← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080422.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080422.4 Rolnummer: P.08.0087.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-05-27 Raadplegingen: 470 - laatst gezien 2026-07-03 04:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 447, tweede lid, Strafwetboek, is niet toepasselijk op andere personen dan deze bedoeld in artikel 447, eerste lid, Strafwetboek. Thesaurus CAS: LASTER EN EERROOF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof Vrije woorden: Bewijs - Artikel 447, Strafwetboek Fiches 2 - 3 Het feit dat artikel 443, Strafwetboek, het bewijs van het ten laste gelegde feit toelaat, doet geen afbreuk aan de gewone regels van het bewijs in strafzaken; de bewijslast rust bij de vervolgende partij of de burgerlijke partij, de beklaagde moet zijn onschuld niet bewijzen en bij twijfel moet hij worden vrijgesproken. Thesaurus CAS: LASTER EN EERROOF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof Vrije woorden: Bewijslast Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof Fiche 4 Nu het strafrecht autonoom is ten overstaan van andere takken van het recht moet het woord "personen" van artikel 444, laatste lid, Strafwetboek, niet uitgelegd worden in de betekenis die het heeft in het burgerlijk recht of in het vennootschappenrecht

(1).
(1)Zie Cass., 29 mei 1990, A.C., 1989-1990, nr 566; A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 5e uitgave, nr
  1. Thesaurus CAS: LASTER EN EERROOF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof Vrije woorden: Voorwaarde van openbaarheid - Begrip "verscheidene personen" Tekst van de beslissing Nr. P.08.0087.N M D V, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Jozef Robbroeckx, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen
  2. L L H, inverdenkinggestelde,
  3. L J A W, inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 december
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 443 Strafwetboek en artikel 149 Grondwet: de eiseres moest niet de onjuistheid van de aantijging van de eerste verweerder betreffende de plaatsing van een valse handtekening op het aandelenregister bewijzen, maar de eerste verweerder diende hier zijn aantijging tegen de eiseres te bewijzen aan de hand van een authentieke akte, wat hij niet deed; door enkel te verwijzen naar de motivering van de raadkamer, antwoordt de kamer van inbeschuldigingstelling niet op het door de eiseres aangevoerde argument.
  6. Artikel 149 Grondwet is niet toepasselijk op de onderzoeksgerechten die beslissen over de regeling van de rechtspleging.
  7. Uit de bewoording van het middel kan worden afgeleid dat het doelt op artikel 447, tweede lid, Strafwetboek. Dit artikel bepaalt dat de dader, indien de laster een feit betreft dat tot het private leven behoort, van de telastlegging geen ander bewijs tot zijn verdediging mag aanvoeren dan het bewijs dat volgt uit een vonnis of uit enige andere authentieke akte. Het geldt evenwel alleen voor de laster bedoeld in tegen een van de in artikel 447, eerste lid, Strafwetboek bedoelde dragers of agenten van het gezag of andere personen met een openbare hoedanigheid bekleed of gestelde lichamen. Artikel 447, tweede lid, Strafwetboek is niet toepasselijk op andere personen dan bedoeld in artikel 447, eerste lid, Strafwetboek.
  8. Dat artikel 443 Strafwetboek het bewijs van het ten laste gelegde feit toelaat, doet geen afbreuk aan de gewone regels van het bewijs in strafzaken; de bewijslast rust bij de vervolgende partij of de burgerlijke partij, de beklaagde moet zijn onschuld niet bewijzen en bij twijfel moet hij worden vrijgesproken. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 444 Strafwetboek, artikel 2 Vennootschappenwetboek en artikel 149 Grondwet: door C H en de bvba H als één en dezelfde persoon te beschouwen miskent de kamer van inbeschuldigingstelling de rechtspersoonlijkheid van de bvba; de beslissing dat de belastende brief niet overeenkomstig artikel 444 Strafwetboek aan verscheidene personen is toegestuurd, is derhalve niet naar recht verantwoord.
  10. Artikel 149 Grondwet is niet toepasselijk op de onderzoeksgerechten die beslissen over de regeling van de rechtspleging. Dat een beslissing niet naar recht verantwoord is, maakt bovendien geen schending uit van artikel 149 Grondwet.
  11. Het strafrecht is autonoom ten overstaan van andere takken van het recht. Aldus moet het woord "personen" van artikel 444, laatste lid, Strafwetboek niet uitgelegd worden in de betekenis die het heeft in het burgerlijk recht of in het vennootschappenrecht. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 282,16 euro waarvan 33,53 euro verschuldigd is en 248,63 euro betaald werd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 22 april 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080422.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140108.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.