id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080214.14 Rolnummer: D.07.0025.N Kamer: AGV - Assemblée gén./Alg.Vergadering Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-03-11 Raadplegingen: 431 - laatst gezien 2026-07-03 05:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een verzoek tot herziening van een tuchtrechtelijke beslissing biedt aan de persoon gestraft met een tuchtstraf de mogelijkheid die beslissing aan te vechten indien hij een nieuw feit kan aanvoeren dat zich heeft voorgedaan sedert die beslissing of een omstandigheid waarvan hij toen het bestaan niet heeft kunnen aantonen en die van aard is te bewijzen dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan de feiten die hem tuchtrechtelijk ten laste werden gelegd of dat hij zich slechts schuldig heeft gemaakt aan lichtere feiten; de omstandigheid dat de wet een ten tijde van de aangevochten beslissing nog niet bestaande tuchtstraf heeft ingevoerd is geen nieuw feit van die aard, zodat een daarop gesteund verzoek tot herziening niet ontvankelijk is
(1).
(1)Zie Cass., 12 april 2000, AR P.00.251.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000412.17, A.C., 2000, nr
- Thesaurus CAS: HERZIENING - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Herziening in strafzaken Vrije woorden: Rechterlijke tucht - Tuchtstraf - Nieuw feit - Begrip - Nieuwe wet - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 427quater, eerste lid Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE TUCHT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Herziening in strafzaken Vrije woorden: Tuchtstraf - Herziening - Nieuw feit - Begrip - Nieuwe wet - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 427quater, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. D.07.0025.N A. K., verzoeker tot herziening van een arrest van het Hof van Cassatie van 25 juni
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoek tot herziening is gericht tegen een arrest op 25 juni 1998 gewezen door het Hof van Cassatie, in algemene vergadering. De verzoeker werd op de openbare terechtzitting van 14 februari 2008 gehoord. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF
- Krachtens het artikel 427quater, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan iedere persoon gestraft met een tuchtstraf een verzoek tot herziening richten aan de tuchtoverheid die hem heeft gestraft, indien hij aantoont over een nieuw element te beschikken. De betrokkene heeft aldus de mogelijkheid een tuchtrechtelijke beslissing aan te vechten, indien hij een nieuw feit kan aanvoeren dat zich heeft voorgedaan sedert de aangevochten beslissing of een omstandigheid waarvan hij het bestaan niet heeft kunnen aantonen ten tijde van de berechting en die van aard is te bewijzen dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan de feiten die hem tuchtrechtelijk ten laste werden gelegd of dat hij zich slechts schuldig heeft gemaakt aan lichtere feiten.
- Het verzoek tot herziening strekt ertoe de beslissing van het Hof van 25 juni 1998, waarbij de verzoeker werd ontzet uit zijn ambt van rechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen, te wijzigen en de opgelegde tuchtstraf te veranderen in een ontslag van ambtswege. Ter ondersteuning van dit verzoek, voert de verzoeker aan dat : - op heden, ingevolge de wet van 7 mei 1999, naast de ontzetting uit het ambt of de afzetting, ook de nieuwe tuchtstraf van het ontslag van ambtswege door de tuchtoverheid kan worden opgelegd ; - zo deze mogelijkheid reeds had bestaan ten tijde van de berechting, het Hof hoogstwaarschijnlijk deze laatste straf zou hebben opgelegd, nu de feiten waarvoor hij strafrechtelijk was veroordeeld volledig los stonden van de door hem uitgeoefende functie en er dan ook geen reden was zijn rechten op pensioen aan te tasten.
- De omstandigheid dat de wet van 7 mei 1999 de ten tijde van de aangevochten beslissing nog niet bestaande tuchtstraf van het ontslag van ambtswege heeft ingevoerd, is geen nieuw feit van aard de onschuld van de betrokkene aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke feiten te bewijzen of te bewijzen dat hij zich slechts schuldig heeft gemaakt aan lichtere feiten, zodat het verzoek niet ontvankelijk is. Dictum Het Hof, in algemene vergadering, Verwerpt het verzoek. Laat de kosten gevallen aan de zijde van de verzoeker te zijnen laste. De kosten zijn begroot op de som van 325,00 euro jegens de verzoekende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, in algemene vergadering, PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080214.14 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000412.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div