← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080304.17

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080304.17 Rolnummer: P.07.1755.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 216 - laatst gezien 2026-07-03 14:23 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De veroordeling tot betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 77, tweede lid, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, heeft een eigen karakter en is geen straf; zij moet worden uitgesproken, ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten

(1).
(1)Cass., 31 maart 1993, AR 402, A.C., 1993, nr
  1. Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Strafrechtelijke veroordeling - Veroordeling tot betaling van een vaste vergoeding - Artikel 77, tweede lid, K.B. 27 april 2007 - Aard - Gevolg - Toepassing in de tijd Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Strafrechtelijke veroordeling - Veroordeling tot betaling van een vaste vergoeding - Artikel 77, tweede lid, K.B. 27 april 2007 - Aard - Gevolg - Toepassing in de tijd Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten Vrije woorden: Werking in de tijd - Strafzaken - Strafvordering - Strafrechtelijke veroordeling - Veroordeling tot betaling van een vaste vergoeding - Artikel 77, tweede lid, K.B. 27 april 2007 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1755.N I G. Y., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom Bauwens, advocaat bij de balie te Brussel. II O. G., beklaagde, eiser. III B. A., alias "H.", beklaagde, eiser, tegen CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, burgerlijke partij, verweerder. IV I. A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Patrick A. Dillen, advocaat bij de balie te Brussel, tegen CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, burgerlijke partij, verweerder. V B. A., beklaagde, eiser, tegen CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, burgerlijke partij, verweerder. VI Y. O., beklaagde, eiser, tegen CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 16 oktober
  2. De eiser I G. Y. voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser IV I. A. voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II O. G. doet afstand van zijn cassatieberoep. De overige eisers voeren geen middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het bestreden arrest is in het Nederlands gewezen. De akte nr. 260 van 26 oktober 2007 van het cassatieberoep van de de eiser III B. A. is in het Frans opgesteld. Dit is strijdig met artikel 27 Taalwet Gerechtszaken. Het cassatieberoep van de eiser III B. A. is niet ontvankelijk. Eerste middel van G. Y.
  4. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: de appelrechters hebben de aan de eiser opgelegde straf verzwaard zonder vast te stellen dat de uitspraak gewezen is met eenparige stemmen.
  5. Zonder vast te stellen dat de uitspraak op dit punt gewezen werd met eenparige stemmen, verzwaren de appelrechters de aan de eiser I G. Y. opgelegde straf door de door de correctionele rechtbank opgelegde gevangenisstraf en geldboete te behouden, maar voor de gevangenisstraf geen uitstel van tenuitvoerlegging meer te verlenen. Het middel is gegrond. Tweede middel van G. Y.
  6. Gelet op de gegrondverklaring van het eerste middel behoeft dit middel dat niet tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, geen antwoord. Eerste middel van I. A.
  7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van de artikelen 163 en 195 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters motiveren de uitgesproken straf tegenstrijdig, minstens dubbelzinnig.
  8. Artikel 149 Grondwet is vreemd aan de motivering van de strafmaat.
  9. Het middel dat een dubbelzinnigheid in de motivering van het arrest aanvoert, geeft niet aan in welke lezing van het arrest de beslissing wettig en in welke lezing ze onwettig zou zijn. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  10. De appelrechters verklaren de eiser IV I. A. schuldig aan de telastleggingen A.I.1, A.I.9, A.I.11 en A.I.27 voor zover ze betrekking hebben op twee personen. Deze telastleggingen worden door de appelrechters heromschreven en bewezen verklaard met als omschrijving als mededader "ertoe te hebben bijgedragen, op welke manier ook, rechtstreeks of via een tussenpersoon, dat personen die geen onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, namelijk België, binnenkwamen, erdoor reisden of er verbleven, zulks in strijd met de wetgeving van het Rijk, met het oog op het direct of indirect verkrijgen van een vermogensvoordeel, deze mensensmokkel een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreffend, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet". Zij oordelen het verder niet gepast de eiser een werkstraf op te leggen of hem de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling te verlenen, onder meer "rekening houdende met de mate waarin hij zich heeft geïntegreerd in deze internationaal georganiseerde misdadige activiteiten, met het aantal van de gepleegde misdrijven en met de belangrijkheid van de gespeelde rol in verband met het geven van bevelen en actief organiseren van de activiteiten".
  11. Het Hof ontwaart de aangevoerde tegenstrijdigheid niet. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel van I. A.
  12. Het middel voert schending aan van artikel 2 Strafwetboek, artikel 7 EVRM en artikel 15.1 IVBPR: de appelrechters leggen een hogere straf op dan deze welke ten tijde van het misdrijf was bepaald.
  13. Artikel 77, tweede lid, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken bepaalt: "in criminele, correctionele en politiezaken legt de rechter aan iedere veroordeelde een vergoeding van 28,84 euro op".
  14. De veroordeling tot betaling van die vergoeding heeft een eigen karakter en is geen straf. Zij moet worden uitgesproken, ongeacht de datum van de bewezen verklaarde feiten.
  15. De appelrechters die op grond van dit koninklijk besluit de eiser, die wegens misdrijven is veroordeeld, een vergoeding opleggen van 28,84 euro, verantwoorden hun beslissing naar recht en schenden noch artikel 2 Strafwetboek, noch de in het middel vermelde verdragsartikelen. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering
  16. Wat de schuldigverklaring van de eiser I G. Y. betreft, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.
  17. De overige beslissingen op de strafvordering zijn eveneens gewezen met inachtneming van de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen en overeenkomstig de wet. Dictum Het Hof, Verleent O. G. akte van zijn afstand. Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het G. Y. veroordeelt tot straf en tot betaling van een bijdrage van 137,50 euro. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt G. Y. in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige helft ten laste van de Staat. Veroordeelt de overige eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 542,77 euro, waarvan de eiser I 203,98 euro verschuldigd is, de eiser II 96,67 euro en de eisers III tot VI elk 60,53 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 4 maart 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080304.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.