← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080424.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080424.11 Rolnummer: C.06.0353.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-06-24 Raadplegingen: 720 - laatst gezien 2026-07-03 04:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Onder de door een onderneming van nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg uitgeoefende werkzaamheden waaruit schulden voortspruiten die door de borgtocht gewaarborgd zijn, wordt elk vervoer van zaken voor rekening van derden tegen vergoeding bedoeld; de verbintenis van de vervoerder jegens de ondervervoerder op wie hij beroep doet is niet het gevolg van een door de vervoerder verricht vervoer

(1)
(2).
(1)Cass., 27 april 2007, AR C.06.0363.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.4, A.C., 2007, nr. ... .
(2)Het K.B. van 18 maart 1991 werd opgeheven bij art. 68, 4° van het K.B. van 7 mei 2002 (B.S., 30 mei 2002). Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Wetten - Toepassing in tijd Vrije woorden: Wegvervoer - Borgtocht van de vervoerder - Waarborg - Schulden - Werkzaamheden - Begrip - Ondervervoerder - Verbintenissen van de vervoerder Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 18-03-1991 - Art. 21 Fiche 2 Met het K.B. van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg wordt een nieuwe regeling uitgewerkt, die bepaalt welke vervoerovereenkomsten, gesloten door een onderneming van vervoer van zaken over de weg, waaruit schulden voortvloeien die door de borgtocht gewaarborgd zijn, bedoeld worden: zowel de hoofdovereenkomsten als de overeenkomsten van wettelijke onderaanneming
(1).
(1)Cass., 27 april 2007, AR C.06.363.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.4, A.C., 2007, nr. ... . Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Wetten - Toepassing in tijd Vrije woorden: Wegvervoer - Borgtocht van de vervoerder - Waarborg - Schulden - K.B. van 7 mei 2002 - Aard - Vervoerovereenkomsten Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 07-05-2002 - Art. 17, § 1, 2° Fiche 3 Een nieuwe wet is in beginsel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreden zijn ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestand die zich voordoen of die voortduren of waarvan de gevolgen voortduren onder vigeur van de nieuwe wet, voor zover de toepassing van de nieuwe wet geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten
(1); inzake overeenkomsten blijft echter de oude wet van toepassing, tenzij de nieuwe wet van openbare orde is of uitdrukkelijk de toepassing ervan voorschrijft op de lopende overeenkomsten.
(1)Cass., 27 april 2007, AR C.06.363.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.4, A.C., 2007, nr. ... . Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BURGERLIJK RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Wetten - Toepassing in tijd Vrije woorden: Werking in de tijd - Nieuwe wet Tekst van de beslissing Nr. C.06.0353.N TRANSPORT DOOR MIDDEL VAN HET GECOMBINEERD RAIL-WEG SYSTEEM (T.R.W.), naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Havenlaan 100, eiseres, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen KBC BANK, naamloze vennootschap, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, en ten aanzien van TRANSPORT VERTHRIEST & ZOON, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 9850 Nevele, Herman Lovelingstraat 1, partij opgeroepen in gemeenverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 1 december 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 17, §1, van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg. Aangevochten beslissing Gevat met overeenstemmende besluiten van partijen waarbij de eiseres uiteenzette
(1)dat zij o.a. in september 1997 en eerder een groot aantal transporten per spoor tussen Antwerpen-Schijnpoort, Brussel of Genk-Eurotunnel en Perpignan of Hendaye voor rekening van de wegvervoerder Vlitrex uitgevoerd had;
(2)dat de verweerster zich in uitvoering van het koninklijk besluit van 18 maart 1991 borg had gesteld namens de NV Vlitrex ten belope van 2.500.000 BEF;
(3)dat ondanks een uitvoerbaar vonnis waarover de eiseres lastens de NV Vlitrex beschikte, en na het faillissement van laatstgenoemde, de verweerster niettemin weigerde de borg aan de eiseres te storten aangezien er, luidens de verweerster, niet voldaan werd aan de voorwaarden om een beroep te kunnen doen op de borgstelling, oordeelt het arrest dat de vordering ongegrond is alhoewel krachtens artikel 17 §1, 2° van het toepasselijke koninklijk besluit van 7 mei 2002 de borg strekt tot dekking van de schulden die voortvloeien uit de vervoerovereenkomsten, zowel de hoofdovereenkomsten als de overeenkomsten van onderaanneming, gesloten door de onderneming. Deze beslissing steunt op de volgende motieven: "Het (hof van beroep) dient de vordering van (de eiseres) dan ook te beoordelen in het licht van de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 mei 2002. De schuldvordering die ten grondslag ligt aan de aanspraken van (de eiseres) spruit weliswaar voort uit een contract van onderaanneming maar blijkt geen uitstaans te hebben met een vervoer over de weg. Volgens artikel 3 van de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de weg is deze wet enkel van toepassing op vervoer over de weg. Het koninklijk besluit van 7 mei 2002, genomen in uitvoering van voornoemde wet is eveneens slechts toepasselijk op vervoer over de weg. De prestaties geleverd door (de eiseres) hebben uitsluitend betrekking op transporten via het spoor. De schuld van Vlitrex die hierdoor is ontstaan valt niet onder de toepassing van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 zodat (de eiseres) geen aanspraak kan maken op betaling door de borg". Grieven Artikel 17, §1, van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 stelt: "De borgtocht bedoeld in artikel 14 dient in zijn geheel om de schulden van de onderneming te waarborgen voorzover zij opeisbaar werden tijdens de periodes bedoeld in §2 en voor zover zij voortvloeien uit: 1° de levering aan de onderneming van de volgende materiële goederen en diensten, voorzover zij dienen voor de uitvoering van de in artikel 3,1° en 2°, van de wet bedoelde werkzaamheden:
  1. a)de banden alsook de andere onderdelen en de verplichte toebehoren van de voertuigen;
  2. b)de herstelling en het onderhoud van deze voertuigen;
  3. c)de prestaties van het rijdend personeel; 2° de vervoerovereenkomst, zowel de hoofdovereenkomsten als de overeenkomsten van onderaanneming, gesloten door de onderneming; 3° (...) De borgtocht strekt zich uit tot al hetgeen bij de hoofdschuld en haar invordering komt". Het tweede lid van de eerste paragraaf van het hierboven vermelde artikel stelt niet als voorwaarde dat de onderaanneming, die in het kader van het door de initiële vervoerder, in casu Vlitrex, aangegane wegvervoer met een derde, zelf een wegvervoer zou moeten zijn. Door te beslissen dat enkel wanneer de onderaanneming gekwalificeerd kan worden als een wegvervoer, de onderaannemer een beroep kan doen op de borgstelling, schendt het arrest artikel 17, §1, 2°, van het koninklijk besluit van 7 mei 2002. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Uit het bestreden arrest en het vonnis van de eerste rechter waar de appel-rechters naar verwijzen, blijkt dat: - de verweerster een borgstelling verleende ten gunste van de wegvervoerder nv Vlitrex volgens het koninklijk besluit van 18 maart 1991; - de verweerster deze borgstelling heeft opgezegd op 9 januari 1998; - de eiseres op 5 maart 1998 een beroep deed op de borgstelling van de verweerster; - de schuldvordering van de eiseres betrekking heeft op het vervoer per spoor uitgevoerd door de eiseres als ondervervoerder van de nv Vlitrex. 2. Krachtens artikel 21 van het koninklijk besluit van 18 maart 1991 tot vaststelling van de voorwaarden inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg, strekt de in artikel 18 bedoelde borgtocht tot waarborg van de schulden van de onderneming die voortspruiten uit de uitoefening van het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg. Hieronder is begrepen elk vervoer van zaken voor rekening van derden tegen vergoeding. De verbintenis van de vervoerder jegens een ondervervoerder op wie de vervoerder een beroep heeft gedaan, is geen verbintenis die het gevolg is van een door de vervoerder uitgevoerd vervoer. 3. Artikel 17, §1, 2°, van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg, bepaalt dat de borgtocht bedoeld in artikel 14 dient om de schulden van de onderneming te waarborgen die voortvloeien uit de vervoerovereenkomst, zowel de hoofdovereenkomst als de overeenkomsten van wettelijke onderaanneming, gesloten door de onderneming. Met dit koninklijk besluit wordt een nieuwe regeling uitgewerkt. Krachtens artikel 70 van dit koninklijk besluit, worden de borgtochten die werden gesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 maart 1991, wat hun bedrag en hun gevolgen betreft gelijkgesteld met deze bepaald onder de toepassing van het koninklijk besluit van 7 mei 2002. 4. Een nieuwe wet is in beginsel niet alleen van toepassing op de toestanden die na haar inwerkingtreden zijn ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestand, die zich voordoen of voortduren onder vigeur van de nieuwe wet. De toepassing van de nieuwe wet vermag echter geen afbreuk te doen aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. In zake overeenkomsten blijft echter de oude wet van toepassing, tenzij de nieuwe wet van openbare orde is of uitdrukkelijk de toepassing ervan voorschrijft op de lopende overeenkomsten. De artikelen 17, §1, 2°, en 70 van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 raken de openbare orde niet en schrijven niet voor dat zij van toepassing zijn op, zoals te dezen, reeds bij het ingaan van de nieuwe wet ingetreden toestanden. 5. Op grond van de voormelde in de plaats gestelde redenen beslist het arrest, dat vaststelt dat de aanspraak reeds werd vastgelegd op 5 maart 1998, naar recht dat de eiseres geen aanspraak kan maken op de door de verweerster verstrekte borgstelling. Het middel dat aldus, al was het gegrond, niet tot cassatie kan leiden is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Vordering tot bindendverklaring 6. Gelet op de verwerping van het cassatieberoep vertoont de vordering tot bindendverklaring geen belang meer. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van 711,87 euro jegens de eisende partij en op de som van 171,18 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van vierentwintig april tweeduizend en acht uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080424.11 Gerelateerde publicatie(
  4. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100412.5 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110916.2 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120309.6 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120607.5 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130104.2 ECLI:BE:CTBRL:2022:ARR.20220104.1 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.917 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.748 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.196 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.