id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Artikel 23
- Verbeurdverklaring - Aard Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, §§ 1 en 2, en 43 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 22-10-
Art. 23
Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Andere Vrije woorden: Wet 22 okt.
Artikel 23
- Verbeurdverklaring - Aard Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, §§ 1 en 2, en 43 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 22-10-
Art. 23
Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Andere Vrije woorden: Veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring - Bijzondere verbeurdverklaring - Douane en accijnzen - Wet 22 okt.
Artikel 23
- Verbeurdverklaring - Aard Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, §§ 1 en 2, en 43 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 22-10-
Art. 23
Fiches 4 - 5 De veroordeling inzake douane en accijnzen tot betaling van de tegenwaarde bij niet-wederoverlegging van verbeurdverklaarde goederen is een civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling tot verbeurdverklaring
(1).
(1)Zie: Cass., 21 sept. 1999, AR P.98.1346.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990921.8, A.C., 1999, nr. 474; Cass., 29 april 2003, AR P.02.1459.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.8 en P.02.1578.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.8, A.C., 1999, nr. 268; Cass., 29 april 1999, AR P.02.1461.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.9, A.C., 1999, nr. 269; Cass., 31 okt. 2006, AR P.06.0928.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.8, A.C., 2006, nr.
- Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Andere Vrije woorden: Douane en accijnzen - Verbeurdverklaring - Veroordeling tot betaling van de tegenwaarde in geval van niet-wederoverlegging - Aard Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Andere Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Veroordeling tot betaling van de tegenwaarde in geval van niet-wederoverlegging - Aard Tekst van de beslissing Nr. P.07.1562.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, voor wie optreedt de Directeur der Douane en Accijnzen van de provincie Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 41-43-45, vervolgende partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D L C B, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 september 2007 op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 13 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. FEITEN EN VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 februari 2005 achtte de verweerder schuldig aan overtreding van de artikelen 7 en 23 van de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie, thans de wet betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit, en veroordeelde hem tot betaling van een geldboete van 702.130,07 euro, zijnde tienmaal de ontdoken accijns, bijzondere accijns en energiebijdrage, verklaarde de producten waarop de accijns is verschuldigd, verbeurd, veroordeelde de verweerder bij niet-wederoverlegging ervan tot het betalen van de tegenwaarde ervan, zijnde 17.136,16 euro, verplichtte hem tot het betalen van een bijdrage en verwees hem in de kosten, hierin begrepen een vergoeding. De verweerder stelde tegen dit arrest cassatieberoep in. Bij arrest van 27 september 2005 stelde het Hof het Arbitragehof, thans Grondwettelijk Hof genaamd, een prejudiciële vraag in verband met het artikel 23 van de wet van 22 oktober 1997 dat de strafrechter niet toelaat verzachtende omstandigheden in aanmerking te nemen en de straf te matigen. In zijn arrest nr. 138/2006 van 14 september 2006 zegde het Grondwettelijk Hof dat artikel 23, eerste lid, van de wet van 22 oktober 1997 de artikelen 10 en 11 Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6.1 EVRM, schendt in zoverre het de rechter niet toestaat om, wanneer er verzachtende omstandigheden bestaan, de erin bepaalde geldboete op enigerlei wijze te matigen. Het Hof vernietigde daarop bij arrest van 13 februari 2007 het bestreden arrest in zoverre het de verweerder veroordeelde tot straf, hierin begrepen de verbeurdverklaring en de veroordeling bij niet-wederoverlegging, en tot het betalen van een bijdrage en in de kosten, en verwees de beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Bij het thans bestreden arrest van 27 september 2007 oordeelt het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, dat de redelijke termijn is overschreden. Het verklaart daarop verweerders hoger beroep ontvankelijk, bevestigt het beroepen vonnis van de Correctionele Rechtbank te Hasselt met betrekking tot de bijzondere vergoeding van 25 euro en de gerechtskosten, mits deze wijziging dat de bijzondere vergoeding thans wordt bepaald op 28,84 euro; doet het beroepen vonnis teniet in zoverre het de verweerder veroordeelde tot straf, meer bepaald tot betaling van een geldboete van 702.130,70 euro, verbeurdverklaring en veroordeling bij niet-wederoverlegging en tot het betalen van een solidariteitsbijdrage, en opnieuw wijzende, veroordeelt de verweerder bij wijze van eenvoudige schuldigverklaring en zegt dat de verweerder thans geen solidariteitsbijdrage meer verschuldigd is. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van: - artikel 23, inzonderheid derde lid, van de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en accijnstarieven inzake minerale olie; - de artikelen 42, 1º en 2º (zoals na de wet van 4 mei 1999), 43 (zoals gewijzigd bij de wet van 17 juli 1990), en 43bis, inzonderheid tweede lid (zoals na de wet van 19 december 2002) Strafwetboek; - artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.
- Daar de verbeurdverklaring van artikel 23 van de wet van 22 oktober 1997, een straf is, namelijk een bijzondere verbeurdverklaring in de zin van de artikelen 42, §§ 1 en 2, en 43 Strafwetboek en van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, verplicht deze laatste wetsbepaling de rechter die een eenvoudige schuldigverklaring uitspreekt, niettemin die verbeurdverklaring uit te spreken; anderzijds is de veroordeling tot betaling van de tegenwaarde bij niet-wederoverlegging van verbeurdverklaarde goederen een civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling tot verbeurdverklaring. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het nalaat tegen de verweerder uit te spreken:
- de verbeurdverklaring van de producten waarop accijns verschuldigd was,
- de veroordeling tot betaling van de tegenwaarde van die goederen bij niet-voortbrenging ervan. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten op 149,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 12 februari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080212.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110215.4 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160119.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251007.2N.19 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990921.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.9 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091208.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160628.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div