← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.11 Rolnummer: D.07.0004.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-04-14 Raadplegingen: 694 - laatst gezien 2026-07-03 10:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een tuchtprocedure die voor gevolg heeft of volgens de nationale wet, tot gevolg kan hebben dat aan de betrokkene tijdelijk of definitief een burgerlijk recht wordt ontnomen, met name het recht om nog langer een beroep uit te oefenen dat geen openbaar ambt is, wordt voor de toepassing van artikel 6.1 E.V.R.M., beschouwd als een procedure met als voorwerp het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van die bepaling

(1).
(1)Cass., 14 nov. 1986, AR 5488, A.C., 1986-1987, nr. 165; Cass., 3 maart 2008, AR D.07.0002.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.10, supra, nr. ... Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Tuchtzaken - Tuchtprocedure - Beroepsuitoefeningsverbod - Aard Fiche 2 De redelijke termijn begint te lopen vanaf het ogenblik waarop de betrokkene door de tuchtoverheid wordt beschuldigd
(1).
(1)Cass., 13 maart 2008, AR D.07.0002.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.10, supra, nr. ...; zie Cass., 8 feb. 2005, AR P.04.1317.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050208.4, A.C., 2005, nr. 77 (strafzaak). Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Tuchtzaken - Redelijke termijn - Begin Fiche 3 Een persoon is beschuldigd wanneer hij in verdenking wordt gesteld wegens het plegen van een tuchtrechtelijk sanctioneerbaar feit of wanneer hij wegens enige daad van onderzoek onder de dreiging van een tuchtvervolging leeft en dit een ernstige weerslag heeft op zijn persoonlijke toestand
(1).
(1)Cass., 13 maart 2008, AR D.07.0002.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.10, supra, nr. ...; zie Cass., 8 feb. 2005, AR P.04.1317.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050208.4, A.C., 2005, nr. 77 (strafzaak). Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Tuchtzaken - Beschuldiging Tekst van de beslissing Nr. D.07.0004.N C.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, vertegenwoordigd door haar Nationale Raad, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 24 januari 2007 gewezen door de Raad van beroep van de Orde van architecten, met het Nederlands als voertaal. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  1. Krachtens artikel 6.
  2. van het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955, heeft eenieder, bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij wet is ingesteld. Een tuchtprocedure die voor gevolg heeft of, volgens de nationale wet, tot gevolg kan hebben dat aan de betrokkene tijdelijk of definitief een burgerlijk recht wordt ontnomen, met name het recht om nog langer een beroep uit te oefenen dat geen openbaar ambt is, wordt voor de toepassing van voormeld artikel 6.1., beschouwd als een procedure met als voorwerp het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van die bepaling. De redelijke termijn begint in dergelijke procedure te lopen vanaf het ogenblik waarop de betrokkene wordt beschuldigd. Een persoon is beschuldigd wanneer hij in verdenking wordt gesteld wegens het plegen van een tuchtrechtelijk sanctioneerbaar feit of wanneer hij wegens enige daad van onderzoek onder de dreiging van een tuchtvervolging leeft en dit een ernstige weerslag heeft op zijn persoonlijke toestand. Het staat aan de rechter te bepalen in welke mate die dreiging een dergelijke weerslag heeft voor de betrokkene.
  3. De raad van beroep oordeelt te dezen, onaantastbaar, dat er voor de uitspraak van de correctionele rechtbank geen enkel concreet bewijs voorlag van enige tuchtinbreuk en geeft hiermede te kennen dat er ook geen enkele dreiging bestond ten aanzien van de eiser en ook geen weerslag op zijn persoonlijke toestand. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van 445,16 euro jegens de eisende partij en op de som van 102,84 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Didier Batselé, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 13 maart 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100226.5 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110617.2 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121116.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050208.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.10 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240418.1N.2 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250627.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.