id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080228.15 Rolnummer: C.07.0076.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht - Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 203 - laatst gezien 2026-07-03 05:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Vermits de Alleenverkoopwet geen enkele bepaling bevat die de overdracht van een alleenverkoopconcessie regelt, heeft de verplichting om, in het geval van de beëindiging van een verkoopconcessie met uitwerking voor het gehele Belgische grondgebied of een deel ervan, uitsluitend de Belgische wet toe te passen alleen betrekking op de beslechting van de eenzijdige beëindiging van de verkoopconcessie en niet op de beoordeling van de contractuele gevolgen van deze overeenkomst of van de geldigheid van de overdracht ervan, zodat deze wet de toepassing van het door de partijen gekozen recht op de overdracht van de alleenverkoopconcessie niet in de weg kan staan
(1).
(1)Zie F. RIGAUX en M. FALLON, Droit international privé, Brussel, Larcier, 3e ed., nr. 14.
- Thesaurus CAS: KOOP UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Concessie Vrije woorden: Alleenverkoopconcessie voor onbepaalde tijd - Overdracht - Toepasselijk recht Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-06-1980 - Art. 3 Wet - 27-07-1961 - Artt. 1 en 4 Vrije woorden: Alleenverkoopconcessie voor onbepaalde tijd - Overdracht - Rechtskeuze door partijen - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-06-1980 - Art. 3 Wet - 27-07-1961 - Artt. 1 en 4 Vrije woorden: Alleenverkoopconcessie voor onbepaalde tijd - Eenzijdige beëindiging - Dwingende bepalingen van de belgische wet - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-06-1980 - Art. 3 Wet - 27-07-1961 - Artt. 1 en 4 Thesaurus CAS: VREEMDE WET UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Concessie Vrije woorden: Alleenverkoopconcessie voor onbepaalde tijd - Overdracht - Rechtskeuze door partijen - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-06-1980 - Art. 3 Wet - 27-07-1961 - Artt. 1 en 4 Tekst van de beslissing Nr. C.07.0076.N ORCON, naamloze vennootschap, met zetel te 2630 Aartselaar, Kontichsesteenweg 52, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen CARRIER ESPAÑA S.I., vennootschap naar Spaans recht, met zetel te Madrid (Spanje), Paseo de la Castellana 36-38, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 523, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten, op 13 september 2004 en 9 oktober 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. De besloten vennootschap naar Nederlands recht Orcon Holding, hierna genoemd de eiseres, heeft het geding hervat, ingesteld door de naamloze vennootschap naar Belgisch recht Orcon. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De rechtsvoorganger van de eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- De appelrechters stellen vast dat: - de rechtsvoorganger van de eiseres een concessieovereenkomst heeft gesloten met een vennootschap naar Zwitsers recht als concessiegever voor een duur van drie jaar; - deze overeenkomst in artikel VIII voorzag in de toepasselijkheid van het Zwitsers recht; - het Zwitsers recht voor de overdracht van een overeenkomst een geschrift vereist; - de eiseres, die voorhoudt dat deze overeenkomst werd overgenomen door de verweerster, geen geschreven stuk inzake de overdracht van de overeenkomst bijbrengt.
- Krachtens artikel 3 van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op de verbintenissen uit overeenkomst, wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen.
- Krachtens artikel 7 van dit verdrag, kan nochtans gevolg worden toegekend aan de dwingende bepalingen van het recht van een ander land waarmede het geval nauw is verbonden, indien en voor zover deze bepalingen volgens het recht van het laatstgenoemde land toepasselijk zijn, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst.
- De wet van 27 juli 1961 betreffende de eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop, bevat geen enkele bepaling die de overdracht van een alleenverkoopconcessie regelt. De verplichting om in het geval van het artikel 4 van zelfde wet uitsluitend de Belgische wet toe te passen heeft alleen betrekking op de beslechting van de eenzijdige beëindiging van de verkoopconcessie en niet op de beoordeling van de contractuele gevolgen van deze overeenkomst of van de geldigheid van de overdracht ervan, zodat de voormelde wet van 27 juli 1961 de toepassing van het door de partijen gekozen recht op de overdracht van de alleenverkoopconcessie niet in de weg kan staan.
- Op grond van hun vaststellingen vermochten de appelrechters zonder schending van de in het middel aangewezen wetsbepalingen te beslissen dat wat de overdracht van de alleenverkoopconcessie betreft de overeenkomst beheerst wordt door het Zwitsers recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het arrest beslist in de gehele context ervan met de reden dat er een uitdrukkelijke toestemming voor een concessieovereenkomst noodzakelijk is, enkel dat er zekerheid over die uitgedrukte wil moet bestaan en niet dat er een wilsuiting van een bijzondere aard moet voorhanden zijn. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
- Verder geeft het arrest met de reden dat de rechtsvoorganger van de eiseres enige tijd de enige was die de producten van de verweerster in een bepaald gebied verkocht, niet te kennen dat de rechtsvoorganger van de eiseres gedurende een bepaalde tijd in een bepaald gebied een "exclusief verkooprecht" had. Het middel dat van het tegendeel uitgaat, kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 496,25 euro jegens de eisende partij en op e som van 434,00 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 28 februari 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080228.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div