id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080228.1 Rolnummer: C.08.0086.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-02-28 Raadplegingen: 550 - laatst gezien 2026-07-03 09:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De commentaren van de voorzitter van het hof van assisen waarin hij, bij de ondervraging van de beschuldigde, uiting geeft van zijn overtuiging dat de verklaringen van de beschuldigde niet overeenstemmen met de werkelijkheid, gaan de grenzen te buiten van wat toegelaten is aan de actieve rechter en aan de voorzitter van een assisenhof in het bijzonder, en kunnen bij de beschuldigde en bij derden gewettigde verdenking doen ontstaan over de geschiktheid van die magistraat om met de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid uitspraak te doen, zodat er aanleiding is tot wraking. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Hof van assisen - Voorzitter - Uiting van overtuiging Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Voorzitter - Wraking - Gewettigde verdenking - Uiting van overtuiging Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° Vrije woorden: Voorzitter - Rol van de actieve rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° Tekst van de beslissing Nr. C.08.0086.N V. P., eiser in wraking, met als raadsman mr. Walter van Steenbrugge en mr. Christine Mussche, advocaten bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Limburgstraat 120-122, in de zaak van PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT en
- G.L.,
- G.C.,
- G.E.,
- L.A.,
- W.W., burgerlijke partijen, allen met als raadsman mr. Jan Leysen, met kantoor te 8500 Kortrijk, Koning Albertstraat 24, en mr. Maarten Ampe, met kantoor te 8790 Waregem, Keukeldam 56, advocaten bij de balie te Kortrijk,
- R.I.,
- L. H.,
- L.M.,
- L. A.,
- L.I.,
- L.F.,
- L.S.,
- L.L., burgerlijke partijen, allen met als raadsman mr. Filip Van Hende, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Baliestraat 28, tegen V.P., beschuldigde, aangehouden,. I. VORDERING Het verzoek tot wraking, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, is neergelegd op de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 19 februari
- Het is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. De magistraat wiens wraking gevorderd wordt, heeft op 20 februari 2008 de bij artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, voorgeschreven verklaring gedaan, luidens welke hij weigert zich van de zaak te onthouden. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. Verzoeker heeft een memorie neergelegd. De burgerlijke partijen hebben eveneens een memorie neergelegd. III. BESLISSING VAN HET HOF
- Krachtens artikel 828, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, kan iedere rechter worden gewraakt wegens gewettigde verdenking. Dit geldt ook voor de voorzitter van het Hof van Assisen.
- Het verzoek tot wraking wordt vooreerst gebaseerd op het feit dat de voorzitter van het Hof van Assisen tot tweemaal toe de beschuldigde een "pipo" heeft genoemd, waarbij de tweede keer deze benaming voorafgegaan werd door de kwalificatie: "onrustig en zenuwachtig". Volgens verzoeker stelt de door de voorzitter gebruikte terminologie verzoeker voor als een "clownesk figuur, wars van enige persoonlijkheidsproblematiek met medische verklaring". De verzoeker voert ook aan dat de voorzitter van het Assisenhof tijdens het verhoor van verzoeker herhaaldelijk openlijk en overtuigend blijk gegeven heeft geen enkel geloof te hechten aan de stelling die verzoeker aangekondigd had te zullen verdedigen. Het verzoek wordt tenslotte gebaseerd op de omstandigheid dat de voorzitter tijdens het verhoor van de beschuldigde gezegd heeft dat hij hem niet geloofde en dat hij feitelijke omstandigheden heeft opgesomd "die hij wel of niet kon bewijzen" zodat de voorzitter aldus de indruk wekte dat hij als voorzitter de bewijslast droeg van de feiten.
- De gewraakte magistraat bevestigt in zijn verklaring dat hij tot tweemaal toe het woord "pipo" heeft gebruikt om het gedrag te kwalificeren dat de beschuldigde, volgens derden, had nadat de feiten waarvoor hij vervolgd werd, gepleegd waren en dat dit zijn onpartijdigheid niet kan aantasten. Dezelfde magistraat verklaart dat hij verplicht was te zeggen, in aanwezigheid van de jury, dat hij geen geloof kon hechten aan bepaalde verklaringen van de beschuldigde over wat gebeurd was na de feiten en dit teneinde te vermijden dat "bij de jury de indruk (wordt gewekt) dat wat de beschuldigde ook antwoordt de waarheid is". Tenslotte ontkent de voorzitter dat hij de bewijslast verlegde maar vermeldt dat hij in het begin van de zitting de beschuldigde ondervroeg over de mogelijke omstandigheden bij de doodslag, daarbij verschillende hypothesen formuleerde waarop de beschuldigde kon reageren zodat de jury precies zou worden ingelicht.
- De commentaren van de voorzitter waarin hij, bij de ondervraging van de beschuldigde, uiting geeft van zijn overtuiging dat de verklaringen van de beschuldigde niet overeenstemmen met de werkelijkheid, gaan de grenzen te buiten van wat toegelaten is aan de actieve rechter en aan de voorzitter van een assisenhof in het bijzonder. Het feit dat de verdediging in een latere fase nog de mogelijkheid had hierop te reageren verandert hier niets aan. Het feit dat de beschuldigde in de akte van verdediging geen preciese verweermiddelen naar voor schoof, is eveneens zonder belang voor de gepercipieerde onpartijdigheid van de rechter. De door de voorzitter gegeven commentaren waren van die aard dat ze bij de verzoeker en bij derden gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over de geschiktheid van die magistraat om met de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid uitspraak te doen. Het verzoek is gegrond. Dictum Het Hof, Beveelt dat de voorzitter van het hof van assisen Erik Van de Sijpe zich zal onthouden van kennisname van de zaak die het voorwerp uitmaakt van de op 18 februari 2008 geopende zitting van het Hof van Assisen van de provincie West-Vlaanderen. Wijst gerechtsdeurwaarder Jacques Lambert, Renier Chalonstraat 46, 1050 Brussel, aan, om het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen en aan raadsheer Eric Van de Sijpe te betekenen. Gelet op artikel 841, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt Eric Van de Sijpe in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 28 februari 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080228.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.19 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110513.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div