id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 Rolnummer: P.07.1717.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Constitutioneel recht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 897 - laatst gezien 2026-07-03 10:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Tegen de verwijzingsbeschikking van het onderzoeksgerecht wegens de vaststelling van het bestaan van voldoende bezwaren kan door de beklaagde geen hoger beroep noch onmiddellijk cassatieberoep worden ingesteld
(1).
(1)Cass., 5 sept. 2000, AR P.00.0988.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000905.8, A.C., 2000, nr 441. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Verwijzingsbeschikking wegens de vaststelling van het bestaan van voldoende bezwaren - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135, § 2, en 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Verwijzingsbeschikking wegens de vaststelling van het bestaan van voldoende bezwaren - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135, § 2, en 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 De beslissing van het onderzoeksgerecht, die niet ingaat op het verzoek tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling, is geen beslissing die de opschorting toestaat of weigert; dergelijke beslissing is geen eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, noch werd zij gewezen inzake bevoegdheid of met toepassing van artikel 135 of 235bis Wetboek van Strafvordering, zodat een onmiddellijk cassatieberoep niet ontvankelijk is
(1).
(1)Cass., 15 okt. 2002, AR P.02.0885.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021015.17, A.C., 2002, nr 542; 12 sept. 2007, AR P.07.0942.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070912.3, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWONE OPSCHORTING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Regeling van de rechtspleging - Afwijzing van het verzoek tot opschorting - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135, § 2, en 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 29-06-1964 - Artt. 1 en 3 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Afwijzing van het verzoek tot opschorting - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135, § 2, en 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet - 29-06-1964 - Artt. 1 en 3 Fiches 5 - 6 Het betwisten bij de regeling van de rechtspleging van de beslissing van de raadkamer dat geen bijkomend onderzoek noodzakelijk is, is geen middel omtrent de regelmatigheid van de verwijzingsbeschikking en heeft evenmin betrekking op een onregelmatigheid, een verzuim of een nietigheid zoals bedoeld in artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is
(1).
(1)Cass., 14 juni 2005, AR P.05.0610.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.4, A.C., 2005, nr 343. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Weigering tot bijkomende onderzoekshandelingen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Weigering tot bijkomende onderzoekshandelingen - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 7 - 8 Artikel 149, Grondwet, is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen, aangezien hun beslissingen geen vonnissen zijn in de zin van dat artikel
(1).
(1)Cass., 24 jan. 2006, AR P.05.1125.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3, A.C., 2006, nr 50. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Redengeving - Artikel 149, Grondwet 1994 - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Toepasselijkheid Fiches 9 - 11 Wanneer bij de regeling van de rechtspleging een conclusie betwist of aanvoert dat er voldoende bezwaren bestaan, beantwoordt het onderzoeksgerecht dit verweer door zijn onaantastbare vaststelling dat die bezwaren al dan niet bestaan
(1).
(1)Cass., 17 jan. 2006, AR P.05.1342.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5, A.C., 2006, nr 40. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Conclusie - Betwisting van het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren - Motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 128, 129, 130, 229, en 230 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Conclusie waarbij het feitelijk bestaan van voldoende bezwaren wordt betwist - Motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 128, 129, 130, 229, en 230 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Bestaan van voldoende bezwaren - Vaststelling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 128, 129, 130, 229, en 230 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 12 - 13 Het artikel 6 E.V.R.M. is niet toepasselijk op het onderzoeksgerecht dat de rechtspleging regelt
(1).
(1)Cass., 4 april 2007, AR P.07.0218.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070404.2, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Artikel 6.2 - Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Artikel 6, E.V.R.M. - Toepasselijkheid Fiche 14 Hoewel het recht van verdediging vereist dat een inverdenkinggestelde voldoende ingelicht wordt over de hem ten laste gelegde feiten, schrijft geen enkele bepaling voor dat die inlichting alleen kan voortvloeien uit de vordering tot verwijzing; die inlichting kan mede gegeven worden aan de hand van de stukken van het strafdossier, waarvan de inverdenkinggestelde heeft kunnen kennisnemen en waarover hij voor het onderzoeksgerecht zijn recht van verdediging vrij heeft kunnen uitoefenen
(1).
(1)Zie Cass., 31 okt. 2000, AR P.00.1280.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001031.7, A.C., 2000, nr 589. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - ALGEMEEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Inverdenkinggestelde - Kennisgeving van ten laste gelegde feiten - Wijze van kennisgeving Fiches 15 - 16 Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat het openbaar ministerie een nieuwe vordering tot regeling van rechtspleging dient uit te brengen na de uitvoering van een bijkomende onderzoekshandeling
(1).
(1)Zie Cass., 9 nov. 2005, AR P.05.1184.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051109.12, A.C., 2005, nr
- Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Vordering tot regeling van de rechtspleging - Uitvoering van bijkomende onderzoekshandeling - Vereiste van nieuwe vordering Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Openbaar ministerie - Vordering tot regeling van de rechtspleging - Uitvoering van bijkomende onderzoekshandeling - Vereiste van nieuwe vordering Tekst van de beslissing Nr. P.07.1717.N B S, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Jan Van Den Noortgate, advocaat bij de balie te Oudenaarde, tegen
- W D P, burgerlijke partij,
- R V D M, burgerlijk partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden arrest oordeelt vooreerst over de exceptio obscuri libelli en over het ontbreken van een nieuwe vordering van het openbaar ministerie na de uitvoering van bijkomende onderzoekshandelingen na een eerste vordering tot verwijzing. De eiser heeft deze middelen aangevoerd als grond van niet-ontvan¬kelijkheid van de strafvordering. Verder oordeelt het over de motivering die de raadkamer heeft gegeven met betrekking tot het bestaan van voldoende bezwaren en waarvan de eiser voorhoudt dat zij gebrekkig is. Ten slotte stelt het arrest dat geen bijkomend onderzoek noodzakelijk is en er geen redenen zijn om de eiser de gunst van de opschorting te verlenen.
- Een inverdenkinggestelde kan slechts onmiddellijk cassatieberoep instellen tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat gewezen is op zijn hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer die hem naar de correctionele rechtbank verwijst, op voorwaarde dat hij tegen deze beschikking hoger beroep kon instellen. Ingevolge artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering kan de inverdenkinggestelde in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, beroep instellen tegen de verwijzingsbeschikkingen bepaald in de artikelen 129 en 130, onverminderd het in artikel 539 van dit wetboek beoogde hoger beroep. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering. Het hoger beroep is in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, slechts ontvankelijk, indien het middel bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van strafvordering, behalve wanneer ze zijn ontstaan na het debat voor de raadkamer.
- Hieruit volgt dat tegen de verwijzingsbeschikking wegens de vaststelling van het bestaan van voldoende bezwaren geen hoger beroep en dus geen cassatieberoep kan worden ingesteld.
- De beslissing van het onderzoeksgerecht, die niet ingaat op het verzoek tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling, is geen beslissing die de opschorting toestaat of weigert. Dergelijke beslissing is geen eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering noch werd zij gewezen inzake bevoegdheid of met toepassing van artikel 135 of 235bis Wetboek van Strafvordering. In zoverre is het cassatieberoep evenmin ontvankelijk.
- Het betwisten van de beslissing van de raadkamer dat geen bijkomend onderzoek noodzakelijk is, is geen middel omtrent de regelmatigheid van de verwijzingsbeschikking en heeft evenmin betrekking op een onregelmatigheid, een verzuim of een nietigheid zoals bedoeld in artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering In zoverre is het cassatieberoep eveneens niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 149 Grondwet en 6 EVRM: de beslissing van de raadkamer dat er in hoofde van de eiser voldoende bezwaren zijn om hem naar het vonnisgerecht te verwijzen, is onvoldoende gemotiveerd; hierdoor werd de eiser de mogelijkheid ontnomen om zich terdege te verdedigen voor de appelrechters; het bestreden arrest oordeelt ten onrechte dat er geen sprake zou zijn van een gebrek in de motivering en beantwoordt zelf eisers verweer niet over het gebrek aan voldoende bezwaren.
- Artikel 149 Grondwet en artikel 6 EVRM zijn niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen, daar die geen vonnis uitspreken in de zin van de vermelde grondwetsbepaling. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Uit de artikelen 128, 129, 130, 229, 230 en 231, Wetboek van Strafvordering volgt dat het onderzoeksgerecht in geweten oordeelt of er al dan niet voldoende bezwaren zijn om, hetzij de inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht te verwijzen, hetzij een beslissing tot buitenvervolgingstelling te verantwoorden. Geen enkele wetsbepaling schrijft voor dat de bezwaren gepreciseerd moeten worden of de redenen vermeld moeten worden waarom de bezwaren ontoereikend worden geacht. Wanneer een conclusie betwist of aanvoert dat er voldoende bezwaren bestaan, beantwoordt het onderzoeksgerecht dit verweer door zijn onaantastbare vaststelling dat die bezwaren al dan niet bestaan. In zoverre het uitgaat van het tegendeel, faalt het middel naar recht.
- Het arrest oordeelt dat de beroepen beschikking vaststelt dat er ten laste van de eiser voldoende bezwaren bestaan en dat aldus op voldoende wijze op de conclusie van de eiser is geantwoord. Hierdoor onderzoekt het arrest of de raadkamer de conclusie van de eiser heeft beantwoord en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De eiser kon geen ontvankelijk hoger beroep instellen tegen de beslissing van de raadkamer dat er ten laste van de eiser voldoende bezwaren bestaan om hem naar de vonnisrechter te verwijzen. Aldus dienden de appelrechters eisers beroepsconclusie over "het gebrek aan voldoende bewaren" niet te beantwoorden. In zoverre faalt het middel naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert miskenning aan van het recht van verdediging: het bestreden arrest schendt eisers recht van verdediging door te oordelen dat de aangevoerde exceptio obscuri libelli ongegrond is omdat de eindvordering waarin enkel de kwalificatie van het vermeende misdrijf werd opgenomen, samen moet worden gelezen met het strafdossier.
- De onderzoeksgerechten dienen te oordelen of de in de vordering tot verwijzing van het openbaar ministerie gegeven omschrijving van de telastgelegde feiten, voldoende gedetailleerd is opdat de inverdenkinggestelde zijn recht van verdediging doelmatig zou kunnen uitoefenen. De onderzoeksgerechten oordelen op dit punt onaantastbaar in feite, in zoverre zij daarbij de bewijskracht van de vordering tot verwijzing niet miskennen. In zoverre het onderdeel opkomt tegen dit oordeel van de appelrechters, is het niet ontvankelijk.
- Hoewel het recht van verdediging vereist dat een inverdenkinggestelde voldoende ingelicht wordt over de hem ten laste gelegde feiten, schrijft geen enkele bepaling voor dat die inlichting alleen kan voortvloeien uit de vordering tot verwijzing. Die inlichting kan mede gegeven worden aan de hand van de stukken van het strafdossier, waarvan de eiser heeft kunnen kennisnemen en waarover hij voor het onderzoeksgerecht zijn recht van verdediging vrij heeft kunnen uitoefenen. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
- De appelrechters oordelen "dat inderdaad aan de hand van de door het openbaar ministerie in de vordering omschreven data van de ten laste gelegde feiten duidelijk kan worden uitgemaakt over welke feiten men zich dient te verdedigen; dat de (eiser) door de in de eindvordering omschreven kwalificatie van belaging en de specifieke omschrijving van de nader naar tijd en plaats aangegeven feiten, gelezen in combinatie met het strafdossier, voldoende op de hoogte is gebracht van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte betichting, zodat hij zijn rechten van verdediging behoorlijk kan uitoefenen". Aldus verantwoorden zij hun beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert miskenning aan van het recht van verdediging: het bestreden arrest oordeelt ten onrechte dat het openbaar ministerie geen nieuwe eindvordering moet opstellen na een eerste vordering tot verwijzing, voorafgaand aan de uitvoering van een aanvullend onderzoek dat "niet onbelangrijke informatie" had opgeleverd.
- Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat het openbaar ministerie een nieuwe vordering tot regeling van rechtspleging dient uit te brengen na de uitvoering van een bijkomende onderzoekshandeling. Het onderdeel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 11 maart 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120522.11 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121113.1 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121204.4 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20131210.3 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140114.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000905.8 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001031.7 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021015.17 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051109.12 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060117.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.3 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070404.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070912.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090331.4 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130605.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div