id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080207.5 Rolnummer: C.05.0233.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-02-21 Raadplegingen: 506 - laatst gezien 2026-07-03 07:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De administratieve sancties waarin de Voetbalwet voorziet, kunnen noch door de bevoegde ambtenaar, en bijgevolg noch door de politierechter in graad van beroep, uitgesproken worden met uitstel van tenuitvoerlegging bij ontstentenis van enige wetsbepaling die daarin voorziet. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Sport - Gewelddaden rond sportevenementen Vrije woorden: Politierechtbank - Voetbalwet - Administratieve sanctie - Uitstel van de tenuitvoerlegging - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 21-12-1998 - Artt. 22, 23, en 24 Thesaurus CAS: SPORT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Sport - Gewelddaden rond sportevenementen Vrije woorden: Voetbalwedstrijd - Veiligheid - Inbreuk - Administratieve sanctie - Uitstel van de tenuitvoerlegging - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 21-12-1998 - Artt. 22, 23, en 24 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0233.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 2, met kantoren te 1000 Brussel, Leuvenseweg 1, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen M. A., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 27 april 2004 in hoger beroep gewezen door de Politierechtbank te Hasselt, afdeling Beringen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wetsbepalingen - de artikelen 22, 23, 24, 29, 31 en 37 van de Wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, met dien verstande: - artikel 22: voor zijn wijziging bij wet van 10 maart 2003 (B. S. 31 maart 2003); - artikel 24: zoals gewijzigd bij wet van 26 juni 2000 (B. S. 29 juli 2000, met ingang van 1 januari 2002) en dus voor zijn wijziging bij wet van 10 maart 2003 (B. S. 31 maart 2003); - artikel 29: voor zijn wijziging bij wet van 10 maart 2003 (B. S. 31 maart 2003); - artikel 31: voor zijn wijziging bij wet van 10 maart 2003 (B. S. 21 maart 2003); - artikel 37: zoals gewijzigd bij wet van 26 juni 2000 (B. S. 29 juli 2000, met ingang van 1 januari 2002). - artikel 8 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, met dien verstande: §1 zoals gewijzigd bij wet van 9 januari 1991, bij wet van 11 juli 1994, bij wet van 10 februari 1994, en bij wet van 17 april 2002; §2 zoals gewijzigd bij wet van 11 juli 1994; §4 werd opgeheven bij wet van 4 augustus 1986; - voor zoveel als nodig: de artikelen 8, 9 en 601ter, inzonderheid enig lid, 3°, van het Gerechtelijk wetboek. Aangevochten beslissingen De achtste kamer van de Politierechtbank van het arrondissement Hasselt, afdeling Beringen, burgerlijke afdeling, verklaart in het thans bestreden vonnis van 27 april 2004 het hoger beroep van de verweerder ontvankelijk en deels gegrond, hervormt de bestreden administratieve beslissing van 24 maart 2003 van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid - Voetbalcel - FOD Binnenlandse Zaken, zegt dat de inbreuk op artikel 23 (lees: de artikelen 22 en 23; zie de motivering van het vonnis) van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden bewezen is gebleven en bevestigt de bestre¬den beslissing in die mate: "veroordeelt (de verweerder) tot een administratieve geldboete van zevenhonderd (lees: zevenhonderdvijftig; zie de motivering van het vonnis)
(750)euro met uitstel voor de duur van 3 jaar en een stadionver¬bod voor de duur van zes maanden". De politierechtbank legt de kosten van het geding ten laste van de eiser. De politierechtbank steunt haar beslissing op de vaststellingen dat
(1)de administratieve beslissing van 24 maart 2003 van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid - Voetbalcel - FOD Binnenlandse Zaken, ver¬weerder veroordeelde tot een administratieve geldboete van 750 euro en een administratief stadionverbod van 18 maanden,
(2)de overtreding op de artikelen 22 en 23 van de genoemde voetbalwet voldoende vaststaand was en de feiten door de bestreden beslissing terecht bewezen werden verklaard, en
(3)bij het bepalen van de sanctie rekening moest worden gehouden met alle omstandigheden waarin de feiten zich hebben voorgedaan en een uitstel voor de geldboete van 750 euro kon toegekend worden gedurende drie jaar en een stadionverbod van zes maanden voldoende beteugelend was om de verweerder de ernst van de feiten te doen inzien, in de hoop dat de verweerder zal beseffen dat ook een supporter niet alleen rechten heeft maar ook de verplichting heeft om de voetbalwet na te leven. Grieven De politierechtbank overwoog dat uit de vaststellingen van de verbalisanten bleek dat de verweerder deel uitmaakte van een groep van een 400-tal supporters van K.V. Mechelen die zich op het speelveld begaf om hun onge¬noegen te uiten ten opzichte van het clubbestuur op de hoofdtribune en dat een kleine groep supporters, waarvan de verweerder deel uitmaakte, zich dadelijk naar het bezoekervak begaf om aldaar de supporters van de bezoekende ploeg SK Beveren uit te dagen. De politierechtbank stelde lastens de verweerder een inbreuk vast op de artikelen 22 en 23 van de Wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (vonnis p. 2, in het midden). Overeenkomstig artikel 22 van deze wet kan eenieder die (behou¬dens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt) bepaalde zones van het stadion betreedt of poogt te betreden zonder in het bezit te zijn van een geldig toegangsbewijs voor die zone of die plaatsen betreedt of poogt te betreden die voor het publiek niet toegankelijk zijn, één of meer sancties oplopen als bepaald in artikel
- Als plaatsen die voor het publiek niet toeganke¬lijk zijn worden beschouwd, onder meer het speelveld. Overeenkomstig artikel 23 van dezelfde wet kon een ieder die, alleen of in groep, door zijn gedrag het verloop van een (inter)nationale voetbalwedstrijd verstoort door het aanzetten tot slagen en verwondingen, haat of woede ten op¬zichte van één of meer personen die zich in het stadion bevinden, één of meer sancties oplopen als bepaald in artikel
- Te dezen vormen noch de inbreuken op het voorschrift van artikel 22, noch de inbreuken op het voorschrift van artikel 23 van de genoemde Voetbalwet, een strafrechtelijk gesanctioneerde inbreuk. Deze inbreuken kunnen gesanctioneerd worden overeenkomstig artikel 24 van dezelfde wet, waarvan het eerste lid, voor zijn wijziging bij wet van 10 maart 2003, bepaalde: "Overeenkomstig de procedure bepaald in Titel IV kan in geval van overtreding van de artikelen 20, 21, 22 en 23 een administratieve geldboete van 10.000 tot 200.000 BEF en een administratief stadion verbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd, of één van deze sancties alleen". Naar luid van het tweede lid van artikel 29 van dezelfde wet van 21 december 1998 dient de administratieve sanctie in verhouding te staan tot de ernst van de feiten die haar verantwoorden, en in verhouding tot de eventuele herhaling, terwijl overeenkomstig het derde lid van deze bepaling, eveneens zoals van kracht voor zijn wijziging bij wet van 10 maart 2003, de vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op de genoemde artikelen het voorwerp zal uitmaken van één enkele administratieve geldboete en één enkel administratief stadionverbod, of van één van deze sancties, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten. Overeenkomstig artikel 37 van dezelfde wet van 21 december 1998 kunnen, indien er verzachtende omstandigheden zijn, de administratieve geldboetes, bepaald in de artikelen 18 en 24 worden verminderd tot beneden hun mi¬nimum, zonder dat zij ooit lager kunnen zijn dan 10.000 BEF (thans 250 euro) voor een sanctie op basis van artikel 18, of lager dan 5.000 BEF (thans 125 euro) voor een sanctie op basis van artikel
- Tegen de administratieve beslissing van de in artikel 26 van genoemde wet van 21 december 1998 bedoelde ambtenaar kan overeenkomstig artikel 31 van de genoemde wet van 21 december 1998 beroep worden aangete¬kend bij de politierechtbank, die dienaangaande bevoegd wordt verklaard door artikel 601ter, enig lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek. De politierechtbank bezat derhalve de volstrekte bevoegdheid, bedoeld bij de artikelen 8 en 9 van het Gerechtelijk Wetboek, dienaangaande uitspraak te doen, wat inhoudt dat niets van wat onder de beoordeling van de administratie valt, aan de controle van de rech¬ter mag ontsnappen. Uit geen enkele bepaling blijkt dat het uitstel van de tenuitvoerlegging van de administratieve sanctie, zoals deze ten aanzien van strafrechtelijke veroordelingen geregeld wordt in artikel 8 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, toepasselijk zou kunnen zijn ten aanzien van administratieve sancties, zoals deze bedoeld in artikel 24 van de genoemde wet van 21 december 1998, temeer daar de te dezen aan de verweerder ten laste gelegde inbreuken geen strafrechtelijk gesanctioneerde misdrijven ople¬veren. De politierechtbank bezat derhalve niet de mogelijkheid de ad¬ministratieve sanctie, bestaande in een administratieve geldboete en een admini¬stratief stadionverbod, geheel of gedeeltelijk gepaard te laten gaan met een uitstel van de tenuitvoerlegging. De politierechtbank miskende aldus alle in dit middel genoemde wetsbepalingen. III. BESLISSING VAN HET HOF
- Artikel 24 van de Wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden voorziet in de mogelijkheid om, in geval van overtreding van onder meer de artikelen 22 en 23, een administratieve geldboete en/of een administratief stadionverbod op te leggen, dit overeenkomstig de in de navolgende artikelen bepaalde administratieve rechtspleging met mogelijkheid tot hoger beroep bij de politierechtbank.
- Noch de bevoegde ambtenaar, en bijgevolg noch de politierechter, kunnen in het raam van deze rechtspleging, bij ontstentenis van enige wetsbepaling, een uitstel van tenuitvoerlegging van de administratieve sanctie uitspreken.
- De politierechter die in het onderhavige geval de overtreding door de verweerder van de artikelen 22 en 23 van de vermelde wet bewezen verklaart en hem, benevens een stadionverbod voor de duur van zes maanden, een geldboete oplegt van 750,00 euro met uitstel van tenuitvoerlegging voor de duur van drie jaar, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit sancties oplegt aan de verweerder en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Politierechtbank te Tongeren. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 7 februari 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080207.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160624.2 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160624.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180411.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div