← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080212.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 65- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.

BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Soorten STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Eendaadse samenloop FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Samenloop - Misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet - Douane en accijnzen - Straftoemeting - Geldboete - Bijzonder karakter - Wijze van berekening Wettelijke bepalingen:

Art. 65

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Soorten STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Eendaadse samenloop FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Misdrijven - Misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet - Geldboete - Bijzonder karakter - Wijze van berekening Wettelijke bepalingen:

Art. 65

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 4 Wanneer de strafrechter, aan wie gelijktijdig verschillende misdrijven inzake douane en accijnzen worden voorgelegd, waarvan het ene bestraft wordt met een veelvoud van de ontdoken belasting en het andere met een geldboete waarvan het maximum wettelijk beperkt is, oordeelt dat deze misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet maar de beklaagde toch veroordeelt tot twee onderscheiden geldboetes, kort het Hof van Cassatie de veroordeling in en vernietigt het, zonder verwijzing, de beslissing in zoverre het de beklaagde ook veroordeelt tot de geldboete voor het misdrijf waarvan het maximum wettelijk beperkt is

(2).
(2)Over gedeeltelijke cassatie en cassatie zonder verwijzing, zie: M. De Swaef, Penaal cassatieberoep van nu en straks: enkele denkrichtingen voor de toekomst, Verslag van het Hof van Cassatie 2005,
(114)
  1. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Soorten STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop - Eendaadse samenloop FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Douane en accijnzen - Misdrijven - Misdrijf bestraft met een veelvoud van de ontdoken belasting - Misdrijf bestraft met een geldboete met een beperkt maximum - Misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet - Bestraffing met twee onderscheiden geldboetes - Vernietiging met inkorting Tekst van de beslissing Nr. P.07.1546.N S D, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen van de provincie Hasselt, met zetel te 3500 Hasselt, Voortstraat 41-43-45, vervolgende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 25 september
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. FEITEN EN VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING De eiseres wordt door de verweerder vervolgd voor feit I, overtreding in 2001 van het koninklijk besluit van 3 april 1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, en feit II, overtreding in 2001 van de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank. De correctionele rechtbank legde de eiseres voor deze feiten afzonderlijke straffen op, namelijk: - voor feit I een geldboete van 15.600 euro en 3 maanden vervangende gevangenisstraf met bevel tot sluiting van de slijterij tot na betaling van de openingsbelasting; - voor feit II een geldboete van 85,40 euro en 2 maanden vervangende gevangenisstraf en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen met bevel tot sluiting van de slijterij tot na betaling van de geldboete. Op civielrechtelijk gebied veroordeelde de rechtbank de eiseres tot betaling van de nog verschuldigde openingsbelasting van 7.800 euro. De eiseres kwam tegen dit vonnis in hoger beroep, evenals de verweerder maar enkel wat feit II betreft. Het bestreden arrest overweegt dat de verschillende bewezen feiten de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet zijn, bevestigt de bevolen sluiting en verbeurdverklaring en spreekt met eenparigheid van stemmen tegen de eiseres volgende straffen uit: - voor feit I een geldboete van 15.600 euro en 3 maanden vervangende gevangenisstraf; - voor feit II een geldboete van 170,80 euro. Op civielrechtelijk gebied veroordeelt het bestreden arrest de eiseres tot betaling van de verschuldigde openingsbelasting van 7.800 euro en van het verschuldigde vergunningsrecht van 85,40 euro. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek: bij toepassing van deze wetsbepaling kon het bestreden arrest de eiseres niet wettig veroordelen tot twee onderscheiden geldboetes van 15.600 euro en 170,80 euro.
  4. Wanneer de strafrechter aan wie gelijktijdig verschillende misdrijven worden voorgelegd, oordeelt dat deze de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, dan mag hij overeenkomstig artikel 65, eerste lid, Strafwetboek daarvoor slechts één straf, namelijk de zwaarste uitspreken.
  5. Uit het bijzonder karakter van de geldboete inzake douane en accijnzen, gelijk aan de verschuldigde rechten of een veelvoud ervan, volgt dat wanneer verschillende dergelijke feiten de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, de krachtens artikel 65 Strafwetboek uit te spreken enige geldboete moet berekend worden op de som van de door die misdrijven ontdoken rechten. Deze regel kan alleen maar toegepast worden voor zover de verschillende geldboetes berekend moeten worden overeenkomstig de ontdoken rechten.
  6. Op het ogenblik van de feiten waren de toepasselijke straffen voor de beide misdrijven een geldboete van tweemaal de belasting (artikel 35, § 1, koninklijk besluit van 3 april 1953 en artikel 25, § 1, wet 28 december 1983). Op datum van de uitspraak van het arrest is evenwel het feit II, na de opheffing van artikel 25, § 1, en wijziging van artikel 25, § 2, van de wet van 28 december 1983 door het artikel 14 van de wet van 17 mei 2004 tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke dranken en betreffende het vergunningsrecht, nog maar strafbaar met een geldboete van 250 euro tot 500 euro. Daar deze nieuwe geldboete een beperkt maximum heeft, is ze milder dan deze op het ogenblik van de feiten.
  7. De zwaarste straf voor de feiten waarvan de appelrechters hier overeenkomstig artikel 65, eerste lid, Strafwetboek de eenheid van misdadig opzet aannemen, is derhalve de geldboete gesteld op het feit I. De appelrechters konden anderzijds, na de vermelde wetswijziging, boven de geldboete gesteld op het feit I niet meer de anderssoortige en beperkte geldboete voor het feit II opleggen. Dit gedeelte van de veroordeling kan worden ingekort zonder dat het Hof daarvoor in de beoordeling van de zaak zelf moet treden. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  8. Afgezien van de veroordeling tot de geldboete voor het feit II zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres voor het feit II veroordeelt tot betaling van een geldboete van 170,80 euro en tot sluiting van de slijterij tot na betaling van die geldboete. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres in de helft van de kosten van haar cassatieberoep en laat de overige helft van die kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 12 februari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080212.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040113.12 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040420.8 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090519.5 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131008.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.