id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080401.1 Rolnummer: P.07.1824.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Belastingrecht - Overige Invoerdatum: 2008-04-22 Raadplegingen: 650 - laatst gezien 2026-07-03 09:48 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring van artikel 21ter, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, kan ook worden toegepast op de vorderingen welke strekken tot de enkele toepassing van boeten, verbeurdverklaringen of het sluiten van fabrieken of werkplaatsen bedoeld in artikel 281, §§1 en 2, A.W.D.A. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Boeten - straffen Vrije woorden: Veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring - Douane en accijnzen - Vordering tot toepassing van boeten, verbeurdverklaringen of het sluiten van fabrieken of werkplaatsen - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Boeten - straffen Vrije woorden: Vordering van de administratie - Vordering tot toepassing van boeten, verbeurdverklaringen of het sluiten van fabrieken of werkplaatsen - Veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring - Wettigheid Fiches 3 - 4 Om wettig met redenen omkleed te zijn moet een beslissing van verplichte verbeurdverklaring de overtreding vaststellen, de goederen aanduiden waarop de verbeurdverklaring betrekking heeft en de toegepaste wetsartikelen vermelden. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Boeten - straffen Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Verplichte verbeurdverklaring - Motivering - Vereisten Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Boeten - straffen Vrije woorden: Straf - Verplichte verbeurdverklaring - Vereisten Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 Fiches 5 - 6 Artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, vereist slechts een bijzondere redengeving voor elke straf of maatregel en van de strafmaat voor elke uitgesproken straf of maatregel, als de wet de rechter daartoe de vrije beoordeling laat; dat is niet het geval bij de verplichte verbeurdverklaring
(1).
(1)Cass., 10 feb. 1988, AR 6385, A.C., 1987-88, nr 356; 6 dec. 1988, AR 2759, A.C., 1988-89, nr 203; 10 jan. 1989, AR 2402, A.C., 1988-89, nr 272. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Boeten - straffen Vrije woorden: Keuze van de straf of de maatregel - Bijzondere motiveringsplicht - Artikel 195, tweede lid, Sv. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Boeten - straffen Vrije woorden: Keuze van de straf of de maatregel - Bijzondere motiveringsverplichting - Artikel 195, tweede lid, Sv. Fiche 7 De door artikel 21ter, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, bedoelde bijzondere verbeurdverklaring betreft alle door de wet bepaalde bijzondere verbeurdverklaringen; de omstandigheid dat de verbeurdverklaring een straf is doet daaraan niets af
(1).
(1)Zie Cass., 14 juni 2006, AR P.05.1632.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060614.13, A.C., 2006, nr 329 met concl. advocaat-generaal Vandermeersch. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Boeten - straffen Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Bijzondere verbeurdverklaring - Veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring - Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.1824.N
- L J M L, beklaagde,
- POSTILLON nv, met zetel te 3271 Scherpenheuvel-Zichem, Weg Messelbroek 160, civielrechtelijk en hoofdelijk aansprakelijke partij, eisers, met als raadsman mr. Chris Vandebroeck, advocaat bij de balie te Leuven, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Gerry Janssens, advocaat bij de balie te leuven, voor mr. Vandebroeck, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 41-43-45, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 november
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 281, §§ 1 en 2, AWDA: daar enkel de verweerder in hoger beroep is gekomen van het vonnis dat de eiser van de hem ten laste gelegde accijnsmisdrijven heeft vrijgesproken en de eiseres als civielrechtelijk en hoofdelijk aansprakelijke buiten zake heeft gesteld, kon het hof van beroep slechts uitspraak doen over de vorderingen met betrekking tot de geldboeten en de verbeurdverklaringen en kon het tegen de eiser geen eenvoudige schuldigverklaring uitspreken.
- De veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan ook worden toegepast op de vorderingen welke strekken tot de enkele toepassing van boeten, verbeurdverklaringen of het sluiten van fabrieken of werkplaatsen, bedoeld in artikel 281, §§ 1 en 2, AWDA. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: uit het bestreden arrest blijkt niet dat aan de wettelijke vereisten voor de verbeurdverklaring is voldaan.
- Bij overtreding is de rechter, enerzijds bij toepassing van artikel 5, § 1, vierde lid, van de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken, anderzijds bij toepassing van artikel 39, vierde lid, van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, verplicht de verbeurdverklaring uit te spreken van de goederen waarop de accijns verschuldigd is. Om wettig met redenen te zijn omkleed moet de beslissing van verbeurdverklaring dan ook de overtreding vaststellen, de goederen aanduiden waarop de verbeurdverklaring betrekking heeft en de toegepaste wetsartikelen vermelden, wat het bestreden arrest hier telkens doet. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest vermeldt niet nauwkeurig, zij het beknopt, de redenen waarom het tegen de eiser verbeurdverklaringen van de goederen waarop accijns verschuldigd is, uitspreekt.
- Artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering vereist slechts een bijzondere redengeving voor elke straf of maatregel en van de strafmaat voor elke uitgesproken straf of maatregel, als de wet de rechter daartoe vrije beoordeling overlaat, wat, zoals hierboven werd gezegd, hier niet het geval is. Het middel faalt naar recht. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van: - artikelen 1, 2 en 48 van het ministerieel besluit van 23 december 1993 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en artikelen 1, 2, 4, 5 en 6 van de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken; - artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 11, 15, 39 en 42 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, de artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 23, 27, 28, 30 en 31 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken; - artikelen 265, 266, 267 en 311 AWDA. Het middel betoogt dat het bestreden arrest niet wettig vermocht de eiser schuldig te verklaren op grond van zijn enkele onachtzaamheid.
- Het bestreden arrest overweegt onder meer: "Uit dit alles staat vast dat [de eiser] wel degelijk van meet af aan op de hoogte moet zijn geweest van het feit dat achter voormelde firma's één en dezelfde persoon figureerde, namelijk [zijn medebeklaagde]. [De eiser], die als professionele actor in de betrokken sector, kennis had of diende te hebben van de ter zake geldende regelgeving, heeft als transporteur niet alleen nagelaten de vervoerde accijnsgoederen af te leveren of te laten afleveren op een daartoe door de toepasselijke reglementering vereiste plaats, doch tevens zijn bewuste en actieve rechtstreekse en onontbeerlijke medewerking verleend aan het bewimpelen van de fraude, door het splitsen van de transportfacturen en door het opstellen van twee afzonderlijke CMR¬-vrachtbrieven (cfr. supra), hetgeen, onder de voorliggende omstandigheden, bezwaarlijk als een normale wijze van handelen kan worden beschouwd. Geen der elementen van het dossier laat toe vast te stellen of aannemelijk te maken dat [de eiser] te dezen het slachtoffer zou zijn geworden van een onoverwinnelijke dwaling of dat de feiten overmacht opleveren die zijn schuld uitsluit. Gelet op wat voorafgaat staat vast dat [de eiser] niet heeft gehandeld zoals ieder redelijk, voorzichtig en vooruitziend persoon (transporteur) in dezelfde omstandigheden zou gehandeld hebben. De door [de eiser] ingeroepen omstandigheid dat hijzelf noch [de eiseres] enig materieel voordeel zou geput hebben uit de geviseerde feiten is te dezen irrelevant".
- Met deze overwegingen stellen de appelrechters onaantastbaar vast dat de eiser als professioneel transporteur met kennis van zaken zijn vrije medewerking heeft verleend aan de door zijn medebeklaagde opzettelijk gepleegde fraude. De omstandigheid dat de appelrechters bovendien in hoofde van de eiser overmacht of onoverwinnelijke dwaling uitsluiten, doet aan hun oordeel niet af. Het middel kan niet worden aangenomen. Vijfde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 2 Strafwetboek en artikel 14 Grondwet: daar de feiten dateren van vóór de inwerkingtreding van artikel 21ter Voorafgaande titel Wetboek van Strafvordering konden de appelrechters niet bij toepassing van dit artikel de daarin bepaalde verbeurdverklaring uitspreken.
- Artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij wet van 30 juni 2000, inwerkinggetreden op 12 december 2000, bepaalt: "Indien de duur van de strafvervolging de redelijke termijn overschrijdt, kan de rechter de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uitspreken of een straf uitspreken die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf. Wanneer de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring wordt uitgesproken, wordt de verdachte veroordeeld in de kosten en, zo daartoe aanleiding bestaat, tot teruggave. De bijzondere verbeurdverklaring wordt uitgesproken."
- Vóór de inwerkingtreding van dit artikel kon bij overschrijding van de redelijke termijn nog steeds de bijzondere verbeurdverklaring worden uitgesproken. Het middel faalt naar recht. Zesde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 221 en volgende AWDA en artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering vindt geen toepassing op de facultatieve verbeurdverklaring van artikel 221 AWDA die bovendien een straf is.
- De verbeurdverklaringen zijn hier niet gegrond op artikel 221 en volgende AWDA maar op, enerzijds artikel 5, § 1, vierde lid, van de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken, anderzijds artikel 39, vierde lid, van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop. Deze verbeurdverklaringen zijn bovendien niet facultatief maar verplichtend.
- Verder betreft de door artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bedoelde bijzondere verbeurdverklaring alle door de wet bepaalde bijzondere verbeurdverklaringen. De omstandigheid dat de verbeurdverklaring een straf is, doet daaraan niet af. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 107,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 1 april 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080401.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110112.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060614.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171108.3 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20171108.3 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180313.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div