← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080110.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080110.3 Rolnummer: C.07.0149.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2008-01-28 Raadplegingen: 622 - laatst gezien 2026-07-03 11:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De vaststelling door de griffier dat een verzoekschrift is neergelegd heeft authentieke bewijswaarde wat het feit zelf van de neerlegging betreft en de datum ervan. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Vorm hoger beroep BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Schriftelijk bewijs - Authentieke akte Vrije woorden: Verzoekschrift - Neerlegging en datum - Vaststelling door de griffier Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1317, 1319 en 1320 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 173, tweede lid, 4° Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Vorm hoger beroep BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Schriftelijk bewijs - Authentieke akte Vrije woorden: Griffier - Neerlegging van het verzoekschrift - Vaststelling van neerlegging en datum - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1317, 1319 en 1320 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 173, tweede lid, 4° Fiches 3 - 4 Wanneer de griffier vaststelt dat het verzoekschrift tot hoger beroep ter griffie is neergelegd op een bepaalde datum, dient de rechter aan te nemen dat het verzoekschrift op die datum ter griffie is neergelegd en aan die vastgestelde neerlegging de wettelijke gevolgen toe te kennen, ook indien het verzoekschrift met de post aan de griffie is toegezonden of door een tussenpersoon is neergelegd; de vermelding van de datum van neerlegging in de kennisgeving van het hoger beroep is daarbij niet bepalend

(1).
(1)Zie Cass., 27 nov. 1997, AR C.97.0213.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971127.10, nr
  1. Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Vorm hoger beroep BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Schriftelijk bewijs - Authentieke akte Vrije woorden: Griffier - Verzoekschrift tot hoger beroep - Vaststelling van datum van neerlegging Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1317, 1319 en 1320 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 173, tweede lid, 4°, en 1056, 2° Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn. Onsplitsbaar geschil UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Vorm hoger beroep BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Schriftelijk bewijs - Authentieke akte Vrije woorden: Vorm - Verzoekschrift - Datum van neerlegging - Vaststelling door de griffier - Vermelding in de kennisgeving van het hoger beroep Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1317, 1319 en 1320 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 173, tweede lid, 4°, en 1056, 2° Tekst van de beslissing Nr. C.07.0149.N
  2. V.A.,
  3. J.E., eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  4. VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN DE RESIDENTIE AQUA RAMA, met zetel te 8670 Oostduinkerke, Groendijk 503, vertegenwoordigd door haar syndicus Marnix Rathe, wonende te 8620 Nieuwpoort, Dudenhofenlaan 224,
  5. R.M.,
  6. S.E., verweerders, allen met keuze van woonplaats bij gerechtsdeurwaarder Brigitte Van Horenbeeck, kantoor houdende te 1180 Ukkel, Vanderkinderenstraat
  7. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 12 oktober 2006 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1317, eerste lid, 1319 en 1320 van het Burgerlijk Wetboek; - de artikelen 48, 52, 54, 57, 170, 173, eerste lid, 3°, en tweede lid, 4°, 1051, 1056, 2°, en 1056, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek; - artikel 43 van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende regle¬mentering van de postdienst; - de artikelen 71 en 79, §1, van het ministerieel besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst. Aangevochten beslissingen Bij het bestreden vonnis van 12 oktober 2006 verklaart de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne het hoger beroep van de eisers tegen het vonnis van 26 mei 2005 van de vrederechter van het kanton Veurne-Nieuwpoort, waarbij de hoofdvordering van de eerste verweerster in veroordeling van de eisers tot betaling van een bedrag van 4.265,09 euro ontvankelijk en geheel gegrond verklaard werd en de tussenvordering van de eisers tot vernietiging van de be¬slissingen van de algemene vergadering van de eerste verweerster van 24 okto¬ber 2005 alsmede de tegenvordering van de eisers tot aanstelling van een voor¬lopige syndicus ongegrond verklaard werden, onontvankelijk wegens laattijdig¬heid en wijst het dienvolgens af, en dit op de volgende gronden: Het exemplaar van de beroepsakte, neergelegd door (de eisers) en door de griffie verstuurd aan (de verweerders), werd ter griffie afgestempeld op 9 augustus 2005 en de begeleidende brief van de griffier dateert eveneens van 9 augustus
  8. Het exemplaar van de beroepsakte, neergelegd in het procedurebundel van het gerechtsdossier, draagt eveneens de stempel van 9 augustus
  9. Naderhand werd de datum echter doorstreept en vervangen door 28 juli
  10. (De eisers) tonen aan dat zij op 27 juli 2005 een aangetekende brief verstuurden met ontvangstmachtiging, afgestempeld op 28 juli 2005 (stuk 1 eisers). In beginsel is het aanvangspunt van de termijn van hoger beroep de beteke¬ning van het vonnis (artikel 1051, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). Er zijn vier vormen van hoger hoofdberoep, met name: - hoger beroep bij verzoekschrift - hoger beroep bij akte van gerechtsdeurwaarder - hoger beroep bij ter post aangetekende brief - hoger beroep bij conclusie (De eisers) opteerden voor het aantekenen van hoger hoofdberoep bij verzoekschrift. Het verzoekschrift moet, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, worden ingediend op de griffie van het gerecht in hoger beroep en door de griffier aan de gedaagde partij, en in voorkomend geval aan haar advocaat bij gerechtsbrief ter kennis worden gebracht, en wel uiterlijk op de eerste werkdag nadat het is ingediend (artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek). De wet voorziet derhalve dat het verzoekschrift moet worden "ingediend" op de griffie, dit in tegenstelling tot het aantekenen van hoger beroep bij akte van gerechtsdeurwaarder of per post aangetekende brief (...). Het feit dat (de eisers) de beroepsakte "tijdig" verstuurden is irrelevant in het geval hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift. Hoofdberoep bij ter post aangetekende brief werd door de wetgever voorzien in artikel 1056, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek. Deze wijze van hoger beroep is slechts in een beperkt aantal gevallen mogelijk, zoals bijvoorbeeld in het tuchtrecht en in bepaalde arbeidszaken, doch niet in het geval dat thans aan de rechtbank wordt voorgelegd. (De eisers) bewijzen derhalve niet wanneer het verzoekschrift werd "ingediend" of "neergelegd" ter griffie, enkel dat zij het tijdig zouden verstuurd hebben bij aangetekende brief. Bovendien blijkt uit de begeleidende brief vanwege de griffie (stuk C1 ver¬weerders) dat de brief door de griffie verstuurd werd op 9 augustus
  11. Rekening houdende met de bepalingen van artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek (zie hoger) blijkt dus dat de griffier aan (de verweerders) en hun raadsman de beroepsakte opstuurde op 9 augustus 2005, zijnde uiterlijk de eerste werkdag nadat het is inge¬diend, zijnde 9 augustus
  12. Het beroep is derhalve laattijdig en dient als onontvankelijk te worden afgewe¬zen. Grieven Eerste onderdeel Luidens het artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek wordt het hoger beroep ingesteld bij een verzoekschrift dat, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, ingediend wordt op de griffie van het gerecht in ho¬ger beroep. Dit hoger beroep wordt ingesteld op de datum van de indiening van het verzoekschrift op de griffie. Indien het verzoekschrift per aangete¬kende brief naar de griffie wordt verzonden, dan wordt het hoger beroep inge¬steld op de datum van ontvangst van het verzoekschrift op de griffie. Wanneer de wet bepaalt dat een akte ter griffie dient te worden ingediend, dan veronderstelt dit, in principe, de tussenkomst van de griffier die de akte ontvangt. Vermits de termijnen om hoger beroep in te stellen vervaltermijnen zijn, is het uit overwegingen van rechtszekerheid noodzakelijk dat de griffier de datum van indiening van het verzoekschrift tot hoger beroep vaststelt en dat hij hieraan authenticiteit verleent. Luidens het artikel 173, tweede lid, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek geeft de griffier inderdaad akte van de verschillende formaliteiten waarvan de vervulling moet worden vastgesteld en verleent hij er authenticiteit aan. De wet bepaalt niet op welke wijze de griffier akte moet verlenen van het indienen van een verzoekschrift tot hoger beroep, zodat dit in de praktijk kan gebeuren door een vermelding van de datum van de neerlegging op het verzoekschrift zelf. Wanneer die vermelding op het verzoekschrift aange¬bracht wordt door middel van een stempel, dan dient die vermelding door de griffier ondertekend te zijn opdat zij authentieke bewijswaarde zou genieten. Die vermelding heeft in dat geval inderdaad authentieke bewijswaarde vermits de datum waarop het verzoekschrift ter griffie werd ingediend, een gegeven is waarvan de griffier, binnen de perken van zijn ambt, de juist¬heid kan of moet nagaan. Op de eerste bladzijde van het verzoekschrift tot hoger beroep, ingediend door de eisers in de zaak AR nr. 05/455/A ter griffie van de appelrech¬ters, dat in het dossier van de rechtspleging berust en waarvan een voor eensluidend verklaard afschrift aan huidige voorziening wordt gevoegd, werd een stempel aangebracht met de volgende tekst: "Neergelegd ter Griffie van de Rechtbank van 1ste aanleg te Veurne op 28 juli 2005 De hoofdgriffier". Deze stempel werd ondertekend door de hoofdgriffier, zodat de vermelding dat het verzoekschrift op de griffie van de appelrechters werd neergelegd op 28 juli 2005, authentieke bewijswaarde geniet, zolang zij niet het voorwerp uitmaakt van de speciale procedure tot betichting van valsheid. Het bestreden vonnis stelt vast dat het exemplaar van de be¬roepsakte, neergelegd in het procedurebundel van het rechtsplegingdossier, eveneens de stempel draagt van 9 augustus 2005 maar dat die datum naderhand doorgestreept werd en vervangen werd door 28 juli
  13. Daardoor wordt de authentieke vermelding dat het verzoekschrift werd neergelegd op 28 juli 2005 niet tegengesproken, nu de datum van 9 au¬gustus 2005 werd doorgestreept en vervangen door een stempel met de vermelding dat het verzoekschrift tot hoger beroep ter griffie werd neergelegd op 28 juli 2005, welke stempel ondertekend werd door de hoofdgriffier, zodat die vermelding authentieke bewijswaarde heeft. Het bestreden vonnis stelt immers niet vast dat die vermelding het voorwerp uitmaakt van een procedure tot betichting wegens valsheid of dat zij dubbelzinnig zou zijn. Door desalniettemin te beslissen dat de eisers niet bewijzen wanneer het verzoekschrift werd neergelegd of ingediend ter griffie, miskent het bestre¬den vonnis de authentieke bewijswaarde van de door de hoofdgriffier op het verzoekschrift aangebrachte en ondertekende vermelding dat dit verzoekschrift werd neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne op 28 juli 2005 (schending van de artikelen 1317, eerste lid, 1319 en 1320 van het Burgerlijk Wetboek, 173, tweede lid, 4° en 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek en voor zoveel als nodig artikelen 170 en 173, eerste lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek). Luidens artikel 1051, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand te rekenen vanaf de betekening van het vonnis a quo. Te dezen bestond er tussen partijen geen betwisting over het feit dat het vonnis van de eerste rechter van 26 mei 2005 op verzoek van de ver¬weerders aan de eisers betekend werd op 29 juni 2005, zoals overigens vastge¬steld in het niet bestreden tussenvonnis van de appelrechters van 29 juni 2006 (folio 548, vierde laatste lid). Het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op 28 juli 2005, werd derhalve ingesteld binnen de maand te rekenen vanaf de betekening van het vonnis a quo, termijn die conform artikel 52 van het Gerechtelijk Wetboek een aanvang neemt de dag na de betekening en krachtens artikel 54 van voornoemd wetboek gerekend wordt van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste, de beroepstermijn zijnde een in maanden bepaalde termijn, en derhalve verstreek op 29 juli
  14. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden vonnis niet wettig beslist heeft tot de laattijdigheid van eisers' hoger beroep en derhalve tot de afwijzing ervan als onontvankelijk (schending van de artikelen 48, 52, 54, 57, 1051 en 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek). Het bestreden vonnis kon die beslissing evenmin wettig verantwoorden op grond van het feit dat het verzoekschrift tot hoger beroep pas bij gerechtsbrief van 9 augustus 2005 door de griffier aan verweerders en hun raadsman ter kennis gebracht werd overeenkomstig het artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, nu deze kennisgeving van het hoger beroep geen invloed uitoefent op de regelmatigheid van het verzoekschrift tot hoger beroep en mitsdien zonder gevolg is voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep (schending van alle hiervoren aangehaalde wetsbepalingen en meer in het bijzonder artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek). Tweede onderdeel Luidens het artikel 43 van het koninklijk besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst worden "aangetekende poststukken" genaamd, de poststukken die, tegen ontvangstbewijs, ter post worden bezorgd en door deze laatste tegen aftekening worden besteld en voor dewelke er geen waarde werd aangegeven. Luidens het artikel 71 van het ministerieel besluit van 12 januari 1970 houdende reglementering van de postdienst worden ingeschreven poststukken aan de geadresseerde afgegeven na vaststelling van zijn identiteit en luidens het artikel 79, §1, van voornoemd ministerieel besluit worden zij tegen aftekening afgegeven aan de persoon die bevoegd is om ze in ontvangst te nemen. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eisers aantonen dat zij op 27 juli 2005 een aangetekende brief verstuurden met ontvangstmachtiging, afge¬stempeld op 28 juli
  15. De ontvangstmachtiging van dit aangetekend schrijven, waarmee de eisers het verzoekschrift tot hoger beroep verstuurden, vermeldt inderdaad als geadresseerde: Burgerlijke Griffie Rechtbank van Eerste Aanleg - Peter Be¬noitlaan 2 - 8630 Veurne. Deze ontvangstmachtiging werd volgens haar vermeldingen gedateerd en ondertekend op 28 juli 2005 (stuk 2 gevoegd aan huidige voorziening). Door desalniettemin te beslissen dat de eisers niet bewijzen wanneer het verzoekschrift werd "ingediend" of "neergelegd", miskennen de appelrechters de rechtsgevolgen van de ontvangstmachtiging afgestempeld op 28 juli 2005 vermits deze inhoudt dat het aangetekend schrijven van 27 juli 2005, waarmee eisers het verzoekschrift tot hoger beroep verstuurden, op de datum van 28 juli 2005 ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne, tegen aftekening, afgegeven werd aan de persoon bevoegd om deze zending in ontvangst te nemen (schending van de artikelen 43 van het koninklijk besluit van 12 januari 1970, 71 en 79, §1, van het ministerieel besluit van 12 januari 1970 en, voor zoveel als nodig, de artikelen 170 en 173, eerste lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek) en konden zij niet wettig besluiten tot de onontvankelijkheid wegens laattijdigheid van eisers' hoger beroep, ingesteld binnen de maand van de betekening van het vonnis a quo (schending van de artikelen 48, 52, 54, 57, 1051 en 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek). Derde onderdeel Luidens het artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek wordt het hoger beroep ingesteld bij een verzoekschrift dat, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, ingediend op de griffie van het gerecht in ho¬ger beroep. De wet vereist niet dat de appellant de indiening zelf moet verrich¬ten. Het verzoekschrift mag ook naar de griffie worden verzonden, bij voorkeur per aangetekende brief. In dat geval wordt het hoger beroep eveneens ingeleid op de datum van ontvangst van de akte op de griffie. Voor zover het bestreden vonnis aldus zou moeten worden gelezen dat eisers' hoger beroep, bij verzoekschrift ingesteld, als onontvankelijk werd afgewezen omdat het hoofdberoep bij ter post aangetekende brief door de wetgever enkel voorzien werd in het artikel 1056, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, heeft de Rechtbank van Eerste aanleg te Veurne haar beslissing evenmin wettig verantwoord (schending van artikel 1056, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, artikel 1056, 3°, van voornoemd wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  16. De vaststelling door de griffier dat een verzoekschrift is neergelegd heeft authentieke bewijswaarde inzonderheid wat het feit zelf van de neerlegging betreft en de datum ervan.
  17. Wanneer de griffier vaststelt dat het verzoekschrift tot hoger beroep ter griffie is neergelegd op een bepaalde datum, dient de rechter aan te nemen dat het verzoekschrift op die datum ter griffie is neergelegd en aan die vastgestelde neerlegging de wettelijke gevolgen toe te kennen, ook indien het verzoekschrift met de post aan de griffie is toegezonden of door een tussenpersoon is neergelegd.
  18. De vermelding van de datum van neerlegging in de kennisgeving van het hoger beroep is daarbij niet bepalend.
  19. De appelrechters stellen vast dat blijkens de griffiestempel het verzoekschrift tot hoger beroep van de eisers is neergelegd op 9 augustus 2005 en dat deze datum naderhand is "doorstreept" en vervangen door 28 juli
  20. Zij stellen niet vast dat die vervangende vermelding het voorwerp uitmaakt van een procedure tot betichting wegens valsheid.
  21. Door, zonder enige betwisting over de "doorstreping" van de vermelding op het verzoekschrift en de vervanging ervan door de vaststelling van de griffier dat het verzoekschrift op 28 juli 2005 is neergelegd, te oordelen dat het verzoekschrift op 9 augustus is neergelegd, miskennen de appelrechters het authentiek karakter van de vaststelling door de griffier van de neerlegging en van de datum ervan. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, zitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 10 januari 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080110.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160212.1 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160212.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971127.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.