← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.13 Rolnummer: D.07.0012.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2008-04-14 Raadplegingen: 510 - laatst gezien 2026-07-03 11:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het beginsel van het persoonlijk karakter van de straf houdt in dat de veroordeelde moet bestraft worden voor de hem ten laste gelegde feiten waarvan de rechter aanneemt dat de veroordeelde ze zelf heeft gepleegd; het heeft geen betrekking op de vraag of opzet dan wel nalatigheid ten grondslag ligt aan de aan de veroordeelde ten laste gelegde inbreuken

(1).
(1)Zie Cass., 24 mei 1995, AR P.94.0080.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950524.4, A.C., 1995, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Apotheker STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemeen (strafrecht - algemene beginselen) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht Vrije woorden: Tuchtzaken - Persoonlijk karakter Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Apotheker STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemeen (strafrecht - algemene beginselen) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht Vrije woorden: Persoonlijk karakter van de straf - Tuchtzaken Tekst van de beslissing Nr. D.07.0012.N D. S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  2. NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN APOTHEKERS, met zetel te 1060 Brussel, Henri Jasparlaan 94,
  3. BAEYENS W., in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Nationale Raad van de Orde van Apothekers, gevestigd te 1060 Brussel, Henri Jasparlaan 94,
  4. ANNE de MOLINA J., emeritus eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Brussel, in zijn hoedanigheid van magistraat-bijzitter van voormelde Nationale Raad van de Orde van Apothekers, gevestigd te 1060 Brussel, Henri Jasparlaan 94, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing op 31 mei 2007 gewezen door de Nederlandstalige Raad van Beroep van de Orde van apothekers met het Nederlands als voertaal. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht van verdediging; - het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straffen. Aangevochten beslissingen De bestreden beslissing: "Verklaart de aan (de eiser) tuchtrechtelijk ten laste gelegde feiten bewezen en schorst hem daarvoor in het recht het beroep uit te oefenen voor een termijn van twee maanden". op grond van de motieven op p. 5: "Nu de feiten bewezen zijn ingevolge de beslissing van het RIZIV, moet thans enkel nog onderzocht worden of deze bewezen feiten wijzen op een handelswijze welke strijdig is met de eer en de waardigheid van het beroep, in de zin van artikel 6, 2°, van het koninklijk besluit nr. 80 van 10 november
  5. Welnu, een apotheker dient voldoende kennis te hebben van de geldende bepalingen en moet deze ook correct toepassen. Het is te dezen niet dienend te onderzoeken of het groot aantal tekortkomingen, of vergissingen, het gevolg is van opzet of van een nalatigheid; alleszins kan niet worden aangenomen dat het toevallige en verschoonbare vergissingen betreft. De aard en de omvang van de vastgestelde inbreuken wijzen op ernstige tekortkomingen van deze apotheker, wat niet verzoenbaar is met de eer en de waardigheid van het beroep. Omwille van de zwaarwichtigheid van de feiten is een schorsing van twee maanden een gepaste bestraffing". Grieven Bij het bepalen van de op te leggen sanctie dient de tuchtrechter op grond van het persoonlijk karakter van de bestraffing rekening te houden o.m. ook met alle omstandigheden die in verband staan met de geïncrimineerde feiten en deze omringen toen zij gepleegd werden. De wijze waarop zij begaan werden heeft daarbij een belangrijke rol te vervullen en inzonderheid de omstandigheid of de feiten hetzij opzettelijk, doelbewust, uit onvoorzichtigheid, onachtzaamheid, slordigheid, nalatigheid, menslievendheid of winstbejag begaan werden. De eiser voerde desbetreffend in regelmatig genomen beroepsbesluiten op p. 2 aan: "Men kan de apothekers als het ware indelen in drie categorieën want het is duidelijk - en dat zal onmiddellijk blijken - dat er nalatigheden, fouten, vergissingen en opzet zijn:" en op p. 4: "De beschreven haperingen, vergetelheden en onnauwkeurigheden in het oude systeem zijn er totaal buiten zijn wil ingeslopen". De appelrechters oordelen dat "Het (...) te dezen niet dienend (is) te onderzoeken of het groot aantal tekortkomingen, of vergissingen, het gevolg is van opzet of van een nalatigheid". Hieruit volgt dat de bestreden beslissing de zwaarte van de opgelegde tuchtsanctie van twee maand schorsing heeft bepaald door die bestraffing gepast te bevinden met de zwaarwichtigheid van de feiten, na evenwel onwettig nagelaten te hebben te onderzoeken, zoals verzocht (schending van het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht van verdediging), of deze het gevolg zijn van opzet of nalatigheid (schending van het algemeen rechtsbeginsel houdende het persoonlijk karakter van de straffen). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Het beginsel van het persoonlijk karakter van de straf houdt in dat de veroordeelde moet bestraft worden voor de hem ten laste gelegde feiten waarvan de rechter aanneemt dat de veroordeelde ze zelf heeft gepleegd.
  7. Dit beginsel heeft geen betrekking op de vraag of opzet dan wel nalatigheid ten grondslag ligt aan de aan de veroordeelde ten laste gelegde inbreuken. Het middel dat ervan uitgaat dat de beoordeling of een onrechtmatig handelen het gevolg is van opzet dan wel van nalatigheid bepalend is voor de persoonlijke aard van de straf, faalt naar recht.
  8. Voor het overige voert de eiser aan dat het recht van verdediging geschonden werd doordat de appelrechters "onwettig nagelaten hebben te onderzoeken zoals verzocht" of de feiten het gevolg waren van opzet of nalatigheid.
  9. De appelrechters zijn ingegaan op het verweer van de eiser en hebben geoordeeld dat opzet of nalatigheid te dezen irrelevant waren gelet op de aard en de omvang van de vastgestelde inbreuken die niet toevallig noch verschoonbaar waren. Zij miskennen aldus niet het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 440,34 euro jegens de eisende partij en op de som van 102,84 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Didier Batselé, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 13 maart 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140102.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950524.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.