id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080422.1 Rolnummer: P.07.1426.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-05-27 Raadplegingen: 181 - laatst gezien 2026-07-03 04:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche Geen wetsbepaling noch rechtsbeginsel verbiedt de strafrechter om bij de vorming van zijn overtuiging en het bepalen van de strafmaat, rekening te houden met het bestaan van een eerdere in kracht van gewijsde gegane veroordeling wegens gelijkaardige vroegere feiten, die pas is uitgesproken nadat de beoordeelde feiten werden gepleegd voor zover hij geen wettelijke herhaling aanneemt. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen Vrije woorden: Strafmaat - Bepaling door de rechter - Feitelijke herhaling Tekst van de beslissing Nr. P.07.1426.N H M, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jean-Sébastien Sablon, advocaat bij de balie te Brugge, tegen
- G L, burgerlijke partij,
- ETHIAS VERZEKERING, met zetel te 3500 Hasselt, Prins-Bisschops¬singel 73, burgerlijke partij,
- STAD OOSTENDE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, met kantoren te 8400 Oostende, Vindictivelaan 1, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 4 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de niet-definitieve beslissingen over de tegen de eiser ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen, is het bij toepassing van artikel 416 Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk, behalve in zoverre het arrest uitspraak doet over het beginsel van aansprakelijkheid. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 IVBPR en miskenning van het legaliteitsbeginsel: zowel bij de beoordeling van de schuldvraag als bij het bepalen van de strafmaat houdt het arrest rekening met vroegere feiten waarvoor de eiser pas veroordeeld werd nadat de voorliggende feiten werden gepleegd.
- Geen wetsbepaling noch rechtsbeginsel verbiedt de strafrechter om bij de vorming van zijn overtuiging en het bepalen van de strafmaat, rekening te houden met het bestaan van een eerdere in kracht van gewijsde gegane veroordeling wegens gelijkaardige vroegere feiten, die pas is uitgesproken nadat de beoordeelde feiten werden gepleegd voor zover hij geen wettelijke herhaling aanneemt. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert een motiveringsgebrek aan: het arrest antwoordt niet op eisers verzoek om ook op strafrechtelijk gebied een deskundige aan te stellen, noch op de opmerkingen die hij heeft gemaakt op het voorverslag van de deskundige.
- Met de redenen die het vermeldt onder randnummer 1 "Kwalificatie" (arrest, p. 7), beantwoordt en verwerpt het arrest eisers verzoek om de deskundige ook aan te stellen op strafrechtelijk gebied.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters opmerkingen heeft gemaakt op het voorverslag van de deskundige. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 IVBPR: door te steunen op een voorverslag waarin nog voorbarige conclusies worden getrokken om de telastleggingen bewezen te achten, schenden de appelrechters de algemene zorgvuldigheidsplicht alsook het recht van verdediging.
- De grief is vreemd aan de motiveringsplicht van de artikelen 149 Grondwet en 195 Wetboek van Strafvordering. Het middel faalt in zoverre naar recht.
- Wanneer de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de strafrechter onaantastbaar in feite de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde gegevens die de partijen vrij hebben kunnen bespreken of tegenspreken.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters de bevindingen van het voorverslag van de deskundige heeft betwist of dat hij de appelrechters heeft gevraagd hem daartoe de gelegenheid te geven. In die omstandigheden vermochten de appelrechters zonder miskenning van het recht van verdediging, bij de beoordeling van eisers schuld rekening te houden met het voorverslag van de deskundige dat regelmatig in het debat was. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 85,34 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 22 april 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080422.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div