id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.3 Rolnummer: P.08.0006.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-25 Raadplegingen: 630 - laatst gezien 2026-07-03 04:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het stilzwijgen van artikel 39, § 1, 1° van het Milieuvergunningsdecreet met betrekking tot de schuldvorm van het zonder vergunning exploiteren of veranderen van een vergunningsplichtige inrichting brengt mee dat de schuld aan dit misdrijf onder meer kan bestaan in onachtzaamheid
(1); het bestaan van dit zedelijk bestanddeel kan worden afgeleid uit het louter materieel gepleegde feit en de vaststelling dat dit feit kan worden toegerekend aan de beklaagde, met dien verstande dat de dader vrijuit gaat wanneer overmacht, onoverwinnelijke dwaling of een andere schulduitsluitingsgrond wordt aangetoond, minstens niet ongeloofwaardig is
(2); het bewijs van het bestaan van deze fout, als bestanddeel van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon, geschiedt niet anders.
(1)Zie Cass., 26 feb. 2002, AR P.00.1033.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020226.27, A.C., 2002, nr. 128.
(2)Zie Cass., 12 mei 1987, AR 728, A.C., 1986-87, nr.
- Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Algemeen Vrije woorden: Materieel en moreel bestanddeel - Moreel bestanddeel - Milieurecht - Milieuvergunningsdecreet - Stilzwijgen van de wet - Onachtzaamheid Thesaurus CAS: MILIEURECHT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Algemeen Vrije woorden: Milieuvergunningsdecreet - Onachtzaamheid - Fout - Strafrechtelijke aansprakelijkheid - Rechtspersoon Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Misdrijven - Algemeen Vrije woorden: Strafrechtelijke aansprakelijkheid - Fout - Bewijs Tekst van de beslissing Nr. P.08.0006.N I. N M C H, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. André Corthouts, advocaat bij de balie te Hasselt. II. VOETS bvba, met zetel te 3730 Hoeselt, Plasstraat 24, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Pieter Wirix, advocaat bij de balie te Tongeren, ter rechtszitting bijgestaan door mr Kristof Lefever, advocaat bij de balie te Brusse, voor mr Wirix. beide cassatieberoepen tegen:
- J S, burgerlijke partij,
- B S, burgerlijke partij,
- A S, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 november
- De eiseres I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiseres II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eiseres I
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters hebben de conclusie van de eiseres dat het woonhuis, voorwerp van de telastlegging II, niets te maken heeft met de exploitatie van het bedrijf Voets, niet beantwoord.
- De appelrechters stellen vast dat de verweerders de afbraak vorderen van de niet vergunde constructies, onder meer "verhard terrein deels beton, deels grint, dat de [eiseres] niet betwist dat deze constructies zijn opgericht zonder vergunning en door [haar] zijn in stand gehouden in de periodes zoals hoger aangepast. De [...] wederrechtelijke constructies zijn ook niet verwijderd zodat de eerste rechter terecht de afbraak beval van al deze wederrechtelijke constructies. Gelet op de door de [eiseres] bijgebrachte stukken in verband met de actuele toestand van het terrein acht het hof van beroep een plaatsbezoek niet opportuun". Met die redenen beantwoorden de appelrechters de conclusie van de eiseres. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel van de eiseres I
- Het middel voert aan dat het oordeel van de appelrechters over de strafvordering tegenstrijdig is, en de daaruit afgeleide beoordeling van de herstelvordering verkeerd is in rechte.
- De appelrechters oordelen, eendeels, dat de burgerlijke vordering van de verweerders tijdig is ingesteld, anderdeels, dat de opheffing van het strafbare karakter van het misdrijf van instandhouding alleen het verval van de op dat misdrijf gesteunde strafvordering tot gevolg heeft. Voorts, dat dit evenwel niet meebrengt dat de instandhouding die strafbaar was op het ogenblik dat zij plaatsvond, niet langer de grondslag kan uitmaken van een herstelvordering. Deze beslissingen zijn niet tegenstrijdig noch onduidelijk noch onwettig. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel van de eiseres I
- Het middel bekritiseert de duur van de termijn die wordt toegestaan om het herstel te verwezenlijken, en acht deze "onredelijk".
- Het middel vraagt een beoordeling van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Middel van de eiseres II
- Het middel voert schending aan van artikel 5, eerste en tweede lid, Strafwetboek: een concrete, duidelijk aanwijsbare fout wordt in hoofde van de eiseres, als rechtspersoon, niet aangetoond, minstens is de schuld aan de haar ten laste gelegde feiten niet bewezen en uit het strafrechtelijk onderzoek blijkt niet dat zij betrokken is geweest bij de haar ten laste gelegde feiten.
- Het stilzwijgen van artikel 39, § 1, 1°, Milieuvergunningsdecreet met betrekking tot de schuldvorm van het zonder vergunning exploiteren of veranderen van een vergunningsplichtige inrichting brengt mee dat de schuld aan dit misdrijf onder meer kan bestaan in onachtzaamheid. Het bestaan van dit morele bestanddeel kan worden afgeleid uit het louter materiële gepleegde feit en de vaststelling dat dit feit kan worden toegerekend aan de beklaagde, met dien verstande dat de dader vrijuitgaat wanneer overmacht, onoverwinnelijke dwaling of een andere schulduitsluitingsgrond wordt aangetoond, minstens niet ongeloofwaardig is. Het bewijs van het bestaan van deze fout als bestanddeel van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon, geschiedt niet anders.
- Te dezen stellen de appelrechters vast dat de eiseres niet betwist dat zij in de voorziene periode tussen 23 mei 2000 en 24 februari 2003 heeft geëxploiteerd zonder te beschikken over een voorafgaande en schriftelijke milieuvergunning, welke inbreuk een intrinsiek verband heeft met het doel van de vennootschap; dat zij tot op heden nog steeds exploiteert zonder vergunning niettegenstaande een arrest van de Raad van State dat reeds dateert van
- Uit deze vaststellingen leiden de appelrechters, bij ontstentenis van enige aangevoerde rechtvaardigingsgrond, wettig het bestaan van een fout in hoofde van de eiseres af. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen in de kosten. Begroot de kosten op 171,90 euro waarvan de eiseres I 57,52 euro verschuldigd is en 30 euro betaald heeft en de eiseres II 54,38 euro verschuldigd is en 30 euro betaald heeft. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 8 april 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111129.1 ECLI:BE:EAOVL:2009:JUG.20090202.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020226.27 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160503.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div