← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.8 Rolnummer: P.07.1699.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2008-02-21 Raadplegingen: 377 - laatst gezien 2026-07-03 13:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De verzekerde dient, met alle toelaatbare bewijsmiddelen, het bewijs te leveren van de diefstal waarvan hij beweert het slachtoffer te zijn; de rechter oordeelt of het bewijs al dan niet is geleverd, zonder dat hij evenwel de bewijslast kan omkeren

(1).
(1)Cass., 10 april 2003, AR C.02.0213.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030410.15, nr.
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Algemeen (autoverzekering) Vrije woorden: Bewijslast - Beoordeling door de rechter - Landverzekering - Oorzaak van het schadegeval - Diefstal Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1315, tweede lid Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Algemeen (autoverzekering) Vrije woorden: Oorzaak van het schadegeval - Diefstal - Bewijslast - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1315, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. P.07.1699.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN, eiser, tegen G V, beklaagde, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 18 oktober
  2. De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het verzoekschrift
  3. De verweerder werpt op dat het verzoekschrift niet ontvankelijk is omdat het is ondertekend met een onleesbare handtekening zonder vermelding van de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de onleesbare handtekening op het verzoekschrift dezelfde is als op de akte van het cassatieberoep. Uit die akte blijkt dat het de handtekening is van S. Lodewyckx, substituut-procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven. Hieruit volgt dat het verzoekschrift is ondertekend door de persoon die de hoedanigheid heeft om dit te doen. De grond van niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift moet worden verworpen. Middel
  5. Het middel dat enkel betrekking heeft op de telastlegging D, voert schending aan van de artikelen 2.16 Wegverkeerreglement, 1, 2, § 1, en 22 WAM-wet: de appelrechters hebben onterecht geoordeeld dat een pocketbike een motorrijtuig is waarvoor een verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid niet is vereist.
  6. Artikel 1 WAM-wet bepaalt onder meer dat "voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder motorrijtuig: rij- en voertuigen, bestemd om zich over de grond te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, zonder aan spoorstaven te zijn gebonden; al wat aan het rij- of voertuig is gekoppeld, wordt als een deel daarvan aangemerkt". Artikel 2, § 1, WAM-wet bepaalt: "Tot het verkeer op de openbare weg en op de terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen, worden motorrijtuigen alleen toegelaten indien de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe zij aanleiding kunnen geven, gedekt is door een verzekeringsovereenkomst die aan de bepalingen van deze wet voldoet en waarvan de werking niet is geschorst".
  7. Uit die bepalingen volgt dat elk motorrijtuig dat op de openbare weg in het verkeer is, moet verzekerd zijn overeenkomstig de WAM-wet.
  8. De appelrechters hebben geoordeeld dat: - de verweerder met een pocketbike reed op het fietspad op de Mechelsesteenweg te Herent; - een pocketbike een klein motorvoertuig is dat op eigen kracht kan rijden en dat beantwoordt aan de definitie van artikel 2.16 Wegverkeerreglement dat bepaalt dat een motorvoertuig is "elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden"; - de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor het rijden met een pocketbike op een openbare weg niet moet verzekerd zijn overeenkomstig de WAM-wet; - alleszins "de gezinspolis van KBC tussenkomt voor schade veroorzaakt door grasmaaiers, andere dergelijke toestellen en door gemotoriseerd speelgoed als hiervoor geen verplichte verzekering gesloten werd"; - een pocketbike een gemotoriseerd speelgoed is, "weliswaar van een erg gevaarlijke soort".
  9. Het bestreden vonnis dat aanneemt dat de pocketbike een motorrijtuig in de zin van de WAM-wet en van het Wegverkeerreglement is, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor dergelijk motorrijtuig niet moet verzekerd zijn overeenkomstig de bepalingen van de WAM-wet. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering
  10. De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de verweerder vrijspreekt voor de telastlegging D. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de verweerder in de helft van de kosten en laat de overige helft ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Brussel, zitting houdend in hoger beroep. Begroot de kosten op 71,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 22 januari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030410.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.