← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080124.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080124.1 Rolnummer: C.05.0480.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-02-06 Raadplegingen: 209 - laatst gezien 2026-07-03 05:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 4.4 Wegverkeersreglement houdt in dat de bestuurder of de burgerlijk aansprakelijke persoon de kosten van de verplaatsing niet moet dragen wanneer de bestuurder afwezig is en dienvolgens niet kan aangemaand worden het voertuig te verplaatsen op voorwaarde dat het voertuig "reglementair geparkeerd is", waarmee de wetgever bedoelt de toestand van het geparkeerd voertuig, te beginnen vanaf het ogenblik waarop dit voertuig geparkeerd werd tot op het ogenblik dat de bestuurder in kennis kan gesteld worden van een aanmaning, ingevolge een nieuwe parkeerregeling, zijn voertuig te verplaatsen; dit reglementair parkeren moet derhalve beoordeeld worden over de gehele periode dat het voertuig geparkeerd was. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 4 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Bevel - art. 4 Vrije woorden: Geparkeerd voertuig - Aanmaning te verplaatsen - Reglementair geparkeerd voertuig Tekst van de beslissing Nr. C.05.0480.N GEMEENTE EVERE, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoren te 1140 Evere, Servaes Hoedemaekerssquare 10, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen

  1. R.L., en
  2. P.M., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 16 december 2004 in laatste aanleg gewezen door de Vrederechter van het kanton Sint-Joost-ten-Node. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF
  3. Krachtens artikel 4.4, eerste lid, van het Wegverkeersreglement moet elke bestuurder van een stilstaand of geparkeerd voertuig dit verplaatsen zodra hij daartoe door een bevoegd persoon aangemaand wordt. Krachtens het tweede lid van dit artikel mag de bevoegde persoon, indien de bestuurder weigert of afwezig is, ambtshalve voor de verplaatsing zorgen. De verplaatsing gebeurt dan op risico en kosten van de bestuurder en de burgerlijk aansprakelijke personen, behalve wanneer de bestuurder afwezig is en het voertuig reglementair geparkeerd is.
  4. Deze wettelijke bepaling houdt in dat de bestuurder of de burgerlijk aansprakelijke persoon de kosten van de verplaatsing niet moet dragen wanneer de bestuurder afwezig is en dienvolgens niet kan aangemaand worden het voertuig te verplaatsen op voorwaarde dat het voertuig reglementair geparkeerd is. Met "reglementair geparkeerd is" bedoelt de wetgever de toestand van het geparkeerd voertuig, te beginnen vanaf het ogenblik waarop dit voertuig geparkeerd werd tot op het ogenblik dat de bestuurder in kennis kan gesteld worden van een aanmaning, ingevolge een nieuwe parkeerregeling, zijn voertuig te verplaatsen. Dit reglementair parkeren moet derhalve beoordeeld worden over de gehele periode dat het voertuig geparkeerd was.
  5. Het middel, in zoverre het aanvoert dat voor de toepassing van voormeld artikel 4.4, tweede lid, met betrekking tot de kosten van verplaatsing, de beoordeling dat het voertuig reglementair geparkeerd is, uitsluitend moet gebeuren op het ogenblik dat de bestuurder zou zijn aangemaand het voertuig te verplaatsen ware hij alsdan niet afwezig geweest, en het voertuig verplaatst wordt, faalt naar recht.
  6. Voorts verantwoordt het bestreden vonnis zijn beslissing met de overweging dat het opgelegde parkeerverbod niet op voorhand aangekondigd was, zodat de betrokken bestuurder hiervan onwetend was op het ogenblik dat hij het voertuig reglementair parkeerde. De omstandigheid dat nadien door het regelmatig aanbrengen van een verkeersbord een tijdelijk parkeerverbod op regelmatige wijze werd opgelegd, doet hieraan geen afbreuk gelet op het door de vrederechter vastgestelde gegeven dat voor het betrokken voertuig geen parkeerbeperking in de tijd bestond. In zoverre het middel aanvoert dat het bestreden vonnis de artikelen 2.45, 5, 70.1 en 70.2.1.1° van het Wegverkeersreglement schendt, kan het niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 525,55 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheer Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 24 januari 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080124.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.