id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080304.15 Rolnummer: P.07.1541.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 680 - laatst gezien 2026-07-03 11:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Ingevolge de artikelen 50 en 55 Jeugdbeschermingswet hebben de stukken van de procedures die de jeugdrechtbank kan hanteren en die betrekking hebben op de persoonlijkheid van de betrokken minderjarige en het milieu waarin hij wordt grootgebracht, en met name de maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken die met toepassing van voormeld artikel 50 zijn bevolen, enkel tot doel, in het belang van de minderjarige, de modaliteiten te bepalen voor het beheer van zijn persoon of de maatregelen die voor zijn opvoeding of behandeling geschikt zijn
(1).
(1)Cass., 12 mei 1999, AR P.99.0036.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990512.1, A.C., 1999, nr 280; Cass., 19 okt. 2005, AR P.05.0807.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.13, A.C., 2005, nr 519 met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH; Cass., 19 okt. 2005, AR P.05.1287.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.14, A.C., 2005, nr 526 met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemeen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Ontvoering minderjarigen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York van 20 november 1989 - Rechten van het Kind Vrije woorden: Maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken - Doel en finaliteit Fiches 2 - 3 Het algemene opzet van de Jeugdbeschermingswet en de finaliteit van de onderzoeken die zij toestaat, staan eraan in de weg dat die stukken in het kader van een strafvervolging worden aangevoerd, zelfs als de overlegging ervan gevraagd wordt door een beklaagde tot staving van zijn verweer; de aard van het psychosociaal of medisch onderzoek dat de jeugdrechtbank beveelt, de inmenging die het betekent in het privé- en familieleven en de vertrouwelijkheid die de wet eraan toekent teneinde de overdracht van een volledig opsporingsonderzoek te garanderen aan de opdrachtgevende overheid, verbieden de aanwending van het verslag van dit onderzoek voor om het even welk ander doeleinde dan dat waarvoor het werd uitgevoerd
(1).
(1)Cass., 12 mei 1999, AR P.99.0036.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990512.1, A.C., 1999, nr 280; Cass., 19 okt. 2005, AR P.05.0807.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.13, A.C., 2005, nr 519 met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH; Cass., 19 okt. 2005, AR P.05.1287.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.14, A.C., 2005, nr 526 met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemeen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Ontvoering minderjarigen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York van 20 november 1989 - Rechten van het Kind Vrije woorden: Maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken - Vervolging wegens niet-afgifte van een kind - Aanwending van gegevens uit de maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken - Wettigheid Thesaurus CAS: ONTVOERING VAN EEN KIND UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemeen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Ontvoering minderjarigen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York van 20 november 1989 - Rechten van het Kind Vrije woorden: Vervolging wegens niet-afgifte van een kind - Maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken bevolen door de jeugdrechtbank - Aanwending van gegevens uit de maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken - Wettigheid Fiches 4 - 5 Artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind is niet rechtstreeks van toepassing voor de strafrechter, bij wie de wegens schending van artikel 342 Strafwetboek ingestelde vervolgingen aanhangig zijn; het staat de rechter die uitspraak doet over het bestaan van dit misdrijf, niet te oordelen over het belang van de kinderen of van de ouders, maar over de vraag of de beklaagde het omgangsrecht zoals in het belang van de kinderen door een rechterlijke beslissing bepaald, naleeft
(1).
(1)Cass., 10 nov. 1999, AR P.99.0689.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991110.20, A.C., 1999, nr 599; Cass., 14 okt. 2003, AR P.03.0591.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.16, A.C., 2003, nr
- Thesaurus CAS: ONTVOERING VAN EEN KIND UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemeen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Ontvoering minderjarigen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York van 20 november 1989 - Rechten van het Kind Vrije woorden: Vervolging wegens niet-afgifte van een kind - Verdrag Rechten van het Kind - Artikel 3 - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemeen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Ontvoering minderjarigen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - ANDERE VERDRAGEN - Verdrag van New York van 20 november 1989 - Rechten van het Kind Vrije woorden: Verdrag Rechten van het Kind - Artikel 3 - Vervolging wegens niet-afgifte van een kind - Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.1541.N A. L. A. M. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. André De Roeck, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen M. D., burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 26 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 71 en 432, §§ 1 en 3, Strafwetboek en van artikel 3.1 van het verdrag van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind: het bestreden arrest verantwoordt zijn beslissing niet naar recht dat de eiser zich niet kan beroepen op overmacht of onweerstaanbare dwang terwijl dit kan worden afgeleid uit het jeugddossier. Bovendien houdt het geen rekening met de belangen van het kind. Door geen rekening te houden met de concrete omstandigheden waarin de kinderen door de jeugdrechtbank steeds toevertrouwd werden aan het milieu van de eiser, verantwoordt het zijn beslissing niet naar recht.
- Ingevolge de artikelen 50 en 55 Jeugdbeschermingswet hebben de stukken van de procedures die de jeugdrechtbank kan hanteren en die betrekking hebben op de persoonlijkheid van de betrokken minderjarige en het milieu waarin hij wordt grootgebracht, en met name de maatschappelijke en medisch-psychologische onderzoeken die met toepassing van voormeld artikel 50 zijn bevolen, enkel tot doel, in het belang van de minderjarige, de modaliteiten te bepalen voor het beheer van zijn persoon of de maatregelen die voor zijn opvoeding of behandeling geschikt zijn. Het algemene opzet van de voormelde wet en de finaliteit van de onderzoeken die zij toestaat, staan eraan in de weg dat die stukken in het kader van een strafvervolging worden aangevoerd, zelfs als de overlegging ervan gevraagd wordt door een beklaagde tot staving van zijn verweer. De aard van het psychosociaal of medisch onderzoek dat de jeugdrechtbank beveelt, de inmenging die het betekent in het privé- en familieleven en de vertrouwelijkheid die de wet eraan toekent teneinde de overdracht van een volledig onderzoek te garanderen aan de opdrachtgevende overheid, verbieden immers de aanwending van het verslag van dit onderzoek voor om het even welk ander doeleinde dan dat waarvoor het werd uitgevoerd. In zoverre het middel aanvoert dat de strafrechter bij de beoordeling van het misdrijf van niet-uitvoering van een gerechtelijke beslissing die het omgangsrecht ten aanzien van de kinderen regelt, rekening dient te houden met het jeugddossier, faalt het naar recht.
- Het in het middel aangehaalde artikel 3 van het verdrag inzake de rechten van het kind is niet rechtstreeks van toepassing voor de strafrechter, bij wie de wegens schending van artikel 432 Strafwetboek ingestelde vervolgingen aanhangig zijn. Het staat de rechter die uitspraak doet over het bestaan van het misdrijf bepaald in artikel 432 Strafwetboek, niet te oordelen over het belang van de kinderen of van de ouders, maar over de vraag of de beklaagde het omgangsrecht zoals in het belang van de kinderen door een rechterlijke beslissing bepaald, naleeft. In zoverre het middel schending van die verdragsrechtelijke bepaling aanvoert, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechter, is het middel niet ontvankelijk.
- Voor het overige verantwoorden de appelrechters met de redenen die zij vermelden, hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden arrest antwoordt niet op eisers verweer dat hij zich in een situatie van overmacht, minstens van onweerstaanbare dwang bevindt.
- Met de redenen die het arrest vermeldt (bladzijde 13), beantwoorden de appelrechters eisers verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden arrest antwoordt niet op eisers verweer dat een effectieve gevangenisstraf voor hem in elk geval niet het belang van de kinderen dient.
- Artikel 149 Grondwet is vreemd aan de motivering van de strafmaat.
- Voor het overige voldoen de appelrechters met de in het arrest vermelde redenen aan de bijzondere motiveringsverplichting bepaald bij artikel 195 Wetboek van Strafvordering. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 91,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 4 maart 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080304.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160921.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990512.1 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991110.20 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.16 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.13 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090630.6 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130605.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div