id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080410.9 Rolnummer: C.08.0090.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-04-21 Raadplegingen: 192 - laatst gezien 2026-07-03 04:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche De enkele omstandigheid dat een zaak beoordeeld wordt door personen die in het verleden met de verzoeker hebben gezeteld, is niet van aard noodzakelijk een gewettigde verdenking te doen ontstaan; om na te gaan of een onttrekking vereist is, moeten alle gegevens in acht worden genomen, zoals de aard van de rechtspleging en de banden die structureel en feitelijk bestaan tussen de leden van de instelling van wie de onttrekking wordt gevraagd. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Onttrekking van de zaak - Gronden Vrije woorden: Verzoekschrift tot onttrekking - Gronden - Gewettigde verdenking - Leden die in het verleden met de betrokkene hebben gezeteld Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 648, 2° Tekst van de beslissing Nr. C.08.0090.N S.C., verzoeker tot onttrekking, met als raadsman mr. Antoon Lust, advocaat bij de balie te Brugge, met kantoor te 8200 Sint-Andries-Brugge, Burggraaf de Nieulantlaan
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De verzoeker heeft bij verzoekschrift ondertekend door een advocaat de onttrekking gevraagd van de zaak aan de Raad van beroep voor het personeel van de griffies en de parketten van het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Gent. Bij arrest van 28 februari 2008 heeft het Hof het verzoek niet kennelijk onontvankelijk verklaard. De Voorzitter en de secretaris-rapporteur van de Raad hebben op 10 maart 2008 onderaan het arrest een verklaring gesteld. De verzoeker heeft op 13 maart 2008 een conclusie neergelegd. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het verzoek is in wezen hierop gebaseerd dat de raad van beroep nooit kan worden samengesteld op een wijze die toelaat op onpartijdige wijze te zetelen, op grond dat verzoeker sinds jaar en dag deel uitmaakt van die Raad.
- Uit de wet zelf en inzonderheid uit artikel 287quater van het Gerechtelijk Wetboek, blijkt dat de leden van de raad van beroep voor een deel bestaan uit leden die dezelfde functie uitoefenen als degene die het advies bekritiseert. Aldus wanneer het beroep wordt ingesteld door een lid van de griffie of door een personeelslid van de griffie, nemen zitting in de raad van beroep een magistraat van de zetel, een magistraat van het parket en twee griffiers. Deze bepaling strekt er toe een maximale bescherming te bieden aan de geëvalueerde doordat zijn gelijken met een praktische kennis van zaken het advies kunnen toetsen.
- De verzoeker voert aan dat die regeling ertoe leidt dat de raad van beroep, waarvan hij deel uitmaakt, voor zijn beoordeling noodzakelijk zal samengesteld worden uit een dubbeltal van collega's die in het verleden in diezelfde raad met hem hebben gezeteld.
- De enkele omstandigheid dat een zaak beoordeeld wordt door personen die in het verleden met de betrokkene hebben gezeteld, is niet van aard noodzakelijk een gewettigde verdenking te doen ontstaan. Om na te gaan of een onttrekking vereist is, moeten alle gegevens in acht worden genomen, zoals de aard van de rechtspleging en de banden die structureel en feitelijk bestaan tussen de leden van de instelling van wie de onttrekking wordt gevraagd.
- Te dezen betreft het verzoek een toetsing van adviezen dienstig voor een bevordering van de verzoeker, die van aard is voor hem effectieve gevolgen te hebben. Waar dergelijke toetsing evenwel steeds geschiedt door een raad van beroep, deels samengesteld uit functiegenoten van de verzoeker, lijkt de omstandigheid dat de verzoeker in het verleden met die functiegenoten in dezelfde raad zitting had, niet van aard te kunnen zijn de oordeelsvrijheid van die functiegenoten aan te tasten. Het verzoek moet worden verworpen. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 10 april 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080410.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div