← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.9 Rolnummer: P.07.1421.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-02-21 Raadplegingen: 176 - laatst gezien 2026-07-03 05:33 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat, met betrekking tot een gerechtelijk onderzoek, bij eerder arrest de verjaring van de strafvordering werd vastgesteld, kan dit onderzoeksgerecht, gevat van een hoger beroep tegen een beschikking van de onderzoeksrechter die uitspraak deed over een verzoek tot opheffing van het in het kader van hoger bedoeld gerechtelijk onderzoek bevolen beslag op fondsen en op een juwelencollectie, geen uitspraak meer doen over dit beslag vermits de strafvordering niet meer aanhangig is. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Persoon benadeeld door een onderzoekshandeling m.b.t. zijn goederen - Verzoek tot opheffing van die handeling - Beschikking - Verwerping - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Eerder arrest dat de verjaring van de strafvordering vaststelt Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 61quater, § 5 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Persoon benadeeld door een onderzoekshandeling m.b.t. zijn goederen - Verzoek tot opheffing van die handeling - Beschikking - Verwerping - Hoger beroep - Eerder arrest dat de verjaring van de strafvordering vaststelt Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 61quater, § 5 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1421.N I (Cassatieberoep nr. 219) PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, tegen

  1. E A, inverdenkinggestelde, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Lieven Denys, advocaat bij de balie te Brussel,
  2. H A, inverdenkinggestelde,
  3. A A, inverdenkinggestelde, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Luc Deleu, advocaat bij de balie te Brussel,
  4. A H A, inverdenkinggestelde,
  5. R E, alias C K, inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Johan Scheers, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Saskia Kerkhofs, advocaat bij de balie te Brussel,
  6. Z G, inverdenkinggestelde,
  7. I K, inverdenkinggstelde, met als raadsman mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel,
  8. H O, inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Johan Scheers, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Saskia Kerkhofs, advocaat bij de balie te Brussel,
  9. I P, alias A S, alias A G, inverdenkinggestelde,
  10. H S, inverdenkinggestelde, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge,
  11. Z S, inverdenkinggstelde,
  12. H T, inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Johan Scheers, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Saskia Kerkhofs, advocaat bij de balie te Brussel,
  13. T, alias T, alias K T, inverdenkinggestelde,
  14. K Y, inverdenkinggestelde, verweerders. II (Cassatieberoep nr. 220) PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, tegen ROJ nv, met maatschappelijke zetel te 9470 Denderleeuw, Fabriekstraat 6, verzoekster tot opheffing van een onderzoekshandeling, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I (nr. 219) is gericht tegen het arrest nr. 2694 van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 september
  15. De eiser voert in deze zaak geen middelen aan. Het cassatieberoep II (nr. 220) is gericht tegen het arrest nr. 2689 van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 september
  16. De eiser voert in deze zaak in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, één middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Bij arrest van 11 oktober 2005 (P.05.1236.N) regelt het Hof het rechtsgebied en vernietigt het de beschikking van 13 mei 2002 van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel die uitspraak doet over de regeling van de rechtspleging ten aanzien van de verweerders in cassatieberoep I. De zaak werd verwezen naar het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling. Op verwijzing stelt het bestreden arrest nr. 2694 vast dat de strafvordering verjaard is. Op 3 april 2007 diende de nv Roj een verzoek in tot opheffing van een onderzoekshandeling, namelijk de inbeslagname op de fondsen die in het kader van het onderzoek in Luxemburg in beslag genomen werden en op de juwelencollectie die in het kader van dit onderzoek in Zwitserland in beslag genomen werd. Het bestreden arrest nr. 2689 oordeelt dat het hof van beroep bij arrest van dezelfde datum de strafvordering verjaard had verklaard, zodat de opheffing van de bedoelde inbeslagnames moet worden bevolen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I Anders dan de verweerders 7 en 12 opwerpen, blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat het cassatieberoep hen is betekend. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet worden verworpen. Ambtshalve onderzoek van het arrest nr. 2694
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Ambtshalve onderzoek van het bestreden arrest nr. 2689 Geschonden wettelijke bepalingen: de artikelen 21 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en 61quater, §5, Wetboek van Strafvordering.
  18. In hoger beroep tegen de beschikking van de onderzoeksrechter die uitspraak deed over een verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen, beveelt het arrest de opheffing van het in het kader van het gerechtelijk onderzoek bevolen beslag op fondsen en op een juwelencollectie.
  19. Het arrest stelt echter ook vast dat, met betrekking tot dat gerechtelijk onderzoek, bij arrest van dezelfde datum de verjaring van de strafvordering is vastgesteld.
  20. Vermits de strafvordering niet meer aanhangig is, konden de appelrechters zonder schending van de bovenvermelde wetsbepalingen geen uitspraak meer doen over dit beslag. Door daarover toch uitspraak te doen, schendt het arrest de vermelde wetsbepalingen . Middel
  21. Gelet op het ambtshalve middel, behoeft het middel geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest nr.
  22. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Verwerpt het cassatieberoep I. Laat de kosten van beide cassatieberoepen ten laste van de Staat. Begroot de kosten in het geheel op 531,47 euro waarvan op het cassatieberoep I 244,56 euro verschuldigd is en op het cassatieberoep II 286,91 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 22 januari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.