id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080219.1 Rolnummer: P.07.1648.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2008-02-19 Raadplegingen: 545 - laatst gezien 2026-07-03 05:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De onpartijdigheid waarvan de rechter blijk moet geven, is in de regel bereikt door de houding van die rechter bij de behandeling van de zaak; meer bepaald moet de rechter vooraleer hij bij vonnis over de zaak uitspraak doet, erover waken dat hij geen standpunten inneemt waardoor hij laat verstaan dat hij reeds een mening heeft over de hem voorgelegde geschilpunten; dat berichtgeving in de pers ook de rechter en de jury van het hof van assisen kan bereiken, houdt niet in dat daardoor een schijn van partijdigheid ontstaat
(1)Cass., 15 dec. 2004, AR P.04.1189.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041215.10, A.C., 2004; nr. 612 met concl. adv.-gen. LOOP. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Onafhankelijkheid, onpartijdigheid Vrije woorden: Onpartijdigheid van de rechter - Begrip - Berichtgeving in de pers Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.1 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Onafhankelijkheid, onpartijdigheid Vrije woorden: Artikel 14.1 - Onpartijdigheid van de rechter - Begrip - Berichtgeving in de pers Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.1 Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Onafhankelijkheid, onpartijdigheid Vrije woorden: Onpartijdigheid van de rechter - Begrip - Berichtgeving in de pers Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Wet - 15-05-1981 - Art. 14.1 Annotaties Publicaties: T.Strafr. - X; Noot - 2008, 110-111 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1648.N I - II - III - IV H K L V T, beschuldigde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroecke, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen
- N M, burgerlijke partij,
- LIGA VOOR MENSENRECHTEN vzw, met zetel te 9000 Gent, J. Van Stopenstraat 2, burgerlijke partij,
- R D, burgerlijke partij,
- L V B, burgerlijke partij,
- D D, burgerlijke partij,
- CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, met zetel te 1000 Brussel, Koningstraat 138, burgerlijke partij,
- S K, burgerlijke partij,
- Z K, burgerlijke partij,
- E A, burgerlijke partij,
- E A, burgerlijke partij,
- M T N, burgerlijke partij,
- D M, burgerlijke partij,
- F N, burgerlijke partij,
- A N, burgerlijke partij,
- M K, burgerlijke partij,
- C K, burgerlijke partij,
- A. COLLIN, advocaat, in haar hoe¬danigheid van voogdes ad hoc van de minderjarige B Y, burgerlijke partij,
- K Y, burgerlijke partij,
- D Y, burgerlijke partij,
- A Y, burgerlijke partij,
- I N, burgerlijke partij,
- A N, burgerlijke partij,
- Y D, burgerlijke partij,
- B N, burgerlijke partij,
- NAMNAM bvba, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het arrest van het Hof van Assisen van de Provincie Antwerpen van 11 oktober
- Het cassatieberoep II is gericht tegen het arrest van het Hof van Assisen van de Provincie Antwerpen, van 1 oktober 2007, dat uitspraak doet over eisers verweer betreffende de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering. Het cassatieberoep III is gericht tegen het arrest van het Hof van Assisen van de Provincie Antwerpen van 1 oktober 2007 dat een jurylid ontslaat en vervangt door een ander jurylid. Het cassatieberoep IV is gericht tegen het arrest van het Hof van Assisen van de Provincie Antwerpen van 10 oktober 2007 dat oordeelt over het verzoek tot het stellen van een bijkomende vraag. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep IV
- Het arrest van 10 oktober 2007 oordeelt dat aan de jury een bijkomende vraag dient te worden gesteld met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van de eiser. Aldus doet het arrest recht aan eisers conclusie. Het cassatieberoep is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 EVRM en 14.1 IVBPR: het arrest van 1 oktober 2007 oordeelt onterecht dat de strafvordering ontvankelijk is op grond dat het vermoeden van onschuld enkel betrekking heeft op de houding van de rechters; de informatie die de media hebben verspreid over de toerekeningsvatbaarheid van de eiser, heeft immers het oordeel van de jury dermate kunnen beïnvloeden dat de latere tegenspraak voor het hof van assisen daaraan niet meer kan verhelpen zodat het recht op een eerlijk proces definitief is aangetast.
- De onpartijdigheid waarvan de rechter blijk moet geven, is in de regel bereikt door de houding van die rechter bij de behandeling van de zaak. Meer bepaald moet de rechter vooraleer hij bij vonnis over de zaak uitspraak doet, erover waken dat hij geen standpunten inneemt waardoor hij laat verstaan dat hij reeds een mening heeft over de hem voorgelegde geschilpunten.
- Dat berichtgeving in de pers ook de rechter en de jury van het hof van assisen kan bereiken, houdt niet in dat daardoor een schijn van partijdigheid ontstaat. Dergelijke berichtgeving brengt het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van die beschuldigde voor het bevoegde gerecht, ook voor het hof van assisen, niet onherstelbaar in het gedrang. Immers, tijdens de behandeling van de zaak worden alle gegevens van de zaak onderzocht en aan de tegenspraak der partijen onderworpen. Die tegenspraak laat de beschuldigde toe zijn recht van verdediging ten volle uit te oefenen. Hij kan in openbare rechtszitting alle hem nadelige gegevens, ook deze die de media hebben bekendgemaakt, tegenspreken. Hij kan ook de voor hem gunstige gegevens aan de rechters en de juryleden voorleggen. Het is op basis van die gegevens dat de leden van de jury en, indien nodig, de magistraten van het hof van assisen zich over de schuldvraag uitspreken. Dergelijke behandeling van de zaak kan een eventuele aanvankelijke beïnvloeding van de openbare opinie en, bijgevolg, van de leden van de jury door berichtgeving in de media ongedaan maken. De strafvordering is dan ook niet noodzakelijk niet ontvankelijk omdat de media over een rechtszaak berichten en verslagen of verklaringen weergeven over de toerekeningsvatbaarheid van de beschuldigde. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 6 EVRM en 14.1 IVBPR: ingevolge de herhaalde publicaties van het deskundigenverslag, was inhoudelijke tegenspraak niet meer mogelijk.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of na de berichtgeving in de media al dan niet nog een onpartijdige behandeling van de zaak mogelijk is.
- Het hof van assisen heeft geoordeeld dat in deze zaak "geen ernstige aanwijzing bestaat dat in hoofde van diegenen die recht dienen te spreken, het vermoeden van onschuld van de [eiser] daadwerkelijk is aangetast en dat de onafhankelijkheid van de rechter in het gedrang is gekomen. Er is evenmin een schijn van aantasting van de onpartijdigheid."
- Het onderdeel komt volledig op tegen dit onaantastbare oordeel. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet eisers verweer over de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering.
- Het arrest oordeelt dat: - de rechtspleging voor het hof van assisen uitgaat van een zeer gedetailleerde weergave en behandeling van alle mogelijke relevante feiten en gegevens en dus streeft naar een beoordeling die gegrond is op een meer uitgebreide en meer diepgaande basis dan wat in de pers aangeraakt wordt, terwijl essentieel die behandeling op tegenspraak en objectief gebeurt; - het kennisnemen van in de media verschenen gegevens niet van aard is het objectief beoordelingsvermogen van de rechters en de juryleden zodanig aan te tasten dat hun onpartijdigheid daardoor in het gedrang komt; - hier geen ernstige aanwijzing bestaat dat bij diegenen die recht dienen te spreken, het vermoeden van onschuld van de beschuldigde daadwerkelijk is aangetast en dat de onafhankelijkheid van de rechter in het gedrang is gekomen; - er evenmin een schijn van aantasting van de onpartijdigheid is; - de rechtspleging voorziet in een debat op tegenspraak en er geen aanwijzing bestaat dat deze tegenspraak niet gewaarborgd is, zodat het recht van de beschuldigde op een eerlijk proces geenszins geschonden is.
- Met deze redenen beantwoordt het arrest eisers verweer over de schending van het vermoeden van onschuld ingevolge de berichtgeving in de media, over eisers recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak door een onpartijdige rechter en over zijn recht van verdediging. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 174,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 19 februari 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080219.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041215.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160203.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div