id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.3 Rolnummer: P.07.0906.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2008-02-21 Raadplegingen: 548 - laatst gezien 2026-07-03 21:40 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080122.3 Fiches 1 - 2 Wanneer een inbreuk op het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betrekking heeft op subsidies, vergoedingen en toelagen die uitgekeerd zijn krachtens de in artikel 580, 1°, Gerechtelijk Wetboek, bepaalde wetten en verordeningen, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 155, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, zijn de leden van het arbeidsauditoraat bevoegd de strafvordering uit te oefenen wegens dergelijke inbreuken
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Openbaar ministerie - Arbeidsauditeur Vrije woorden: Strafvordering - Uitoefening - Inbreuk op het K.B. van 31 mei 1933 - Subsidies, vergoedingen en toelagen uitgekeerd krachtens wetten en verordeningen bepaald in artikel 580, 1e, Gerechtelijk Wetboek - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 155, tweede lid, en 580, 1° en 2° Koninklijk Besluit - 31-05-1933 - Artt. 1, en 2, § 1 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Openbaar ministerie - Arbeidsauditeur Vrije woorden: Uitoefening - Inbreuk op het K.B. van 31 mei 1933 - Subsidies, vergoedingen en toelagen uitgekeerd krachtens wetten en verordeningen bepaald in artikel 580, 1e, Gerechtelijk Wetboek - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 155, tweede lid, en 580, 1° en 2° Koninklijk Besluit - 31-05-1933 - Artt. 1, en 2, § 1 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. TIMPERMAN, Cass., 22 jan. 2008, AR P.07.0906.N, A.C., 2008, nr ... Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Openbaar ministerie - Arbeidsauditeur Vrije woorden: Strafvordering - Uitoefening - Inbreuk op het K.B. van 31 mei 1933 - Subsidies, vergoedingen en toelagen uitgekeerd krachtens wetten en verordeningen bepaald in artikel 580, 1e, Gerechtelijk Wetboek - Bevoegdheid Thesaurus CAS: STRAFVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Openbaar ministerie - Arbeidsauditeur Vrije woorden: Uitoefening - Inbreuk op het K.B. van 31 mei 1933 - Subsidies, vergoedingen en toelagen uitgekeerd krachtens wetten en verordeningen bepaald in artikel 580, 1e, Gerechtelijk Wetboek - Bevoegdheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.0906.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, tegen F A A J, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 17 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van onder meer de artikelen 155 en 580, 2°, Gerechtelijk Wetboek: anders dan de appelrechters beslissen, is de arbeidsauditeur bevoegd om onrechtmatige inning van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen strafrechtelijk te vervolgen.
- Artikel 1 van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen, zoals gewijzigd bij wet van 7 juni 1994, bepaalt: "Elke verklaring afgelegd in verband met een aanvraag tot het bekomen of behouden van een subsidie, vergoeding of toelage, die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat, een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, van de Europese Gemeenschap of een andere internationale instelling is, of geheel of gedeeltelijk bestaat uit openbare gelden, moet oprecht en volledig zijn. Hij die weet of moest weten dat hij geen recht meer heeft op het gehele bedrag van een subsidie, vergoeding of toelage, bedoeld in het eerste lid, is verplicht dit te verklaren." Artikel 2, § 1, van dit koninklijk besluit bepaalt: "Hij die geen verklaring, bedoeld in artikel 1, tweede lid, heeft afgelegd en die een subsidie, vergoeding of toelage, bedoeld in artikel 1, of een gedeelte daarvan, aanvaardt of behoudt, wetende dat hij daarop geen of slechts gedeeltelijk recht heeft, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete van zesentwintig euro tot vijftienduizend euro." Artikel 155 Gerechtelijk Wetboek bepaalt: "Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 138, derde tot vijfde lid, wordt de strafvordering wegens een overtreding van de wetten en verordeningen over een van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, voor de politierechtbanken en voor de rechtbanken van eerste aanleg uitgeoefend door de leden van het arbeidsauditoraat en voor de hoven van beroep door de leden van het arbeidsauditoraat-generaal. In geval van samenloop van genoemde overtredingen met een of meer overtredingen van andere wetsbepalingen die niet tot de bevoegdheid behoren van de arbeidsgerechten, wijst de procureur-generaal het parket van de procureur des Konings of het arbeidsauditoraat aan, en, in voorkomend geval, het parket-generaal of het arbeidsauditoraat-generaal dat bevoegd is om de strafvordering uit te oefenen, onverminderd de toepassing van artikel 149." Artikel 580, 1° en 2°, Gerechtelijk Wetboek, bepalen: "De arbeidsrechtbank neemt kennis: 1° van geschillen betreffende de verplichtingen van de werkgevers en van de personen die met hen hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld voor de betaling van de bijdragen opgelegd door de wetgeving inzake sociale zekerheid, gezinsbijslag, werkloosheid, verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, rust- en overlevingspensioen, jaarlijkse vakantie, bestaanszekerheid, sluiting van de ondernemingen, en door de verordeningen waarbij sociale voordelen aan de werknemers en leerlingen worden toegekend; 2° van geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van werknemers en leerlingen en hun rechtverkrijgenden, welke voortvloeien uit de wetten en verordeningen bedoeld in 1°."
- Uit de samenhang van die bepalingen volgt dat wanneer een inbreuk op het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betrekking heeft op subsidies, vergoedingen en toelagen die uitgekeerd zijn krachtens de in artikel 580, 1°, Gerechtelijk Wetboek bepaalde wetten en verordeningen, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 155, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, de leden van het arbeidsauditoraat bevoegd zijn de strafvordering wegens dergelijke inbreuken uit te oefenen.
- De arbeidsauditeur heeft de verweerder vervolgd wegens: - I. subsidiefraude met betrekking tot arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers (inbreuken op de artikelen 1, tweede lid, en 2, § 1, koninklijk besluit van 31 mei 1933, zoals gewijzigd bij wet van 7 juni 1994, betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen); - II. met samenhang en mits aanneming van verzachtende omstandigheden, valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken (inbreuk op de artikelen 193, 196, 197, 213 en 214 Strafwetboek).
- Het arrest oordeelt dat de inbreuken op het koninklijk besluit van 31 mei 1933 een overtreding zijn van wetsbepalingen in aangelegenheden die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank en dat het bevoegde openbaar ministerie voor overtredingen op het koninklijk besluit van 31 mei 1933 het parket van de procureur des Konings is, tenzij er sprake is van eendaadse of meerdaadse samenloop met een overtreding op een wetgeving die onder de bevoegdheid van de arbeidsauditeur valt, wat hier - volgens het arrest - niet het geval is, en dat hetzelfde geldt voor de telastlegging wegens gemeenrechtelijke valsheid in geschriften en gebruik van een vals stuk. Het arrest oordeelt op die gronden dat de strafvordering die de arbeidsauditeur heeft ingesteld, niet ontvankelijk is. Aldus verantwoordt het zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Begroot de kosten op 85,05 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 22 januari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080122.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210629.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div