id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080318.2 Rolnummer: P.07.1887.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2008-04-22 Raadplegingen: 533 - laatst gezien 2026-07-03 19:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Onwettig is de beslissing waarbij de terbeschikkingstelling van de regering wordt bevolen van een beklaagde die zich in staat van herhaling bevindt, ingeval die maatregel niet is voorgeschreven door de wet, wanneer de procedures betreffende de misdrijven die als grondslag van de herhaling gelden, niet bij het dossier van de vervolging zijn gevoegd
(1)
(2).
(1)Cass., 5 aug. 1997, AR P.97.0924.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970805.2, A.C., 1997, nr. 322.
(2)Anders dan het Hof besliste had het openbaar ministerie geconcludeerd tot verwerping van de voorziening: het was van oordeel dat, spijts de voorgaande rechtspraak, de tekst van artikel 24 Wet Bescherming Maatschappij een lezing toelaat die inhoudt dat het noodzakelijk, maar voldoende is, om bij het dossier van de rechtspleging een afschrift te voegen van de voorgaande beslissing betreffende het misdrijf dat als grond voor de herhaling geldt, met vermelding dat die beslissing kracht van gewijsde heeft. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - TERBESCHIKKINGSTELLING VAN DE REGERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Omvang van cassatie - In strafzaken STRAFRECHT - GEESTESSTOORNIS - Algemeen (geestesstoornis) Vrije woorden: Maatregel niet voorgeschreven door de wet - Beklaagde die zich in staat van herhaling bevindt - Procedures betreffende eerder gepleegde misdrijven - Voeging bij het dossier van de vervolging Wettelijke bepalingen: Wet op het sociaal verweer - 01-07-1964 - Art. 24 Fiche 2 De onwettigheid van de beslissing waarbij de terbeschikkingstelling van de regering wordt bevolen van een beklaagde die zich in staat van herhaling bevindt, tast de wettigheid van de schuldigverklaring niet aan; de vernietiging strekt zich slechts uit in zoverre de beklaagde wordt veroordeeld tot straf en tot betaling van een bijdrage aan het bijzonder fonds voor de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
(1)
(2).
(1)Cass., 5 aug. 1997, AR P.97.0924.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970805.2, A.C., 1997, nr. 322.
(2)In het supra sub
(1)vermelde arrest had het Hof nog geoordeeld dat de onwettigheid van de beslissing waarbij de terbeschikkingstelling van de regering wordt uitgesproken de vernietiging meebrengt van de gehele uitspraak over de strafvordering. Het voorliggend arrest dat oordeelt dat die onwettigheid de schuldverklaring niet aantast ligt in de lijn van de rechtspraak die het Hof aanhoudt sinds het in voltallige zitting gewezen arrest van 8 februari 2008: Cass., 8 feb. 2000, AR P.97.1697.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9, A.C., 2000, nr. 98 met conclusie van eerste advocaat-generaal DU JARDIN. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Omvang van cassatie - In strafzaken STRAFRECHT - GEESTESSTOORNIS - Algemeen (geestesstoornis) Vrije woorden: Terbeschikkingstelling van de regering - Onwettigheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.1887.N I I G, beklaagde, gedetineerd, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar de eiser woonplaats kiest. II I G, reeds vermeld, beklaagde, gedetineerd, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar de eiser woonplaats kiest. III M E A, beklaagde, gedetineerd, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 november
- De eiser I-II I G voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser III M E A voert geen middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Zowel de eiser I-II I G als zijn raadsman hebben cassatieberoep aangetekend op 21 november 2007 zonder dat, bij gebrek aan tijdsbepaling op de akte opgesteld door de afgevaardigde van de directeur van de gevangenis, kan worden achterhaald hetwelk van beide cassatieberoepen het eerst werd aangetekend. Alleen het eerste cassatieberoep is ontvankelijk met toepassing van artikel 438 Wetboek van Strafvordering. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 24 Wet Bescherming Maatschappij: de procedure betreffende het misdrijf dat als grondslag van de herhaling geldt, werd niet gevoegd; de beslissing van de appelrechters waarbij de terbeschikkingstelling van de regering wordt gelast voor een termijn van tien jaar is bijgevolg onwettig.
- Artikel 24 Wet Bescherming Maatschappij bepaalt dat ingeval de maatregel van terbeschikkingstelling van de regering niet door de wet is voorgeschreven, de procedures betreffende de misdrijven die als grondslag van de herhaling gelden, bij het dossier der vervolging worden gevoegd en de gronden van de beslissing erin worden omschreven.
- Het bestreden arrest verklaart de eiser I G schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten I en II, met de toevoeging "de feiten gepleegd zijnde door twee of meer personen" maar zonder de verzwarende omstandigheid "het geweld of de bedreiging een blijvende [fysieke] of psychische ongeschiktheid ten gevolge gehad hebbend", gepleegd in staat van wettelijke herhaling na veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 jaar bij vonnis van 15 december 2003 van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen. Het veroordeelt hem uit dien hoofde tot een hoofdgevangenisstraf van 4 jaar. Bovendien stelt het hem met eenparigheid van stemmen ter beschikking van de regering voor een termijn van tien jaar met als motivering dat "de garantie van veiligheid voor de gemeenschap een vorm van langere controle op (de eiser)" vergt.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat met het oog op deze maatregel die door de wet niet verplicht is voorgeschreven, de procedures betreffende de misdrijven die als grondslag van de herhaling gelden, bij het dossier van de vervolging werden gevoegd.
- Het bestreden arrest dat aldus de eiser I G ter beschikking van de regering stelt, schendt artikel 24 Wet Bescherming Maatschappij. Het middel is gegrond. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling: - artikel 24 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers.
- Het bestreden arrest verklaart de eiser M E A schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten I en II, met de toevoeging "de feiten gepleegd zijnde door twee of meer personen" maar zonder de verzwarende omstandigheid "het geweld of de bedreiging een blijvende [fysieke] of psychische ongeschiktheid ten gevolge gehad hebbend", gepleegd in staat van wettelijke herhaling na veroordeling tot een gevangenisstraf van 10 jaar bij vonnis van 27 juni 2002 van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen. Het veroordeelt hem uit dien hoofde tot een hoofdgevangenisstraf van 4 jaar. Bovendien stelt het hem met eenparigheid van stemmen ter beschikking van de regering voor een termijn van tien jaar met als motivering dat "de garantie van veiligheid voor de gemeenschap een vorm van langere controle op (de eiser)" vergt.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat met het oog op deze maatregel die door de wet niet verplicht is voorgeschreven, de procedures betreffende de misdrijven die als grondslag van de herhaling gelden, bij het dossier van de vervolging werden gevoegd.
- Het bestreden arrest dat aldus de eiser M E A ter beschikking van de regering stelt, schendt artikel 24 Wet Bescherming Maatschappij. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
- De terbeschikkingstelling van de regering behoort tot de hoofdstraffen zodat de onwettigheid ervan de vernietiging meebrengt van alle uitgesproken straffen evenals van de veroordeling tot betaling van een bijdrage van 137,50 euro. De onwettigheid van de straf of van de motivering ervan tast de wettigheid van de schuldigverklaring evenwel niet aan.
- Wat de schuldigverklaring van I G en M E A betreft, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en zijn de beslissingen overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eisers I G en M E A tot straf veroordeelt en hen veroordeelt tot betaling van een bijdrage aan het bijzonder fonds voor de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het eerste cassatieberoep van I G en het cassatieberoep van M E A voor het overige. Verwerpt het tweede cassatieberoep van I G. Veroordeelt de eiser I G in de helft van de kosten van zijn eerste cassatieberoep en de eiser M E A in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep; laat de overige helft daarvan ten laste van de Staat. Veroordeelt I G in de kosten van zijn tweede cassatieberoep. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Begroot de kosten in het geheel op 194,10 euro waarvan op elk cassatieberoep 64,70 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 18 maart 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080318.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110301.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181212.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970805.2 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110209.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div