id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080102.1 Rolnummer: P.07.1851.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2008-01-25 Raadplegingen: 185 - laatst gezien 2026-07-03 05:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De kamer van inbeschuldigingstelling is pas bevoegd een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling te beoordelen wanneer dit tot haar wordt gericht ná het indienen van de vordering tot regeling van rechtsgebied; het bij de kamer van inbeschuldigingstelling ingediende verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling is niet ontvankelijk wanneer op het tijdstip dat dit verzoekschrift wordt ingediend, het vonnis van onbevoegdheid van de correctionele rechtbank nog niet in kracht van gewijsde is gegaan
(1).
(1)Het openbaar ministerie heeft geconcludeerd dat het verzoekschrift tot invrijheidstelling in dergelijk geval wel ontvankelijk is (zie DE MEESTER T., 'De regeling der rechtspleging en de voorlopige hechtenis na verwijzing', in De voorlopige hechtenis, DEJEMEPPE B. en MERCKX D. (ed.), Kluwer, 2000, p. 372). Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Vonnis van onbevoegdheid - Regeling van rechtsgebied - Verzoekschrift tot invrijheidstelling - Verzoekschrift ingediend op een tijdstip dat het vonnis van onbevoegdheid nog niet in kracht van gewijsde is gegaan - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27 Fiche 2 De kamer van inbeschuldigingstelling is pas bevoegd een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling te beoordelen wanneer dit tot haar wordt gericht ná het indienen van de vordering tot regeling van rechtsgebied; het bij de kamer van inbeschuldigingstelling ingediende verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling is niet ontvankelijk wanneer op het tijdstip dat dit verzoekschrift wordt ingediend, het vonnis van onbevoegdheid van de correctionele rechtbank nog niet in kracht van gewijsde is gegaan
(1).
(1)Het openbaar ministerie heeft geconcludeerd dat het verzoekschrift tot invrijheidstelling in dergelijk geval wel ontvankelijk is (zie DE MEESTER T., "De regeling der rechtspleging en de voorlopige hechtenis na verwijzing", in De voorlopige hechtenis, DEJEMEPPE B. en MERCKX D. (ed.), Kluwer, 2000, p. 372). Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Vonnis van onbevoegdheid - Verzoekschrift tot invrijheidstelling - Verzoekschrift ingediend op een tijdstip dat het vonnis van onbevoegdheid nog niet in kracht van gewijsde is gegaan - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27 Fiches 3 - 4 De enkele omstandigheid dat tussen de dag van de uitspraak van het vonnis van onbevoegdheid en het in kracht van gewijsde treden van dat vonnis, noodzakelijk een bepaalde termijn voor het instellen van een rechtsmiddel verloopt, tijdens dewelke de beklaagde geen verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling kan indienen, schendt artikel 5.4 E.V.R.M. niet. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Voorlopige invrijheidstelling - Vonnis van onbevoegdheid - Verzoekschrift tot invrijheidstelling - Verzoekschrift ingediend op een tijdstip dat het vonnis van onbevoegdheid nog niet in kracht van gewijsde is gegaan - Verzoekschrift niet ontvankelijk - Schending van artikel 5.4, E.V.R.M. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS Vrije woorden: Vonnis van onbevoegdheid - Verzoekschrift tot invrijheidstelling - Verzoekschrift ingediend op een tijdstip dat het vonnis van onbevoegdheid nog niet in kracht van gewijsde is gegaan - Verzoekschrift niet ontvankelijk - Schending van artikel 5.4, E.V.R.M. Annotaties Publicaties: T.Straf. - De voorlopige hechtenis tussen onbevoegdheid en regeling van rechtsgebied: niet langer een juridisch niemandsland? - 2009, 13-16 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1851.N G. D., beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, eiser, met als raadsman mr. Jef Peeters, advocaat bij de balie te Turnhout. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 december 2007. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDE RECHTSPLEGING De eiser werd samen met een aantal medeverdachten wegens de telastleggingen als mededader gijzeling, poging tot gijzeling, afpersing, poging tot afpersing, zware diefstal, valsheid in geschriften en gebruik, criminele organisatie, oplichting, poging tot oplichting, heling, vereniging van misdadigers, bij beschikking van 13 november 2007 van de raadkamer van de Correctionele Rechtbank te Turnhout naar de correctionele rechtbank verwezen. Daarbij werd geen einde gesteld aan zijn voorlopige hechtenis. Bij vonnis van 5 december 2007 oordeelt de Correctionele Rechtbank te Turnhout niet bevoegd te zijn om van deze telastleggingen kennis te nemen daar, ten onrechte onder meer, een niet-correctionaliseerbare misdaad werd verwezen. Op 13 december 2007 dient de eiser overeenkomstig artikel 27, § 1, 3°, b), Wet Voorlopige hechtenis een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling in bij de kamer van inbeschuldigingstelling. De kamer van inbeschuldigingstelling verklaart zich onbevoegd om van dit verzoekschrift kennis te nemen: bij het indienen van het verzoekschrift had het vonnis van de correctionele rechtbank nog geen kracht van gewijsde en was de procedure tot regeling van rechtsgebied nog niet opgestart. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Onderzoek van de middelen Eerste middel Artikel 27, § 1, Wet Voorlopige hechtenis bepaalt : "Wanneer geen einde werd gemaakt aan de voorlopige hechtenis en ofwel het onderzoek afgesloten is, ofwel toepassing werd gemaakt van artikel 133 van het Wetboek van Strafvordering en van artikel 26, § 5, kan de voorlopige invrijheidstelling worden verleend op indiening van een verzoekschrift dat gericht wordt: 1° aan de correctionele rechtbank of aan de politierechtbank waar de zaak aanhangig is, vanaf de verwijzende beschikking tot het vonnis; 2° aan de correctionele rechtbank die zitting houdt in hoger beroep, of aan de kamer belast met correctionele zaken in hoger beroep, vanaf het instellen van het beroep tot de beslissing in hoger beroep; 3° aan de kamer van inbeschuldigingstelling : ... b) tijdens het geding tot regeling van rechtsgebied, wanneer de verdachte gevangen gehouden wordt ter uitvoering van een beschikking tot gevangenneming gegeven door de raadkamer; ..." Uit die bepalingen volgt : - dat de correctionele rechtbank niet bevoegd is om het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling te beoordelen dat tot haar is gericht ná haar vonnis waarbij zij haar onbevoegdheid vaststelt om over de strafvordering zelf te oordelen; - dat de kamer van inbeschuldigingstelling pas bevoegd is een dergelijk verzoek te beoordelen wanneer dit tot haar wordt gericht ná het indienen van de vordering tot regeling van rechtsgebied. Om tot regeling van rechtsgebied aanleiding te kunnen geven moeten de rechterlijke beslissingen die een bevoegdheidsconflict tot gevolg hebben kracht van gewijsde hebben of althans actueel voor geen rechtsmiddel vatbaar zijn. Dit is niet het geval zolang een rechtsmiddel kan worden aangevoerd tegen het vonnis van onbevoegdheid. De appelrechters oordelen wettig dat het bij hen ingediende verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling niet ontvankelijk is omdat, op het tijdstip dat dit verzoekschrift werd ingediend, het vonnis van onbevoegdheid van de correctionele rechtbank nog niet in kracht van gewijsde was gegaan. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Artikel 5.3 EVRM beoogt de invrijheidstelling van de verdachte vanaf het tijdstip waarop de handhaving van de hechtenis onredelijk wordt. Het redelijk karakter van de handhaving van de hechtenis moet niet in abstracto, maar in het licht van de gegevens van de zaak worden beoordeeld. Aan de verplichting van artikel 5.4 EVRM, dat eenieder die door arrestatie of gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht verleent voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt indien de gevangenhouding onrechtmatig is, wordt voldaan wanneer de gedetineerde beklaagde zowel voor als na de tussenperiode, noodzakelijk voor het instellen van een rechtsmiddel tegen het vonnis van onbevoegdheid, over het rechtsmiddel beschikt om voorziening te vragen bij de rechter. De enkele omstandigheid dat tussen de dag van de uitspraak van het vonnis van onbevoegdheid en het in kracht van gewijsde treden van dat vonnis, noodzakelijk een bepaalde termijn voor het instellen van een rechtsmiddel verloopt, tijdens dewelke de beklaagde geen verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling kan indienen, schendt de voormelde verdragsbepalingen niet. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 60,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Jean de Codt, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Mathieu, Benoît Dejemeppe en Jocelyne Bodson, en op de openbare rechtszitting van 2 januari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080102.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div