← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080104.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080104.2 Rolnummer: F.06.0061.F-F.06.0075.F Kamer: 1F - première chambre Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2008-01-17 Raadplegingen: 248 - laatst gezien 2026-07-03 05:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche De beslissing dat de notaris het beroepsgeheim niet heeft miskend en dat het belastingbestuur op regelmatige wijze kennis gekregen heeft van de verstrekte inlichtingen is naar recht verantwoord, daar de notaris, door de datum van een door de belastingschuldige verleden akte van een vennootschap, alsook haar benaming, haar zetel, haar H.R.-nummer en haar band met de belastingschuldige, die de bestuurder ervan is, aan dat bestuur mee te delen, geen enkel vertrouwelijk gegeven heeft onthuld dat door het beroepsgeheim gedekt was, maar alleen inlichtingen heeft medegedeeld die hem waren verstrekt met het oog op bekendmaking overeenkomstig de wettelijke vereisten; binnen dat kader heeft hij enkel een discretieplicht die moet wijken voor de bevelen die het belastingbestuur geeft op grond van de artikelen 322 en 323 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Onderzoek en controle - Beroepsgeheim Vrije woorden: Inlichtingen ingewonnen door het belastingbestuur - Wettigheid - Notaris - Beroepsgeheim - Beperking Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 322 en 323 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.06.061.F OURAL, naamloze vennootschap, Mr. Thierry Afschrift, advocaat bij het balie te Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, ten aanzien van T. d. M., E. Nr. F.06.0075.F OURAL, naamloze vennootschap, Mr. Thierry Afschrift, advocaat bij de balie te Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij de balie te Brussel, ten aanzien van T. d. M. E., Mr. Jean Goemaere, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 2 juni 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Afdelingsvoorzitter Claude Parmentier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN A. In de zaak F.06.0061.F De eiseres voert een middel aan: Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 322 tot 326 en 334 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992; - artikel 458 van het Strafwetboek. Aangevochten beslissingen Het arrest beslist dat de inlichtingen die de verweerder ingewonnen heeft bij de (tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij), het beroepsgeheim van laatstgenoemde niet hebben miskend, en dat elke op die inlichtingen gebaseerde opzoekings- of taxatieprocedure dus niet onwettig was. Het beslist aldus op grond van de volgende vaststellingen: "De gegevens die (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) heeft verstrekt, moeten krachtens de wet alle worden bekendgemaakt, aangezien, inzake vennootschappen, de dubbels of originelen van de onderhandse akten en de uittreksels moeten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap haar zetel heeft. Hoewel de (eiseres) bijgevolg toegeeft dat (de verweerder) toch via andere databanken of door het Belgisch Staatsblad toegang had kunnen hebben tot die beperkte inlichtingen, is ze toch van oordeel dat de band tussen de genoemde vennootschappen en de h. O., waarover (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) inlichtingen verstrekt heeft, noodzakelijkerwijs enkel kan blijken uit de inlichtingen die zij in de hoedanigheid van noodzakelijk vertrouwenspersoon verkregen heeft en die het resultaat zijn van vergelijkingen die enkel de notaris kon maken op basis van die vertrouwelijke gegevens. De specifieke aard van het beroepsgeheim van de notaris dient in aanmerking genomen te worden om de juiste draagwijdte ervan te kennen alsook de grens waarbinnen alleen de discretieplicht geldt, zonder dat daarbij het juiste kader uit het oog mag worden verloren waarbinnen de notaris kennis gekregen heeft van de medegedeelde inlichtingen. Hoewel inderdaad het beginsel zelf van het aan notarissen opgelegde beroepsgeheim niet meer wordt betwist, is meer bepaald de mate waarin dit geldt ten aanzien van het belastingbestuur, soms omstreden. De omvang van het beroepsgeheim wordt afgewogen tegenover andere waarden (zie Pierre Lambert, Le secret professionnel, Editions Nemesis, 1985, p. 226 en 79 e.v.) en tegenover de zorg voor een juiste belastingheffing die het bestuur moet nastreven en die in het algemeen belang de prerogatieven verantwoordt die de wetgever aan de belastingambtenaren heeft toegekend en die evenredig worden geacht met het nagestreefde oogmerk. Te dezen heeft (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) een gedeelte overgedragen van haar register van de door haar verleden akten, dat zij verplicht is bij te houden overeenkomstig artikel 29 van de wet van 25 ventôse. In beginsel moet het dubbel van dat register van de door haar tijdens het vorige jaar verleden akten worden neergelegd ter griffie van de burgerlijke rechtbank van het (arrondissement) van haar standplaats. Volgens de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, thans het wetboek van vennootschappen, worden de uitgiften van de authentieke akten, de dubbels of originelen van de onderhandse akten en de uittreksels, die moeten worden bekendgemaakt, worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap haar zetel heeft. Tevens worden zij bewaard in het dossier dat voor iedere vennootschap op de griffie wordt bijgehouden. De uittreksels uit de oprichtingsakten die worden neergelegd om in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt, moeten met name de aanwijzing bevatten van de personen die gemachtigd zijn de vennootschap te besturen en te verbinden, de omvang van hun bevoegdheid en de wijze waarop zij deze uitoefenen. Door in haar register van vennootschapsakten te zoeken naar de h. O., die afgevaardigd bestuurder van de (eiseres) was en wiens functie diende bekendgemaakt te worden, heeft (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) niet, zoals de (eiseres) ten onrechte oordeelt, het beroepsgeheim miskend in verband met een vertrouwelijke mededeling die zij in haar hoedanigheid van noodzakelijk vertrouwenspersoon ontvangen had. Wanneer de notaris een vennootschapsakte verlijdt teneinde authenticiteit eraan te verlenen met het oog op de bekendmaking ervan, ontvangt hij geen vertrouwelijke gegevens die door het beroepsgeheim gedekt zijn, maar integendeel een aantal inlichtingen die hem worden verstrekt met het oog op bekendmaking overeenkomstig de wettelijke vereisten, met inbegrip van de identiteit van de afgevaardigd bestuurder. Binnen dat kader heeft hij enkel een discretieplicht die moet wijken voor de bevelen die het belastingbestuur geeft op grond van de artikelen 322 en 323 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, die de openbare orde raken. Door de datum van een door de (eiseres) verleden akte van een vennootschap, alsook haar benaming, haar zetel, haar H.R.-nummer en haar band met de h. O. (die inderdaad de afgevaardigd bestuurder van de vennootschap

  1. is)aan het belastingbestuur mede te delen, heeft de notaris alleen inlichtingen medegedeeld die hem met het oog op bekendmaking waren verstrekt, en daartoe heeft hij geen enkel vertrouwelijk gegeven onthuld dat hem bij het verlijden van die akte ter kennis gekomen is. Terecht heeft de eerste rechter daaruit kunnen besluiten dat "de notaris, door de litigieuze lijst, die enkel uiterst fragmentarische inlichtingen bevat, op te maken, evenmin een tot op dat ogenblik geheim verband tussen verschillende afzonderlijke inlichtingen heeft bekendgemaakt: het enige, goed bekende, verband tussen de (eiseres) en de overige, in de lijst opgesomde vennootschappen, is de h. O. zelf wiens hoedanigheid als afgevaardigd bestuurder diende te worden bekendgemaakt, zoals dat voor vennootschapsakten wordt vereist". Grieven 1. De notarissen zijn gebonden door het beroepsgeheim in de zin van artikel 458 van het Strafwetboek. Artikel 458 "legt de verplichting op om alles waarvan zij aldus kennis dragen uit hoofde van hun ambt of wegens het vertrouwen dat gehecht wordt aan hun beroep, geheim te houden" 2. Het belastingbestuur mag geen opzoekingen verrichten of aanslagen vestigen op grond van stukken die in strijd met de wet verkregen zijn. Inlichtingen die met miskenning van het beroepsgeheim aan het belastingbestuur werden medegedeeld, zijn in strijd met de wet verkregen. Hoewel het belastingbestuur op grond van de artikelen 320 tot 322 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 het recht heeft opzoekingen bij derden te verrichten teneinde een aanslag vast te stellen ten laste van een welbepaalde belastingschuldige, is die bevoegdheid om opzoekingen te verrichten (alsook om een aanslag vast te stellen) dus begrensd, met name door het beroepsgeheim. Artikel 334 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bevestigt zulks a contrario, daar het bepaalt dat, "wanneer een krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 aangezochte persoon het beroepsgeheim doet gelden, de administratie om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid verzoekt opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welk mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim". 3. Hoewel de feitenrechter op onaantastbare wijze oordeelt of de drager van het geheim "daarvan kennis gekregen heeft uit hoofde van zijn ambt of wegens het aan zijn beroep gehechte vertrouwen" (cf. supra, punt 1), oefent het Hof van Cassatie niettemin een "marginale" toetsing uit van die beslissing: Indien de feitenrechter vaststelt dat een bepaald feit niet ter kennis van de noodzakelijke vertrouwenspersoon gekomen is "uit hoofde van zijn beroep", en bijgevolg beslist dat het niet gedekt was door het beroepsgeheim (en dus wettig kon worden bekendgemaakt aan het belastingbestuur), is zijn beslissing naar recht verantwoord; Indien de feitenrechter daarentegen vaststelt dat een bepaald feit ter kennis van de noodzakelijke vertrouwenspersoon gekomen is uit hoofde van zijn beroep, maar niettemin beslist dat dit feit niet gedekt is door het beroepsgeheim (en dus aan het belastingbestuur kon worden bekendgemaakt), verantwoordt hij zijn beslissing niet naar recht en moet het Hof van Cassatie hem censureren. 4. Te dezen blijkt uit het bestreden arrest dat (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) wel degelijk uit hoofde van haar ambt kennis gekregen heeft van de door haar aan het belastingbestuur bekendgemaakte feiten (namelijk de lijst van alle vennootschappen, met hun referenties en coördinaten, waarin de hh. O. en B. vermeld stonden). Dat kan ook niet anders, daar het hier feiten betreft waarvan (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) noodzakelijkerwijs enkel kennis kon hebben gekregen omdat zij notaris was. Dat is wat blijkt uit het bestreden arrest: "in een brief van 9 september 1997 verklaarde de notaris aan de BBI dat hij (haar) als bijlage de lijst toezond van de vennootschappen waarin de hh. O. en B. sedert 1996 genoemd werden. De bijlage bevat drie bladzijden die blijkbaar enkel gaan over B. O.: voor de 15 medegedeelde vennootschapsakten worden aangegeven: de datum van de akte, de naam van de vennootschap, haar firma, haar adres, haar handelsregisternummer en haar BTW.-nummer (alsook soms haar vroegere benaming)". "De door de notaris doorgezonden gegevens moeten krachtens de wet alle worden bekendgemaakt, aangezien, inzake vennootschappen, de dubbels of originelen van de onderhandse akten en de uittreksels moeten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap haar zetel heeft. Hoewel de (eiseres) bijgevolg toegeeft dat de Staat toch via andere databanken of door het Belgisch Staatsblad toegang had kunnen hebben tot die beperkte inlichtingen, is ze toch van oordeel dat de band tussen de genoemde vennootschappen en de heer O., waarover de notaris inlichtingen verstrekt heeft, noodzakelijkerwijze enkel kan blijken uit de inlichtingen die hij als noodzakelijk vertrouwenspersoon verkregen heeft en die het resultaat zijn van vergelijkingen die alleen de notaris kon maken op basis van zijn vertrouwelijke gegevens"; "te dezen heeft de notaris een gedeelte doorgegeven van zijn register van de door hem verleden akten, dat hij verplicht is bij te houden overeenkomstig artikel 29 van de wet van 25 ventôse. In beginsel moet het dubbel van dat register van de door hem tijdens het vorige jaar verleden akten worden neergelegd ter griffie van de burgerlijke rechtbank van het departement van zijn standplaats". Uit die overwegingen volgt dat het bestreden arrest vaststelt dat de inlichtingen die de (tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) aan het belastingbestuur heeft medegedeeld, haar ter kennis gekomen waren uit hoofde van haar ambt van notaris (zij zouden haar uit geen enkele andere hoofde ter kennis gekomen zijn). Het arrest kon dus niet wettig besluiten dat (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij), door die inlichtingen mede te delen aan het belastingbestuur, haar geheimhoudingsplicht niet miskend had en dat dus niets het bestuur belette opzoekingen te verrichten of op die grondslag aanslagen vast te stellen (schending van alle in het middel aangegeven bepalingen). Door daarenboven te beslissen dat de feiten die (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij) aan het belastingbestuur bekendgemaakt had, niet gedekt waren door haar beroepsgeheim, maar alleen door een "discretieplicht die moet wijken voor de bevelen van het belastingbestuur", baseert het bestreden arrest zijn beslissing op een onderscheid dat geen enkele steun vindt in enige verordening, rechtsbeginsel of zelfs rechtspraak, en miskent het arrest het wettelijk begrip "beroepsgeheim" (schending van alle in het middel aangegeven bepalingen). B. In de zaak nr. F.06.0075.F: De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep. III. BESLISSING VAN HET HOF Beide cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Ze moeten worden gevoegd. A. Cassatieberoep nr. F.06.0061.F: Het middel Krachtens artikel 322, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 mag de administratie, wat een bepaalde belastingplichtige betreft, geschreven attesten inzamelen, derden horen, een onderzoek instellen en alle inlichtingen vragen die zij nodig acht om de juiste heffing van de belasting te verzekeren. Het arrest stelt, met aanneming van de redenen van de eerste rechter, vast dat de Bijzondere Belastingsinspectie aan de notaris een lijst heeft gevraagd van de met zijn ambtelijke tussenkomst sedert 1996 opgemaakte akten waarin een zekere h. O. genoemd werd en dat de notaris hierop antwoordde door het belastingbestuur een lijst van de vennootschappen toe te zenden die "enkel de coördinaten van de (eiseres) en van de andere, in de lijst van de notaris opgesomde vennootschappen bevat, alsook de datum van de betrokken akten, zonder ook maar enige kopie van die akten of zonder ook maar enige vermelding van hun voorwerp of inhoud". Om het middel van de eiseres te verwerpen volgens hetwelk het beroepsgeheim door de notaris is miskend, oordeelt het arrest dat "wanneer de notaris een vennootschapsakte verlijdt teneinde authenticiteit eraan te verlenen met het oog op de bekendmaking ervan, hij geen vertrouwelijke gegevens ontvangt die door het beroepsgeheim gedekt zijn, maar een aantal inlichtingen die hem worden verstrekt met het oog op bekendmaking overeenkomstig de wettelijke vereisten, met inbegrip van de identiteit van de afgevaardigd bestuurder. Binnen dat kader heeft hij enkel een discretieplicht die moet wijken voor de bevelen die het belastingbestuur geeft op grond van de artikelen 322 en 323 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, die de openbare orde raken. Door de datum van een door de (eiseres) verleden akte van een vennootschap, alsook haar benaming, haar zetel, haar H..R.-nummer, en haar band met de h. O. (die immers de afgevaardigd bestuurder van de vennootschap
  2. is)aan het belastingbestuur mee te delen, heeft de notaris alleen inlichtingen medegedeeld die hem met het oog op bekendmaking waren verstrekt en daartoe heeft hij geen enkel vertrouwelijk gegeven onthuld dat hem bij het verlijden van die akte ter kennis zou zijn gekomen". Door die overwegingen verantwoordt het arrest naar recht zijn beslissing dat de notaris het beroepsgeheim niet heeft miskend en dat het belastingbestuur regelmatig kennis gekregen heeft van de verstrekte inlichtingen. Het middel kan niet worden aangenomen. De vordering tot bindendverklaring van het arrest: Het blijkt niet dat de eiseres het cassatieverzoekschrift heeft doen betekenen aan de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. B. Cassatieberoep nr. F.06.0075.F: Er moet akte worden verleend van de afstand van het cassatieberoep. Dictum Het Hof, Voegt de cassatieberoepen die op de algemene rol zijn ingeschreven onder de nummers F.06.0061.F en F.06.0075.F; A. In de zaak F.06.0061.F: Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring van het arrest; Veroordeelt de eiseres in de kosten. B. In de zaak F.06.0075.F; Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep; Veroordeelt de eiseres in de kosten. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Daniel Plas en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van vier januari tweeduizend en acht uitgesproken door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart. Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem. De griffier, De afdelingsvoorzitter, PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080104.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.