id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080424.10 Rolnummer: C.07.0180.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-05-27 Raadplegingen: 601 - laatst gezien 2026-07-03 12:55 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter die in geval van bewarend of uitvoerend derdenbeslag zijn matigingsrecht uitoefent door de derde-beslagene, die zijn verklaring niet heeft gedaan binnen de wettelijke termijn of ze niet heeft gedaan met nauwkeurigheid, slechts ten dele schuldenaar te verklaren, kan dit matigingsrecht laten steunen op de afwezigheid van schade voor de beslaglegger, doordat de onregelmatige verklaring van de derde-beslagene op generlei wijze de kansen heeft aangetast van de beslaglegger om tegoeden van zijn schuldenaars te vinden en in beslag te nemen. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Bewarend beslag onder derden Vrije woorden: Derdenbeslag - Matigingsrecht van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1456 en 1542 Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Bewarend beslag onder derden Vrije woorden: Uitvoerend beslag - Derdenbeslag - Matigingsrecht van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1456 en 1542 Tekst van de beslissing Nr. C.07.0180.N PLUCZENIK DIAMOND COMPANY, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 51, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen STATE BANK OF INDIA, vennootschap naar Indisch recht, met zetel te Bombai (India), Madam Cama Road, met vestiging in België te 2018 Antwerpen, Korte Herentalsestraat 3, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 106, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 22 december 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel op verwijzing door het arrest van het Hof van 13 mei
- Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- De rechter die op grond van de artikelen 1456 en 1542 van het Gerechtelijk Wetboek zijn matigingsrecht uitoefent, kan dit matigingsrecht laten steunen op de afwezigheid van schade voor de beslaglegger, doordat de onregelmatige verklaring van de derde-beslagene op generlei wijze de kansen heeft aangetast van de beslaglegger om tegoeden van zijn schuldenaars te vinden en in beslag te nemen.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de beslagrechter zijn matigingsbevoegdheid daarop niet kan laten steunen, faalt naar recht. Derde onderdeel
- Het arrest oordeelt dat: - zo het waar is dat artikel 1456 van het Gerechtelijk Wetboek niet vereist dat de beslagleggende schuldeiser werkelijk schade lijdt en daarvan het bewijs levert, de afwezigheid van schade toch voor de beslagleggende schuldeiser een element is waarmee de rechter rekening kan houden voor de vermindering van de sanctie; - uit de verstrekte uitleg overigens blijkt dat bij talrijke bankinstellingen gelijktijdig bewarend beslag onder derden werd gelegd en dat geen tegoeden werden teruggevonden; - niet blijkt dat het verzuim van de verweerster op enigerlei wijze de kansen van de eiseres om tegoeden van zijn schuldenaars te vinden en in beslag te nemen, heeft aangetast; - er dan ook geen schade is bewezen zodat het hof van beroep soeverein de omvang van de burgerlijke sanctie te beoordelen heeft; - het te dezen past de schuldenaar-verklaring van de verweerster te beperken tot een principieel en forfaitair bedrag van 2.500 euro.
- Met die redenen leggen de appelrechters geen bewijslast van schade op de eiseres. Het onderdeel dat er van uitgaat dat het onderdeel dit wel doet mist feitelijke grondslag. Eerste onderdeel
- De hierboven onder randnummer 3 vermelde gegevens van het arrest maken een zelfstandige reden uit die de beslissing draagt en die in het tweede en het derde onderdeel vergeefs is bekritiseerd. Al was het onderdeel gegrond, het kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van 772,44 euro jegens de eisende partij en op de som van 174,15 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van vierentwintig april tweeduizend en acht uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080424.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2015:ARR.20151215.6 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140606.4 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240111.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div