← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.5 Rolnummer: P.08.0092.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-04-25 Raadplegingen: 559 - laatst gezien 2026-07-03 11:06 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Om te genieten van de in artikel 6 van de Wet van 24 februari 1921 bedoelde verschoningsgrond is vereist dat de onthullingen oprecht en volledig zijn zodat de overheid in staat is vervolgingen in te stellen

(1); dit houdt in dat de aangever omtrent de feiten niet alleen zijn eigen aandeel kenbaar moet maken,maar ook binnen zijn wetenschap omtrent de feiten een volledige aangifte moet doen van alle omstandigheden en daders van het misdrijf.
(1)Cass., 8 dec. 1992, AR 7226, A.C., 1991 - 92, nr.
  1. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - GENEESMIDDELEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Drugs - Psychotrope stoffen - Straffen Vrije woorden: Verdovende middelen - Wet van 24 februari 1921 - Artikel 6 - Vrijstelling of vermindering van straffen - Onthulling aan de overheid Wettelijke bepalingen: Wet - 24-02-1921 - Art. 6, tweede en derde lid - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: STRAF - VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN. VERSCHONINGSGRONDEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Drugs - Psychotrope stoffen - Straffen Vrije woorden: Verdovende middelen - Wet van 24 februari 1921 - Artikel 6 - Vrijstelling of vermindering van straffen - Onthulling aan de overheid Wettelijke bepalingen: Wet - 24-02-1921 - Art. 6, tweede en derde lid - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Annotaties Publicaties: Juristenkrant - Steven VAN DROMME; Geen strafvermindering voor drugskoerier die zichzelf aangaf. - 2008, 1 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0092.N K A D, geboren te Kpome (Togo) op 13 september 1968, zonder gekende woon- of verblijfplaats in Belgiê, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr Gert Warson, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Berte Callebaut, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Warson. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 5 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 Drugwet: het arrest dat vaststelt dat de eiser zijn eigen daderschap heeft onthuld, kan niet wettig oordelen dat de eiser de door artikel 6 Drugwet bedoelde daders of misdrijven niet heeft onthuld; de weigering de bij dit artikel bepaalde strafverminderende verschoningsgrond toe te passen is bijgevolg niet naar recht verantwoord.
  4. Artikel 6, tweede lid, Drugwet bepaalt: "Van de correctionele straffen bepaald bij de artikelen 2bis, 2quater en 3 blijven vrij de schuldigen die vóór de vervolging, aan de overheid de identiteit van de daders van de bij die artikelen omschreven misdrijven of, indien de daders niet bekend zijn, het bestaan van die misdrijven hebben onthuld". Het derde lid van dit artikel bepaalt: "In dezelfde gevallen worden de bij die artikelen gestelde criminele straffen verminderd in de bij artikel 414, tweede en derde lid, van het Strafwetboek bepaalde mate".
  5. Om te genieten van de in de vermelde bepalingen bedoelde verschoningsgrond is vereist dat de onthullingen oprecht en volledig zijn zodat de overheid in staat is vervolgingen in te stellen. Dit houdt in dat de aangever omtrent de feiten niet alleen zijn eigen aandeel kenbaar moet maken, maar ook binnen zijn wetenschap omtrent de feiten een volledige aangifte moet doen van alle omstandigheden en daders van het misdrijf.
  6. Het arrest oordeelt : Uit de tekst en de geest van artikel 6 (Drugwet) blijkt dat de erin vervatte verschoningsgrond niet geldt voor de drugkoerier die, zoals te dezen het geval was, zich aanbiedt bij de politie met de mededeling dat hij drugs in zijn lichaam ‘vervoert' en vreest dat de verpakking van een bolletje drugs gescheurd is. Op die wijze heeft de dader van het ten laste gelegde misdrijf in zijn eerste verklaring wel zijn eigen daderschap onthuld, maar niet het bestaan van de door voormeld artikel bedoelde daders of misdrijven". Hierdoor geeft het arrest te kennen dat eisers onthullingen betreffende alle hem gekende omstandigheden van het misdrijf en de hem gekende mededaders niet volledig en oprecht waren en de overheid niet in staat stellen tegen alle daders vervolgingen in te stellen. Op grond van die redenen weigert het arrest eiser het voordeel van de in artikel 6 Wet Verdovende Middelen bepaalde strafvermindering toe te kennen. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straf van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 53,99 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 8 april 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170118.4 ECLI:BE:HBGNT:2015:ARR.20151222.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170118.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.