← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080320.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080320.1 Rolnummer: F.07.0016.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-16 Raadplegingen: 777 - laatst gezien 2026-07-03 12:58 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080320.1 Fiche 1 Een dwangbevel inzake belasting over de toegevoegde waarde is een bestuurshandeling waarop de Wet Motivering Bestuurshandelingen van toepassing is zodat het bestuur de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die ten grondslag liggen aan de belastingschuld waarvoor het dwangbevel werd uitgevaardigd; als taxatietitel, waarin de belastingschuld geconcretiseerd wordt, dient het dwangbevel het belastbaar feit, het bedrag en de hoedanigheid van de schuldenaar duidelijk te maken

(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vervolging en gedingen - voorrechten Schatkist (B.T.W.) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Motivering bestuurshandelingen - Motiveringsplicht Vrije woorden: Gebrek aan voldoening van de belasting - Dwangbevel - Aard Fiche 2 Het is noodzakelijk dat het proces-verbaal, als bijlage waarnaar het dwangbevel verwijst, mee betekend wordt om de belastingplichtige in de mogelijkheid te stellen zich rekenschap te geven van het voorwerp en de oorzaak van de vordering van de administratie; geen enkele wettelijke bepaling voorziet evenwel dat de stukken waarnaar in het proces-verbaal wordt verwezen, mee moeten betekend worden met het dwangbevel
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vervolging en gedingen - voorrechten Schatkist (B.T.W.) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Motivering bestuurshandelingen - Motiveringsplicht Vrije woorden: Gebrek aan voldoening van de belasting - Dwangbevel - Rechtsgeldigheid - Voorwaarden - Te betekenen stukken Fiche 3 De wet motivering bestuurshandelingen, noch enige andere wettelijke bepaling staan eraan in de weg dat het bestuur na het opstellen van een dwangbevel met betrekking tot een bepaalde belastingschuld, nieuwe juridische argumenten en feitelijke gegevens aanvoert ter ondersteuning van hetgeen in het dwangbevel reeds is vastgesteld en vermeld met betrekking tot diezelfde belastingschuld
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vervolging en gedingen - voorrechten Schatkist (B.T.W.) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Motivering bestuurshandelingen - Motiveringsplicht Vrije woorden: Gebrek aan voldoening van de belasting - Bewijsvoering van de fiscale schuld - Dwangbevel - Door het bestuur naderhand aangevoerde nieuwe elementen Fiche 4 De motivering van het dwangbevel moet "afdoende" zijn, hetgeen impliceert dat de beslissing voldoende door de motivering moet worden gedragen; de feitelijke gegevens van het administratief onderzoek waaruit blijkt op welke wijze het bestuur in kennis werd gesteld van het belastbaar feit en zodus over welke bewijsmiddelen het beschikt, behoren niet tot het gebied van de motivering van het dwangbevel, maar tot de bewijsvoering van de fiscale schuld
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vervolging en gedingen - voorrechten Schatkist (B.T.W.) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Motivering bestuurshandelingen - Motiveringsplicht Vrije woorden: Gebrek aan voldoening van de belasting - Dwangbevel - Bestuurshandeling - Motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 85, § 1, eerste lid Wet - 29-07-1991 - Art. 3 Fiches 5 - 8 Concl. adv.-gen. THIJS, Cass., 20 maart 2008, AR F.07.0016.N, A.C., 2008, nr. ... Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vervolging en gedingen - voorrechten Schatkist (B.T.W.) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Motivering bestuurshandelingen - Motiveringsplicht Vrije woorden: Gebrek aan voldoening van de belasting - Dwangbevel - Aard Gebrek aan voldoening van de belasting - Dwangbevel - Rechtsgeldigheid - Voorwaarden - Te betekenen stukken Gebrek aan voldoening van de belasting - Bewijsvoering van de fiscale schuld - Dwangbevel - Door het bestuur naderhand aangevoerde nieuwe elementen Gebrek aan voldoening van de belasting - Dwangbevel - Bestuurshandeling - Motivering Tekst van de beslissing Nr. F.07.0016.N V.A., eiseres, met als raadsman mr. Alexander Delafonteyne, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Woodrow Wilsonplein 24, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Oostende, met kantoor te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 8 november 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  1. Inzake belasting over de toegevoegde waarde is het dwangbevel een bestuurshandeling waarop de wet motivering bestuurshandelingen van toepassing is, zodat het bestuur de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die ten grondslag liggen aan de belastingschuld waarvoor het dwangbevel werd uitgevaardigd.
  2. De motivering moet "afdoende" zijn. Zulks impliceert dat de beslissing voldoende door de motivering moet worden gedragen.
  3. In het raam van de belasting over de toegevoegde waarde is het dwangbevel enerzijds een taxatietitel waarin de belastingschuld geconcretiseerd wordt bij gebrek aan spontane en onvoorwaardelijke betaling van de verschuldigde belasting en anderzijds een akte die geldt als uitvoerbare titel met het oog op de invordering van die belastingschuld. Dat het dwangbevel de belastingschuld concretiseert, impliceert dat het belastbare feit, het bedrag en de hoedanigheid van de schuldenaar duidelijk worden gemaakt.
  4. De feitelijke gegevens van het administratief onderzoek waaruit blijkt op welke wijze het bestuur in kennis werd gesteld van het belastbare feit en zodus over welke bewijsmiddelen het beschikt, behoren niet tot het gebied van de motivering van het dwangbevel, zijnde de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de belastingschuld, maar tot de bewijsvoering van de fiscale schuld. De wet motivering bestuurshandelingen noch enige andere wettelijke bepaling staan eraan in de weg dat na het opstellen van een dwangbevel met betrekking tot een bepaalde belastingschuld, het bestuur nieuwe juridische argumenten en feitelijke gegevens aanvoert. Die argumenten en gegevens kunnen worden aangevoerd ter ondersteuning van hetgeen in het dwangbevel reeds is vastgesteld en vermeld met betrekking tot diezelfde belastingschuld.
  5. Het is noodzakelijk dat het proces-verbaal, als bijlage waarnaar het dwangbevel verwijst, mee betekend wordt om de belastingplichtige in de mogelijkheid te stellen zich rekenschap te geven van het voorwerp en de oorzaak van de vordering van de administratie. Geen enkele wettelijke bepaling voorziet evenwel dat de stukken waarnaar in het proces-verbaal wordt verwezen, mee moeten betekend worden met het dwangbevel.
  6. Het middel dat ervan uitgaat dat het dwangbevel van 17 oktober 1996 onvoldoende gemotiveerd is doordat het proces-verbaal van 5 april 1996, waarnaar het bij het dwangbevel gevoegde proces-verbaal van 15 oktober 1996 verwijst, niet aan het dwangbevel werd gehecht en dat ervan uitgaat dat het proces-verbaal van 15 oktober 1996 niet kan worden aangevuld met andere bewijselementen, kan, in zoverre het de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet motivering bestuurshandelingen aanvoert, niet worden aangenomen.
  7. In zoverre het middel de schending van artikel 59 van het BTW-Wetboek aanvoert, is het niet ontvankelijk wegens onduidelijkheid vermits het niet preciseert hoe en waardoor het arrest deze bepaling schendt. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 227,27 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van 20 maart 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080320.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080320.1 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2013:ARR.20131122.8 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100514.3 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120413.1 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130110.3 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130419.4 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140320.9 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150924.10 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170512.2 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200925.1N.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231123.1N.5 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240321.1N.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240502.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.