id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080207.2 Rolnummer: C.05.0371.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2008-02-21 Raadplegingen: 448 - laatst gezien 2026-07-03 05:30 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De opdrachtgever wordt niet beschouwd als de ontwerper van een tekening of model, in de zin van artikel 6, tweede lid, van de B.T.M.W., als een model of tekening in opdracht wordt ontworpen, met het oog op gebruik in handel of nijverheid, zonder dat een voortbrengsel waarin dit model of deze tekening is belichaamd, het voorwerp is van verhandeling door de opdrachtgever; een model dat is belichaamd in een voortbrengsel dat door de ontwerper wordt verhuurd voor eenmalig gebruik en niet is ontworpen met het oog op vervaardiging of verhandeling ervan door de opdrachtgever, wordt niet beschouwd als een model ontworpen met het oog op het gebruik in handel en nijverheid
(1)Benelux Hof, 22 juni 2007, nr A 2006/13, www.courbeneluxhof.be., met concl. adv.-gen. Dubrulle. Thesaurus CAS: BENELUX - VERDRAGSBEPALINGEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Tekening of model - Benelux - Beschermingsvoorwaarden - Beneluxtekening of -model Vrije woorden: Benelux Tekeningen en Modellenwet - Artikel 6, tweede lid - Model of tekening ontworpen in opdracht - Auteursrechtelijke bescherming - Voorwaarden - Ontwerp met het oog op het gebruik in handel en nijverheid Wettelijke bepalingen: Wet - 25-10-1966 - Art. 6, tweede lid Thesaurus CAS: TEKENINGEN EN MODELLEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Tekening of model - Benelux - Beschermingsvoorwaarden - Beneluxtekening of -model Vrije woorden: Benelux Tekeningen en Modellenwet - Artikel 6, tweede lid - Model of tekening ontworpen in opdracht - Auteursrechtelijke bescherming - Voorwaarden - Ontwerp met het oog op het gebruik in handel en nijverheid Wettelijke bepalingen: Wet - 25-10-1966 - Art. 6, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. C.05.0371.N ELECTROLUX HOME PRODUCTS B.V., vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 2404 Alphen Aan Den Rijn (Nederland), Vennootsweg 1, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 81, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen MULTIMEDIA MAATSCHAPPIJ VAN DE AUTEURS VAN DE VISUELE KUNSTEN, (SOFAM), coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te1030 Brussel, Frans Courtenslaan 131, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 2 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Het Hof heeft op 1 juni 2006 een prejudiciële vraag gesteld aan het Benelux-Gerechtshof. Het Benelux-Gerechtshof heeft die vraag op 22 juni 2007 beantwoord. De verweerster heeft na het arrest van het Benelux-Gerechtshof opmerkingen neergelegd. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft mondelinge opmerkingen gemaakt. II. FEITEN Uit het verzoekschrift blijken de volgende gegevens: De verweerster is een beheersmaatschappij die houdster is van de auteursrechten van haar vennoten. Bij toetreding doen de leden afstand van al hun auteursrechten in haar voordeel. D.D.K. is vennoot van de verweerster. Hij is een designer die zijn beroep uitoefent onder de benaming "Conceptor's Office & Services", afgekort "COS". De eiseres verdeelt elektrische huishoudapparaten onder de merken AEG, Electrolux en Zanussi. Voor de periode van 1996 tot 1998 heeft D.D.K. elk jaar een stand verwezenlijkt voor de eiseres voor de beurs Batibouw. Voor de beurs van 1998 maakte D.D.K. op 17 december 1997 een offerte. Als totale huurprijs ("prix total de location") werd een bedrag van 6.986.500 BEF, thans 173.190,81 euro, exclusief BTW, opgegeven. De eiseres aanvaardde deze offerte. De beursstand werd uitgevoerd en D.D.K. factureerde het bedrag van 6.986.500 BEF, vermeerderd met de BTW, wat door de eiseres volledig werd voldaan. Dit bedrag omvat een bedrag van 5.752.890 BEF aan uitvoeringskosten, die D.D.K. aan zijn onderaannemers betaalde. Voor haar deelname aan de beurs Batibouw van 1999 deed de eiseres geen beroep op D.D.K.. De verweerster meende evenwel dat de eiseres in 1999 een stand heeft laten maken die zeer sterk geleek op de stand die in 1998 door D.D.K. werd gemaakt, minstens wat de onderdelen Electrolux en Zanussi betrof. De verweerster stelde de eiseres in gebreke bij brief van 28 juli
- De eiseres zou een inbreuk hebben gepleegd op de rechten van D.D.K. door de stand minstens gedeeltelijk te reproduceren of te laten reproduceren zonder zijn voorafgaande toestemming. Zij vorderde hiervoor een schadevergoeding. De eiseres betwistte die vordering bij brief van 21 september 1999, stellende dat de stand niet van auteursrechtelijke bescherming kan genieten nu hij niet voldoet aan de vereiste van een "duidelijke kunstzinnig karakter" bedoeld in artikel 21, 1°, van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen en modellen. In latere briefwisseling bleven de partijen op hun standpunt. III. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 6.2 en 23 van de Eenvormige Beneluxwet van 25 oktober 1966 inzake tekeningen en modellen, goedgekeurd bij wet van 1 december 1970 (hierna: BTMW) (artikel 23 zoals van toepassing vóór zijn wijziging bij (protocol) 20 juni 2002, goedgekeurd bij wet van 13 maart 2003). Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest, dat het vonnis a quo hervormt, veroordeelt de eiseres tot betaling van een schadevergoeding van 27.500,00 euro wegens schending van het auteursrecht van de verweerster op een beursstand en steunt zijn beslissing dat de verweerster en niet de eiseres houder is van het auteursrecht op volgende motieven: "Terecht voert (de eiseres) aan dat een beursstand een product is met een utilitair karakter. Een beursstand wordt niet gecreëerd uit louter artistieke overwegingen. De bedoeling is dat de beursdeelnemer deze stand gebruikt om zichzelf en zijn producten voor te stellen aan het publiek en om potentiële klanten te lokken. (De eiseres) heeft een beursstand besteld bij de heer D.D.K.. De overeenkomst tussen partijen heeft betrekking op een beursstand en niet op de plannen voor een beursstand. Evenmin doet het argument van (de verweerster) dat een beursstand uniek is en slechts eenmalig wordt gebruikt, hieraan afbreuk. De beursstand blijft een product om te worden gebruikt in de handel, ook al gaat het maar om een eenmalig gebruik. De voorgaande overwegingen betekenen dat de beursstand zowel van de bescherming onder de BTMW als van de bescherming onder de auteurswet kan genieten. (De verweerster) stelt dat zij houder is van het auteursrecht terwijl (de eiseres) aanvoert dat zij de titularis van dit recht is. (De eiseres) steunt op de artikelen 6.2 en 23 van de BTMW. Artikel 23 BTMW schrijft voor dat, wanneer een tekening of model met een duidelijk kunstzinnig karakter onder de omstandigheden als bedoeld in artikel 6 BTMW werd ontworpen, het auteursrecht inzake bedoelde tekening of model toekomt aan degene die overeenkomstig het in dat artikel bepaalde als de ontwerper wordt beschouwd. Artikel 6.2 BTMW bepaalt dat, indien een tekening of model op bestelling is ontworpen, degene die de bestelling heeft gedaan, behoudens andersluidend beding, als ontwerper wordt beschouwd, mits de bestelling is gedaan met het oog op een gebruik in de handel of nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of model is belichaamd. (De eiseres) meent dat zij als ontwerper in de zin van artikel 6.2 BTMW moet worden beschouwd omdat zij de beursstand besteld heeft bij de heer D.D.K.. Als ontwerper meent zij dan ook de houder te zijn van het auteursrecht. (De verweerster) betwist niet dat de beursstand werd vervaardigd op bestelling van (de eiseres). Zij roept evenwel in dat de heer D.D.K. de beursstand slechts verhuurd heeft aan (de eiseres). Volgens (de verweerster) was het de bedoeling van partijen dat de beursstand slechts éénmaal zou worden gebruikt voor de korte periode van Batibouw
- Na het einde van de beurs zou de heer D.D.K. de stand hebben gedemonteerd en zou hij, zoals gebruikelijk, de bestanddelen die herbruikbaar zijn voor andere standen hebben bewaard terwijl hij de typische bestanddelen die niet meer herbruikbaar zijn, zou hebben vernietigd. (De eiseres) zou geenszins eigenaar zijn geworden van de beursstand. (De eiseres) betwist ten onrechte deze kwalificatie. De offerte van 17 december 1997 spreekt duidelijk van ‘prix total de location' (totale huurprijs). De vermelding in de aanhef van de offerte ‘Voici l'offre de prix pour la construction du stand (...) pour Batibouw 1998' (Hierbij de prijsofferte voor de bouw van de stand (...) voor Batibouw 1998) doet hieraan geen afbreuk. Het gaat om een globale en forfaitaire prijs voor het ter beschikking stellen van een afgewerkte beursstand voor Batibouw 1998 waarin zowel de montage als de demontage zijn begrepen. (De verweerster) dient derhalve te worden bijgetreden in haar standpunt dat de beursstand enkel verhuurd werd aan (de eiseres). (De eiseres) betoogt dat het voor de toepassing van artikel 6.2 BTMW niet ter zake doet of de bestelling wordt gedaan in het kader van een aanne¬ming, koop of huur. Het zou voldoende zijn vast te stellen dat de heer D.D.K. op bestelling van (de eiseres) en voor haar rekening een stand heeft gebouwd waarvoor zij een prijs heeft betaald. Deze zienswijze wordt terecht door (de verweerster) verworpen. De beursstand werd verhuurd voor het gebruik tijdens de korte periode van Batibouw
- Het was niet de bedoeling dat (de eiseres) deze beursstand nadien opnieuw zou gebruiken. De afspraak tussen partijen was een eenmalig gebruik. Dergelijke hypothese wordt niet bedoeld in artikel 6.2 BTMW. Dit artikel moet zo worden geïnterpreteerd dat de persoon in wiens opdracht een tekening of een model wordt ontworpen, enkel als ontwerper ervan kan worden beschouwd indien de tekening of het model ontworpen is met het oog op de vervaardi¬ging en vervolgens verhandeling ervan door de opdrachtgever. Een model ontworpen met het oog op een eenmalig en tijdelijk gebruik, zoals het voorliggend geval, ook al situeert dit gebruik zich in de commer¬ciële sector, beantwoordt niet aan deze vereiste. (De eiseres) kan derhalve niet als ontwerper van de beursstand worden beschouwd, zodat het auteursrecht op de beursstand toekomt aan (de verweerster)". Grieven Artikel 23 (oud) van de Eenvormige Beneluxwet van 25 oktober 1966 inzake tekeningen en modellen bepaalt het volgende: "Wanneer een tekening of model met een duidelijk kunstzinnig karakter onder de omstandigheden als bedoeld in artikel 6 werd ontworpen, komt het auteursrecht inzake bedoelde tekening of model toe aan degene die overeenkomstig het in dat artikel bepaalde als de ontwerper wordt beschouwd". Artikel 6.2 van de Eenvormige Beneluxwet van 25 oktober 1966 inzake tekeningen en modellen bepaalt het volgende: "Indien een tekening of model op bestelling is ontworpen, wordt, behoudens andersluidend beding, degene die de bestelling heeft gedaan als ontwerper beschouwd, mits de bestelling is gedaan met het oog op een gebruik in handel of nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of het model is be¬lichaamd". Om als ontwerper of desgevallend houder van het auteursrecht te worden beschouwd is derhalve vereist dat een tekening of model op bestelling is ontworpen en dat de bestelling is gedaan met het oog op een gebruik in handel of nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of het model is belichaamd. De omstandigheid dat het voortbrengsel waarin de tekening of het model is belichaamd, voor een eenmalig gebruik wordt verhuurd door diegene die op bestelling heeft ontworpen aan diegene die de bestelling heeft gedaan, verhindert niet dat deze laatste in toepassing van artikel 6.2 en van artikel 23 (oud) als ontwerper respectievelijk als houder van het auteursrecht wordt beschouwd. Het bestreden arrest, door anders te beslissen, schendt de artikelen 6.2 en 23 (oud) van de Eenvormige Beneluxwet van 25 oktober 1966 inzake tekeningen en modellen, goedgekeurd bij wet van 1 december
- III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het bestreden arrest oordeelt dat: - de beursstand zowel van de auteursrechtelijke bescherming kan genieten als van de bescherming onder de Eenvormige Beneluxwet inzake Tekeningen of Modellen (hierna BTMW); - de beursstand een model is met een duidelijk kunstzinnig karakter; - de beursstand van de auteursrechtelijke bescherming kan genieten en dat "of er al dan niet een depot is geweest, niet bepalend (is) om de toepassing van de BTMW uit te sluiten". Die beslissingen worden niet bekritiseerd.
- De eiseres voert aan dat zij een bescherming kan genieten als ontwerper of desgevallend als houder van het auteursrecht en steunt hiervoor op de artikelen 6.2 en 23 van de BTMW en leidt hieruit af dat D.D.K. of de verweerster geen rechten konden laten gelden.
- Het Benelux-Gerechtshof heeft in zijn arrest van 22 juni 2007 voor recht gezegd dat de opdrachtgever niet beschouwd wordt als de ontwerper van een tekening of model, in de zin van artikel 6, tweede lid, van de BTMW, als een model of tekening in opdracht wordt ontworpen, met het oog op gebruik in handel of nijverheid, zonder dat een voortbrengsel waarin dit model of deze tekening is belichaamd, het voorwerp is van verhandeling door de opdrachtgever. Een model dat is belichaamd in een voortbrengsel dat door de ontwerper wordt verhuurd voor eenmalig gebruik en niet is ontworpen met het oog op vervaardiging of verhandeling ervan door de opdrachtgever, wordt niet beschouwd als een model ontworpen met het oog op gebruik in handel en nijverheid.
- Het middel gaat uit van de stelling dat de opdrachtgever van een model, dat is belichaamd in een voortbrengsel dat door de ontwerper voor eenmalig gebruik wordt verhuurd aan degene die de bestelling heeft gedaan, in toepassing van artikel 6, tweede lid, van de BTMW als ontwerper moet worden beschouwd. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 520,27 euro jegens de eisende partij en op de som van 109,67 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, voorzitter Christian Storck, en de raadsheren Etienne Goethals, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 7 februari 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080207.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060601.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div