id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080117.11 Rolnummer: F.06.0092.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2008-02-01 Raadplegingen: 314 - laatst gezien 2026-07-03 05:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een jaar waarin een activiteit werd uitgeoefend die geen bedrijfsinkomsten opleverde, kan niet dienen als een referentiejaar voor het bepalen van de gemiddelde aanslagvoet waartegen opzegvergoedingen afzonderlijk belastbaar zijn. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Berekening van de aanslag - Afzonderlijke aanslagen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen Vrije woorden: Opzegvergoedingen - Gemiddelde aanslagvoet - Laatste jaar met een normale beroepswerkzaamheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 171, aanhef en 5°, a) - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.06.0092.N
- V.H., en,
- V.D., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Speecke, advocaat bij de balie te Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 8b, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6, bus 604, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 2 mei 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Artikel 171, aanhef en onder 5°, a), van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992), zoals toepasselijk, bepaalt dat in afwijking van de artikelen 130 tot 168, afzonderlijk belastbaar zijn, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de even vermelde artikelen op het geheel van de belastbare inkomsten (...): 5° tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad:
- a)vergoedingen van meer dan 25.000 frank bruto, die al of niet contractueel betaald zijn ten gevolge van de stopzetting van arbeid of beëindiging van een arbeidsovereenkomst (...). 2. Het bepaalde in dit artikel strekt ertoe om de aanslagvoet van de aldaar vermelde bedrijfsinkomsten zoveel mogelijk gelijk te maken aan die van het laatste vorige jaar waarin de bedrijfsinkomsten van de belastingplichtige voortvloeien uit de uitoefening van een normale beroepswerkzaamheid. Een jaar waarin een activiteit werd uitgeoefend die geen bedrijfsinkomsten opleverde kan niet dienen als een referentiejaar voor een gemiddelde aanslagvoet. 3. De appelrechters stellen vast dat de belastingplichtige in de kalenderjaren 1994, 1995 en 1996 als onbezoldigd bestuurder geen belastbare inkomsten genoot en oordelen dat de terbeschikkingstelling van een kamer geen belastbaar inkomen uitmaakte. Door uit te sluiten dat die jaren zouden gelden als referentiejaar schenden zij de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen niet. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Eerste onderdeel 4. Uit het antwoord op het tweede onderdeel volgt dat het eerste onderdeel dat volledig is afgeleid uit de grieven opgeworpen in het tweede onderdeel, geen belang meer vertoont. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 123,11 euro jegens de eisende partijen en op de som van 112,97 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Pierre Cornelis, en op de openbare terechtzitting van 17 januari 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Veroustraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080117.11 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080912.27 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260119.3F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div