← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.1 Rolnummer: P.07.1514.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 220 - laatst gezien 2026-07-03 05:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche De verplichting van artikel 53 Faillissementswet blijft voor de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van een gefailleerde vennootschap bestaan zolang de rechter-commissaris of de curators hun opdracht niet hebben beëindigd en het misdrijf van artikel 489, 2°, Strafwetboek wordt gepleegd telkens aan een oproeping van de rechter-commissaris of van de curators geen gevolg wordt gegeven en hen niet alle inlichtingen worden verstrekt of een adreswijziging hen niet wordt medegedeeld. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - MISDRIJVEN IN VERBAND MET FAILLISSEMENT, BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Faillissement Vrije woorden: Verplichtingen van artikel 53 Faillissementswet - Duur van de verplichtingen Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - Artt. 53 en 60 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 489, 2° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1514.N P M J M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Dominiek Vandenbulcke, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Bart Van Roy, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Dominiek Vandenbulcke, advocaat bij de balie te Brussel, tegen

  1. Anna-Maria VANDERLEENEN, advocaat, met kantoor te 1000 Brussel, Ernest Allardstraat 35-37, in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van de nv MERCKX, met zetel te 1030 Schaarbeek, Leuvensesteenweg 680; burgerlijke partij,
  2. E M, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 25 september
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. In zoverre het bestreden arrest beslist over de bedragen van de door de eerste verweerster gevorderde schadevergoedingen, is het niet definitief. Overeenkomstig artikel 416 Wetboek van Strafvordering is het cassatieberoep in zoverre niet ontvankelijk. Middel
  5. Het middel voert schending aan van de artikelen 21 en 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, artikel 53 Faillissementswet en artikel 489, 2° Strafwetboek: anders dan het bestreden arrest oordeelt, is de strafvordering voor de telastlegging H van de zaak I verjaard, zodat de strafvordering voor het geheel van de vermengde telastleggingen verjaard is.
  6. Artikel 53 Faillissementswet bepaalt onder meer dat de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde vennootschap gehouden zijn gevolg te geven aan alle oproepingen die zij ontvangen van de rechter-commissaris of van de curators en hun alle vereiste inlichtingen te verstrekken; zij zijn verplicht de curators elke adreswijziging mede te delen. Artikel 489, 2°, Strafwetboek stelt strafbaar de kooplieden die zich in staat van faillissement bevinden in de zin van artikel 2 Faillissementswet, of de bestuurders, in rechte of in feite, van handelsvennootschappen die zich in staat van faillissement bevinden, die zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel 53 Faillissementswet na te leven.
  7. De verplichting van artikel 53 Faillissementswet blijft bestaan zolang de rechter-commissaris of de curators hun opdracht niet hebben beëindigd en het misdrijf van artikel 489, 2°, Strafwetboek wordt gepleegd telkens aan een oproeping van de rechter-commissaris of van de curators geen gevolg wordt gegeven en hen niet alle inlichtingen worden verstrekt of een adreswijziging hen niet wordt medegedeeld. Dat overeenkomstig artikel 60, eerste lid, Faillissementswet de curators in elk faillissement gehouden zijn, binnen twee maanden na hun ambtsaanvaarding, aan de rechter-commissaris een memorie of kort verslag te overhandigen betreffende de vermoedelijke toestand van het faillissement, de voornaamste oorzaken en omstandigheden ervan en de kenmerken die het vertoont, stelt geen einde aan hun opdrachten. In zoverre het middel berust op de onderstelling dat het misdrijf van artikel 489, 2°, Strafwetboek slechts gepleegd kan worden binnen de termijn van twee maanden van artikel 60, eerste lid, Faillissementswet, faalt het naar recht.
  8. In zoverre - voor het overige - het middel opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de rechters of van het Hof een beoordeling van feiten vraagt waarvoor het geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 379,79 euro, waarvan 91,61 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 11 maart 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.