id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080205.1 Rolnummer: P.07.1682.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-02-21 Raadplegingen: 190 - laatst gezien 2026-07-03 05:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche De feitenrechter vermag de door het onderzoeksgerecht regelmatig aangenomen verzachtende omstandigheden niet te verwerpen en zich onbevoegd te verklaren op de enkele grond van een eigen beoordeling van de subjectieve waarde ervan. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen onderzoeksgerecht en vonnisgerecht - Verzachtende omstandigheden UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE (STRAFZAKEN) - Regeling van rechtsgebied Vrije woorden: Subjectieve beoordeling door het vonnisgerecht Wettelijke bepalingen: Wet - 04-10-1867 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1867100450 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1682.N ARBEIDSAUDITEUR BIJ DE ARBEIDSRECHTBANK TE IEPER, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, in de zaak van
- G W J V, beklaagde,
- D P A V, beklaagde en civielrechtelijk aansprakelijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De verzoeker vraagt regeling van rechtsgebied ingevolge: - de beschikking van de raadkamer bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper van 25 november 2005; - het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 april 2006; - het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Ieper van 24 september
- De eiser zet in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, de redenen van het verzoek uiteen. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het hierboven vermelde arrest van 4 april 2006 verklaart het hoger beroep van de verweerders tegen de beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper van 25 november 2005 niet ontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op de verwijzing, en voor het overige ontvankelijk maar ongegrond, met bevestiging van de beroepen beschikking. Die beschikking van de raadkamer verwijst de verweerders naar de correctionele rechtbank wegens de feiten: - A) valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken; - B) onjuiste aangifte aan de RSZ; - C) geen aangifte aan de RSZ; - D) onjuist of onvolledig bijhouden van individuele rekeningen; met samenhang: - E) gebruik van niet-verzegelde tachograaf; - F) inbreuken op de Verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer; - G) inbreuken op de Verordening (EEG) nr. 3820/85 van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer.
- Het hierboven vermelde vonnis van 24 september 2007 oordeelt dat: - de verweerders ingevolge de beschikking van de raadkamer te Ieper van 25 november 2005 naar de correctionele rechtbank werden verwezen voor de telastlegging A, met in acht name van verzachtende omstandigheden voortspruitende uit "de afwezigheid van vroegere zware veroordelingen"; - door de beweegredenen van de eindvordering van de procureur-generaal over te nemen, de kamer van inbeschuldigingstelling in haar voormeld arrest voor de verwijzing van de feiten A eveneens verzachtende omstandigheden in aanmerking nam, voortvloeiende uit "de afwezigheid van vroegere zware veroordelingen"; - de eerste verweerder blijkens zijn strafregister reeds werd veroordeeld wegens valsheid in geschriften, gebruik van valse stukken en een inbreuk op de werkloosheidsreglementering, zodat de aangenomen verzachtende omstandigheden in werkelijkheid niet aanwezig zijn; - er duidelijk samenhang bestaat tussen de telastlegging A, als misdaad omschreven feiten, en de overige telastleggingen; - de rechtbank onbevoegd is om van het geheel van de telastleggingen kennis te nemen.
- Tegen de beschikking van de raadkamer die de rechtspleging regelt, staat vooralsnog geen rechtsmiddel meer open en het vonnis van de correctionele rechtbank heeft kracht van gewijsde. Artikel 3 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden bepaalt dat de correctionele rechtbank naar welke de verdachte is verwezen, zich niet onbevoegd kan verklaren ten aanzien van de verzachtende omstandigheden of de reden van verschoning. Hieruit volgt dat de feitenrechter niet vermag zoals te dezen de door het onderzoeksgerecht regelmatig aangenomen verzachtende omstandigheden te verwerpen en zich onbevoegd te verklaren op de enkele grond van een eigen beoordeling van de subjectieve waarde ervan. Bijgevolg bestaat er grond tot regeling van rechtsgebied met toepassing van artikel 526 Wetboek van Strafvordering. Dictum Het Hof, Regelt het rechtsgebied. Vernietigt het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Ieper van 24 september
- Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Verwijst de zaak naar de Correctionele Rechtbank te Ieper, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 5 februari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080205.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div