id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008
Art. 57
, eerste lid Vrije woorden: Vonnis dat een verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent - Bepaling van de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen - Advies uitgebracht voor de datum bepaald in het vonnis Wettelijke bepalingen:
Art. 57
, eerste lid Fiche 3 Het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank dat oordeelt dat het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling onontvankelijk is om de enkele reden dat het advies van de directeur werd uitgebracht vóór de datum bepaald in het vonnis tot afwijzing van een vroeger verzoek tot voorlopige invrijheidstelling, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht
(1).
(1)Zie conclusie O.M. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Behandeling door strafuitvoeringsrechtbank Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Vonnis tot afwijzing van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Bepaling van de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen - Advies uitgebracht voor de datum bepaald in het vonnis - Vonnis dat om die enkele reden een nieuw verzoek afwijst Wettelijke bepalingen:
Art. 57Fiches 4 - 6 Concl.
adv.-gen. TIMPERMAN, Cass., 29 april 2008, VER. K., AR P.08.0560.N, A.C., 2008, nr ... Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Behandeling door strafuitvoeringsrechtbank Vrije woorden: Strafuitvoeringswet - Artikel 57 Vonnis dat een verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent - Bepaling van de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen - Advies uitgebracht voor de datum bepaald in het vonnis Strafuitvoeringsrechtbank - Vonnis tot afwijzing van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Bepaling van de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen - Advies uitgebracht voor de datum bepaald in het vonnis - Vonnis dat om die enkele reden een nieuw verzoek afwijst Tekst van de beslissing Nr. P.08.0560.N R K, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, met als raadsman mr. Bert Vanmechelen, advocaat bij de balie te Hasselt. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent van 1 april 2008, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 18 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Samenstelling van het Hof
- De beslissing waartegen het middel is gericht, is niet verenigbaar met het verwijzingsarrest van 18 maart
- Het eerste middel heeft dezelfde draagwijdte als het in dat arrest ambtshalve aangevoerde middel. De zaak moet bijgevolg onderzocht worden door de verenigde kamers van het Hof. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 57 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten (hierna: Wet Strafuitvoering): de Wet Strafuitvoering stelt nergens dat het feit dat het advies van de gevangenisdirecteur is neergelegd vóór de datum bepaald in het vonnis tot afwijzing van een vroeger verzoek tot voorlopige invrijheidstelling, tot gevolg heeft dat de daaropvolgende procedure onontvankelijk is.
- Artikel 57, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat indien de strafuitvoeringsrechtbank de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent, zij in haar vonnis de datum bepaalt waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen of de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen. Die wetsbepaling preciseert niet dat, wanneer een datum is bepaald voor het nieuwe advies van de directeur, het advies dat wordt uitgebracht voor die datum, en de daaropvolgende procedure niet ontvankelijk zijn.
- Het bestreden vonnis stelt vast: - in haar vonnis van 27 juni 2007 tot afwijzing van de voorlopige invrijheidstelling stelde de strafuitvoeringsrechtbank dat de directeur verzocht werd een nieuw advies uit te brengen op 17 december 2007; - het advies van de directeur werd uitgebracht op 3 december 2007 en reeds neergelegd op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank op 11 december
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de daaropvolgende rechtszitting van de strafuitvoeringsrechtbank plaatsvond op 14 februari
- De rechtbank aanhoorde alsdan de directeur van de strafinrichting, de veroordeelde, zijn raadsman en het openbaar ministerie.
- Bij vonnis van 25 februari 2008 verklaarde de strafuitvoeringsrechtbank het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling onontvankelijk om reden dat het advies van de gevangenisdirecteur te vroeg werd neergelegd. Deze beslissing werd vernietigd bij arrest van het Hof van 18 maart 2008 wegens schending van artikel 57 Wet Strafuitvoering.
- In het thans bestreden vonnis oordeelt de strafuitvoeringsrechtbank opnieuw dat het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling onontvankelijk is om de enkele reden dat het advies van de directeur werd uitgebracht vóór de datum bepaald in het vonnis tot afwijzing van een vroeger verzoek tot voorlopige invrijheidstelling. Aldus verantwoordt zij haar beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel
- Het middel behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, verenigde kamers, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent, anders samengesteld. Zegt dat dit gerecht, met toepassing van artikel 1120 van het Gerechtelijk Wetboek, zich zal voegen naar de beslissing van het Hof over het beslechte rechtspunt. Begroot de kosten op 42,50 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, de voorzitter Christian Storck, de afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Luc Huybrechts en Etienne Goethals, de afdelingsvoorzitters Jean de Codt en Frédéric Close en de raadsheren Paul Mathieu, Luc Van hoogenbemt, Jocelyne Bodson en Koen Mestdagh en op de openbare terechtzitting van 29 april 2008 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080429.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080429.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150624.7 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div