisch gevolg van het gegeven dat het kohier gevestigd op naam van de vennootschap ook een titel van uitvoering vormt lastens die vennoot-belastingschuldige. Indien aanvaard wordt dat een vennoot als belastingschuldige bezwaar kan indienen tegen een aanslag gevestigd op naam van de vennootschap, dan dient eveneens rekening te worden gehouden met zijn hoedanigheid van belastingschuldige voor wat de invordering van die aanslag betreft.
- Ook gezaghebbende auteurs inzake beslagrecht als DE LEVAL en DIRIX zijn kennelijk de mening toegedaan dat het kohier op naam van een persoon uitvoerbaar is ten aanzien van de andere hoofdelijke schuldenaars (G. DE LEVAL, o.c., p. 480-481; E. DIRIX en K. BROECKX, "Beslag" in A.P.R., Story, 2001, p. 195, nr. 305). Zij geven immers als voorbeelden van gevallen waarin het kohier tegen derden kan worden uitgevoerd, naast de hoger besproken artikelen 394, 396 en 399 W.I.B.
(1992), ook de artikelen 402 en 458 van dat wetboek ( cfr. de vroegere artt. 299bis en 348 W.I.B.
(1964)). Artikel 402, §1, W.I.B.
(1992)bepaalt dat de opdrachtgever die voor werken in onroerende staat een beroep doet op een aannemer die niet geregistreerd is op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst, hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de belastingschulden van zijn medecontractant. Artikel 458 W.I.B.
(1992)bepaalt anderzijds dat personen die als daders of medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 449 tot 452 werden veroordeeld, hoofdelijk gehouden zijn tot betaling van de ontdoken belasting. Beide artikelen voorzien dus in de hoofdelijke aansprakelijkheid van derden voor de betaling van belastingschulden ingekohierd op naam van de belastingschuldige. In tegenstelling tot de hoger besproken artikelen 394, 396 en 399 van het W.I.B.
(1992), voorzien deze bepalingen evenwel niet uitdrukkelijk in de mogelijkheid om de belastingschulden op de goederen van de hoofdelijk aansprakelijke derde te verhalen. Het standpunt dat het kohier uitvoerbaar is tegen hoofdelijk aansprakelijke derden wordt bijgetreden door andere auteurs (E. ORLANDO, noot onder Rb. Brussel, 28 november 2001, R.G.C.F., p. 43; B. VANERMEN, "Principes inzake invordering van directe belastingen", in Fiscaal Executierecht, E. DIRIX en P. TAELMAN (eds), Intersentia, Antwerpen, 2003, 32, nr. 52). Ook een vonnis van de Beslagrechter te Dendermonde acht het kohier uitvoerbaar tegen een hoofdelijk gehouden vennoot (Beslagr. Dendermonde, 18 februari 2005, A.R. 04/37/A, onuitgegeven).
(1)Ook Uw Hof blijkt in een recent arrest van 14 juni 2007 dit standpunt te hebben gevolgd.
(2)7. Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden arrest eiser niet wettig heeft kunnen veroordelen tot opheffing van het vereenvoudigd fiscaal derdenbeslag dat hij lastens verweerster in handen van de ING Bank had gelegd, noch eiser wettig heeft kunnen veroordelen tot betaling van schadevergoeding wegens tergend en roekeloos beslag en wegens het onzorgvuldig instellen van hoger beroep. Het middel komt dan ook gegrond voor. Besluit: VERNIETIGING. ___________
(1)Het Franse Hof van Cassatie lijkt een andere mening te zijn toegedaan. In een arrest van 19 mei 1998 overwoog dat Hof het volgende: "Mais attendu que toute exécution forcée implique que le créancier soit muni d'un titre exécutoire à l'égard de la personne même qui doit exécuter, et que le titre délivré à l'encontre d'une société n'emporte pas le droit de saisir les biens des associés, fussent-ils tenus indéfiniment et solidairement des dettes sociales, à défaut de titre exécutoire pris contre eux".
(2)Cass. 14 juni 2007, A.R. nr. F.06.0044.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070614.3, www.cass.be, met concl. Adv.-gen. Henkes, waarin geoordeeld werd als volgt: "L'arrêt, qui considère qu'"aucune disposition du Code des impôts sur les revenus ne prévoit la possibilité de recouvrir l'impôt des sociétés sur la base d'un rôle exécutoire établi au nom de la société coopérative contribuable, à charge d'un tiers personne physique, en l'espèce un débiteur solidaire en vertu du droit des sociétés », ne justifie pas légalement sa décision". Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071122.9 citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040916.7 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070614.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210430.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div