← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.6 Rolnummer: P.08.0137.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-04-25 Raadplegingen: 344 - laatst gezien 2026-07-03 04:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche De bepaling van artikel 375 van het Strafwetboek houdt niet in dat een penetratie volledig moet zijn om het misdrijf van verkrachting op te leveren; een poging tot penetratie die,niettegenstaande vleselijk contact,wegens onvoldoende ontwikkeling van het organisme van het slachtoffer niet slaagt, is een penetratie in de zin van deze bepaling en kan het misdrijf van verkrachting opleveren. Thesaurus CAS: AANRANDING VAN EERBAARHEID EN VERKRACHTING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen familie en zeden - Verkrachting Vrije woorden: Verkrachting - Constitutieve bestanddelen - Seksuele penetratie Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 375 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: Juristenkrant - Bjorn KETELS; Geen volledige penetratie, toch voltooide verkrachting. - 2008, 4 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0137.N A S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joke Neven, advocaat bij de balie te Mechelen, tegen

  1. J O B, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar minderjarige zoon J O B, burgerlijke partij,
  2. J I O, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen,, correctionele kamer, van 24 december
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Ingelgem heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk wetboek in samenhang gelezen met artikel 375 Strafwetboek: door de eiser schuldig te verklaren aan de telastlegging A, zijnde verkrachting, schendt het arrest de bewijskracht van de stukken van het strafdossier waar enkel sprake is van poging tot verkrachting.
  5. Artikel 375 Strafwetboek bepaalt dat verkrachting elke daad van seksuele penetratie van welke aard is en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt. Deze bepaling houdt niet in dat een penetratie volledig moet zijn om het misdrijf verkrachting op te leveren. Een penetratie die, niettegenstaande vleselijk contact, wegens de onvoldoende ontwikkeling van het organisme van het slachtoffer niet volledig slaagt, is een penetratie in de zin van artikel 375 Strafwetboek en kan het misdrijf verkrachting opleveren. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. De enkele omstandigheid dat het arrest de eiser schuldig verklaart aan het misdrijf verkrachting, houdt niet in dat het de in het middel vermelde stukken uitlegt. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  7. Voor het overige geeft het arrest zowel met de redenen die het bevat als met de redenen van het beroepen vonnis die het overneemt, geen uitlegging van de in het middel weergegeven stukken maar beoordeelt het enkel onaantastbaar de bewijswaarde ervan. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest is met betrekking tot de schuldigverklaring aan de telastlegging A tegenstrijdig gemotiveerd.
  9. Het arrest stelt met overname van de redenen van het beroepen vonnis vast dat het slachtoffer tijdens het audiovisueel verhoor verklaard heeft dat de eiser hem meerdere malen getracht heeft anaal te verkrachten. Met eigen redenen en met overname van de redenen van het beroepen vonnis stelt het arrest mede op grond van andere feitelijke gegevens zoals de bevindingen en besluiten van de gerechtsdeskundige, vast dat het slachtoffer herhaalde zedenfeiten met penetratie vóór de leeftijd van tien jaar verwoordt. Op die gronden oordeelt het dat de eiser het slachtoffer heeft verkracht. Die redenen zijn niet tegenstrijdig. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet genomen. Onmiddellijke aanhouding
  11. Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep heeft het arrest waarbij de eiser tot straf en in kosten wordt veroordeeld kracht van gewijsde zodat het cassatieberoep tegen de beslissing waarbij het arrest eisers onmiddellijke aanhouding beveelt, geen bestaansreden meer heeft. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 82,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 8 april 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:COHSAV:2025:DEC.20250901.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.