id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080115.2 Rolnummer: P.07.1247.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Strafrecht Invoerdatum: 2008-02-01 Raadplegingen: 414 - laatst gezien 2026-07-03 10:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Niet naar recht verantwoord is de beslissing van de rechter, die het bestaan aanneemt van materiële schade, veroorzaakt door een misdrijf, maar de vordering tot vergoeding van die schade afwijst op de enige grond dat de benadeelde het gevorderde bedrag niet bewijst; in zoverre de in artikel 1382 Burgerlijk Wetboek bedoelde fout en schade vaststaan, maar het door de benadeelde als vergoeding daarvoor gevorderde bedrag formeel niet rechtstreeks en onmiddellijk uit de stukken blijkt, staat het de rechter de geldwaarde ervan te ramen door begroting van een met die schade overeenstemmend bedrag
(1).
(1)Zie Cass., 13 okt. 1993, J.L.M.B., 1994, p. 52; DIRIX E., Het begrip schade, Brussel, 1984, nr 21, p. 27 en nr 72, p. 53; RONSE J., A.P.R., Schade en Schadeloosstelling, Deel I, nr 77.1, p.
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Algemeen Vrije woorden: Raming - Herstel van schade veroorzaakt door een misdrijf - Rechter die het bestaan van de schade, de fout en het oorzakelijk verband vaststelt - Omvang van de schade niet bewezen - Opdracht van de rechter Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Algemeen Vrije woorden: Schade uit misdrijf - Raming - Rechter die het bestaan van de schade, de fout en het oorzakelijk verband vaststelt - Omvang van de schade niet bewezen - Opdracht van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.07.1247.N I R M, burgerlijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. II
- J V O, burgerlijke partij,
- D D V, burgerlijke partij, eisers. III
- R P, burgerlijke partij,
- L G, burgerlijke partij,
- A G, burgerlijke partij, eisers, met als raadsman mr. Tom Deputter, advocaat bij de balie te Oudenaarde, de cassatieberoepen I, II en III tegen J M Y G, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 juni
- De eisers I en III voeren ieder in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een gelijkaardig middel aan. De eisers II voeren geen middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- De eiser I voert schending aan van de artikelen 2 en 962 Gerechtelijk Wetboek, 1382 Burgerlijk Wetboek, en dat de strafrechter ambtshalve, ook ter beslechting van de burgerlijke vordering, een deskundige kan aanstellen zelfs als dit niet uitdrukkelijk gevorderd is door een partij en van het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk de strafrechter geen geschil mag opwerpen dat, vreemd aan de openbare orde, door de partijen werd uitgesloten. De eisers III voeren schending aan van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek.
- Het beroepen vonnis veroordeelt de verweerder wegens diefstallen van runderen ten nadele van de eisers tot het betalen aan elke eiser van diverse bedragen als schadevergoeding. Op het tot de burgerlijke rechtsvorderingen beperkte hoger beroep van de verweerder, zegt het arrest dat de verweerder de tegen hem wegens diefstal ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen betwist "omdat de waardering van dit verlies niet gesteund is op deskundige vaststellingen". (arrest pagina 13, randnummer 3). Het arrest oordeelt voorts dat de vorderingen van de eisers niet gegrond zijn vermits geen van hen het bedrag van de wegens verlies van vee geleden materiële schade bewijst en desbetreffend geen stuk neerlegt of enkel een eigen waardering van het gestolen vee geeft.
- De appelrechters nemen aldus aan dat de eisers materiële schade lijden ten gevolge van de wederrechtelijke daad van de verweerder. De rechters wijzen niettemin de vorderingen tot vergoeding van die schade af op de enige grond dat de eisers de gevorderde bedragen niet bewijzen.
- In zoverre de in artikel 1382 Burgerlijk Wetboek bedoelde fout en schade vaststaan maar het door de benadeelde als vergoeding daarvoor gevorderde bedrag formeel niet rechtstreeks en onmiddellijk uit stukken blijkt, staat het de rechter de geldwaarde ervan te ramen door begroting van een met die schade overeenstemmend bedrag. De beslissingen waarbij de burgerlijke rechtsvorderingen niet gegrond worden verklaard in zoverre die betrekking hebben op verlies van vee, zijn niet naar recht verantwoord. Het arrest schendt artikel 1382 Burgerlijk Wetboek. De middelen zijn gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vorderingen tot vergoeding van schade wegens verlies van vee van de eisers R M, R P, L G en A G, als ongegrond afwijst. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de verweerder in de kosten van de cassatieberoepen I en III. Veroordeelt de eisers II in de kosten van hun cassatieberoep. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten in het geheel op 327,05 euro waarvan de eisers I en III elk 97,58 euro verschuldigd zijn en 30 euro betaald hebben en de eisers II 41,89 euro verschuldigd zijn en 30 euro betaald hebben. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 15 januari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080115.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div