id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.3 Rolnummer: P.07.1878.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 240 - laatst gezien 2026-07-03 05:13 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 319, tweede lid, in fine, WIB 1992, belet niet dat een ambtenaar van de administratie der directe belastingen die geen houder van een machtiging van de politierechter is, met het oog op een fiscale visitatie toegang heeft tot een particuliere woning wanneer dit met de toestemming van de bewoner geschiedt; in dat geval kan het betreden van die woning het misdrijf bepaald in artikel 148, Strafwetboek, niet opleveren. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK Vrije woorden: Fiscale visitatie - Particuliere woning - Toestemming van de bewoner Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK Vrije woorden: Fiscale visitatie - Particuliere woning - Toestemming van de bewoner Tekst van de beslissing Nr. P.07.1878.N G W, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaat bij de balie te Veurne, tegen
- L F M M, inverdenkinggestelde,
- G M J L V W, inverdenkinggestelde,
- J L J V A, inverdenkinggestelde,
- J L S, inverdenkinggestelde,
- G L V, inverdenkinggestelde,
- M G R S, inverdenkinggestelde,
- P M J M, inverdenkinggestelde,
- J-M D, inverdenkinggestelde,
- L J V E, inverdenkinggestelde,
- J P, inverdenkinggestelde, verweerders, met als raadsman mr. Marc Van Asch, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden arrest wijst zonder inhoudelijke motivering eisers verzoek indient tot voeging van een stuk aan het strafdossier af.
- Wanneer de burgerlijke partij voor de kamer van inbeschuldigingstelling die uitspraak moet doen over de regeling van de procedure, een verzoek indient tot voeging van een stuk aan het dossier, motiveert dat gerecht de weigering om op dit verzoek in te gaan regelmatig als het, op grond van de gegevens die het preciseert, beslist dat er tegen de verdachten geen bezwaren voorhanden zijn en dat de gevraagde onderzoeksverrichting niet nodig is om de waarheid aan het licht te brengen. Het is niet gehouden daarenboven de redenen aan te geven waarom het die voeging overbodig acht.
- De appelrechters oordelen dat: - het onderzoek volledig is en alle onderzoekshandelingen, dienstig voor de waarheidvinding, verricht werden; - de voeging van het personeelsdossier van de eiser geen enkel nut zou vertonen, zelfs niet voor de feiten van de telastleggingen C en D. Aldus beantwoorden zij eisers verzoek. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 148 Strafwetboek en 149 Grondwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat het zonder belang is na te gaan of de fiscale visitatie al dan niet met machtiging van de politierechter is geschied daar de echtgenote van de eiser haar toestemming tot de fiscale visitatie gaf; de toestemming tot de fiscale visitatie volstaat immers niet om te besluiten dat er geen inbreuk is op artikel 148 Strafwetboek daar er krachtens artikel 319 Wetboek Inkomstenbelasting (WIB 1992) in elk geval een machtiging van de politierechter vereist is.
- Artikel 148 Strafwetboek stelt strafbaar iedere ambtenaar van de administratieve of rechterlijke orde, ieder officier van Justitie of van politie, ieder bevelhebber of agent van de openbare macht die, in die hoedanigheid optredend, in de woning van een ingezetene tegen diens wil binnendringt buiten de gevallen die de wet bepaalt en zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft.
- Overeenkomstig artikel 319, tweede lid, in fine, WIB 1992 hebben de ambtenaren van de administratie der directe belastingen alleen toegang tot particuliere woningen tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds met machtiging van de rechter in de politierechtbank. Die bepaling belet niet dat een ambtenaar van de administratie der directe belastingen die geen houder van een machtiging van de politierechter is, met het oog op een fiscale visitatie toegang heeft tot een particuliere woning wanneer dit met de toestemming van de bewoner geschiedt. In dat geval kan het betreden van die woning het misdrijf bepaald in artikel 148 Strafwetboek niet opleveren. Het middel faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 243 Strafwetboek: het bestreden arrest gaat ten onrechte ervan uit dat, daar waar nog steeds een fiscaal geschil hangende is, een fiscaal ambtenaar niet wist of kan weten dat de ingevorderde belastingen niet verschuldigd waren.
- Het misdrijf van knevelarij, omschreven in artikel 243 Strafwetboek, vereist dat de persoon die een openbaar ambt uitoefent, bevel geeft om rechten, taksen, belastingen, gelden, inkomsten of interest, lonen of wedden te innen, of die vordert of ontvangt, wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan. De rechter beoordeelt onaantastbaar of de beklaagde of de inverdenkinggestelde weet dat de gevorderde of ontvangen belastingen niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan.
- De appelrechters oordelen dat, vermits er nog steeds een fiscaal geschil bestaat betreffende de verschuldigdheid van de belastingen, de betrokken ambtenaren "alleszins onmogelijk (konden) weten dat de belastingen die gevorderd of geïnd werden al dan niet gerechtvaardigd waren". Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 337 WIB 1992: het feit dat de eiser zelf zijn tijd invulde met het aanspreken van andere ambtenaren over zijn persoonlijk fiscaal dossier, heeft niet tot gevolg dat een inbreuk op het beroepsgeheim onmogelijk wordt.
- De appelrechters oordelen dat "uit het onderzoek blijkt dat de (eiser) op zijn dienst, als fiscaal ambtenaar, zijn tijd invulde met het aanspreken van andere ambtenaren over zijn persoonlijk fiscaal dossier, zodat in dergelijke omstandigheden de mededeling van stukken uit het dossier van de (eiser) als belastingplichtige aan zijn tuchtrechtelijke fiscale overheden op hun uitdrukkelijk verzoek, geen schending van het beroepsgeheim bepaald in artikel 337 WIB 1992 uitmaakt." Het middel dat berust op een onvolledige lezing van het bestreden arrest, mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 79,20 euro waarvan 49,20 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 11 maart 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div