← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080429.2

Obsah (4)Artikel 2Artikel 27Artikel 48Artikel 5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008

Artikel 2

, 2° - Exploiteren van kansspelen of van kansspelinrichtingen Wettelijke bepalingen: Wet - 07-05-1999 - Art. 2, 2° Fiche 2 Met het cumulverbod, zoals omschreven in artikel 27, eerste lid, Kansspelenwet, verbiedt de wet niet het aangaan van overeenkomsten tussen meerdere personen in verband met de exploitatie van kansspelen, maar het houderschap door een zelfde persoon van meerdere bepaalde vergunningen

(1).
(1)Zie conclusie O.M. Thesaurus CAS: SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - MET DE INKOMSTENBELASTING GELIJKGESTELDE BELASTINGEN - Spelen en weddenschappen Vrije woorden:

Artikel 27

, eerste lid - Vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting - Vergunning van kansspelen - Cumulverbod Wettelijke bepalingen: Wet - 07-05-1999 - Art. 27, eerste lid Fiches 3 - 4 Artikel 48 Kansspelenwet verbiedt de vergunninghouder klasse E niet met een vergunninghouder klasse A, B, C of D een overeenkomst aan te gaan waarbij de eerste toestellen voor kansspelen ter beschikking stelt van de tweede die instaat voor de exploitatie van die toestellen en beiden de opbrengst van die toestellen delen

(1).
(1)Zie conclusie O.M. Thesaurus CAS: SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - MET DE INKOMSTENBELASTING GELIJKGESTELDE BELASTINGEN - Spelen en weddenschappen Vrije woorden:

Artikel 48Wettelijke bepalingen: Wet - 07-05-1999 - Art.

48 Vrije woorden:

Artikel 48

- Vergunninghouder klasse E - Vergunninghouder klasse A, B, C of D - Samenwerkingsovereenkomsten tussen de vergunninghouders Wettelijke bepalingen: Wet - 07-05-1999 - Art. 48 Fiches 5 - 9 Concl. adv.-gen. TIMPERMAN, Cass., 29 april 2008, AR P.07.1718.N, A.C., 2008, nr. ... Thesaurus CAS: SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - MET DE INKOMSTENBELASTING GELIJKGESTELDE BELASTINGEN - Spelen en weddenschappen Vrije woorden:

Artikel 2

, 2° - Exploiteren van kansspelen of van kansspelinrichtingen

Artikel 27

, eerste lid - Vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting - Vergunning van kansspelen - Cumulverbod

Artikel 48

Artikel 48

- Vergunninghouder klasse E - Vergunninghouder klasse A, B, C of D - Samenwerkingsovereenkomsten tussen de vergunninghouders Overeenkomsten met het oog op de exploitatie van kansspelen of van kansspelinrichtingen - Nietigheid -

Artikel 5

- Bestaanbaarheid met artikel 1965 Burgerlijk wetboek Annotaties Publicaties: NC - René VERSTRINGHE; Noot - 2009, 50-60 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1718.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser, tegen

  1. NOBILCO nv, met zetel te 8400 Oostende, Karperstraat 10, beklaagde, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,
  2. M F R D, beklaagde, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,
  3. D G R, beklaagde,
  4. M J C V, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 4 september
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen de vierde verweerster
  6. Het bestreden arrest veroordeelt de vierde verweerster wegens de telastlegging B en spreekt haar vrij voor de telastleggingen C en D. Het bestreden arrest is tegen de vierde verweerster gewezen bij verstek. De procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent stelde op 18 september 2007 cassatieberoep in, terwijl het bestreden arrest slechts op 26 september 2007 is betekend aan de vierde verweerster. Op het ogenblik van het instellen van dit cassatieberoep was de gewone termijn van verzet voor de vierde verweerster tegen haar veroordeling bij verstek wegens de tenlastelegging B nog niet verstreken. Overeenkomstig artikel 413, derde lid, Wetboek van Strafvordering is eisers cassatieberoep in zoverre niet ontvankelijk.
  7. Wat betreft de vrijspraken van de vierde verweerster voor de tenlasteleggingen C en D, waartegen zij bij gebrek aan belang geen ontvankelijk verzet zou kunnen aantekenen, is eisers cassatieberoep wel ontvankelijk. Middelen
  8. De middelen zijn gericht tegen de vrijspraak van de verweerders van de telastleggingen: C. mededaderschap aan de exploitatie van één of meer kansspelen of kansspelinrichtingen zonder voorafgaande vergunning van de kansspelcommissie, te weten twee bingo's in het café "Cue Ball"; D. mededaderschap aan "als zelfde rechtspersoon, namelijk [de eerste verweerster], spijts verbod de vergunning klasse C enerzijds en de vergunning klasse E en anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door bemiddeling van een natuurlijke rechtspersoon, namelijk via [de vierde verweerster] en/of via de b.v.b.a. [X.] en/of de b.v.b.a. [Y] te hebben gecumuleerd meer in het bijzonder door het afsluiten met de b.v.b.a. [Z.] en de b.v.b.a. [Y.] van een samenwerkingsovereenkomst met tussenpersoonstelling". Eerste middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van de artikelen 2, 4, 7, 25, 26, 27, 39 en 48 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna: Kansspelenwet). Eerste onderdeel
  10. Het onderdeel stelt dat, anders dan het bestreden arrest oordeelt, men, overeenkomstig artikel 2 Kansspelenwet, niet enerzijds kansspelen en anderzijds, onafhankelijk van elkaar, kansspelinrichtingen kan exploiteren.
  11. Artikel 2 Kansspelenwet geeft de definities van de begrippen "kansspelen", "exploiteren", "kansspelinrichting" en "speelzaal". Het omschrijft exploiteren als "in werking stellen of houden, installeren of instandhouden van één of meerdere kansspelen of kansspelinrichtingen". Doordat artikel 2 Kansspelenwet het woord exploiteren gebruikt in verband met kansspelen "of" kansspelinrichtingen, zegt het niet dat het exploiteren van beide gelijk zijn maar dat ze onderscheiden zijn, en bevat ze evenmin een verbod voor het gelijktijdig exploiteren van kansspelen en kansspelinrichtingen. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van artikel 27 Kansspelenwet: het arrest oordeelt onterecht dat het cumulverbod van artikel 27 Kansspelenwet niet van toepassing is op de samenwerkingsovereenkomst tussen de houder van een vergunning klasse E en de houder van een vergunning klasse C en waarin onder meer is bepaald dat de spelinzetten tussen hen bij helften worden verdeeld.
  13. Artikel 25 Kansspelenwet bepaalt vijf soorten vergunningen, namelijk de vergunningen klasse A, B, C en D voor de uitbating van bepaalde kansspelinrichtingen en de vergunning klasse E voor de verkoop, de verhuur, de leasing, de levering, de terbeschikkingstelling, de invoer, de uitvoer en de productie van kansspelen, de diensten inzake onderhoud, herstelling en uitrusting van kansspelen. Artikel 27, eerste lid, Kansspelenwet bepaalt dat het een zelfde natuurlijke of rechtspersoon verboden is de vergunningen klasse A, B, C en D enerzijds en de vergunning klasse E anderzijds, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door bemiddeling van een natuurlijke of rechtspersoon te cumuleren. Met cumuleren van vergunningen verbiedt de wet niet het aangaan van overeenkomsten tussen meerdere personen in verband met de exploitatie van kansspelen, maar het houderschap door een zelfde persoon van meerdere bepaalde vergunningen. Het onderdeel faalt naar recht. Derde onderdeel
  14. Het onderdeel stelt dat, anders dan het bestreden arrest oordeelt, de samenwerkingsovereenkomsten met tussenpersoonstelling niet bepaald zijn in de in artikel 48 Kansspelenwet limitatief toegelaten activiteiten voor vergunninghouders klasse E.
  15. Artikel 48 Kansspelenwet bepaalt dat de verkoop, de verhuur, de leasing, de levering, de terbeschikkingstelling, de invoer, de uitvoer, de productie, de diensten inzake onderhoud, herstelling en uitrusting van kansspelen, slechts kunnen plaatsvinden na toekenning van een vergunning klasse E. Deze wetsbepaling verbiedt de vergunninghouder klasse E niet met een vergunninghouder klasse A, B, C of D een overeenkomst aan te gaan waarbij de eerste toestellen voor kansspelen ter beschikking stelt van de tweede die instaat voor de exploitatie van die toestellen en beiden de opbrengst van die toestellen delen. Het onderdeel faalt naar recht. Vierde onderdeel
  16. Het onderdeel stelt dat, anders dan het bestreden arrest oordeelt, de vraag of de vierde verweerster die zelf niet over een vergunning beschikte, tot 28 november 2003 al dan niet als zelfstandige uitbaatster kon worden beschouwd, geen feitelijk gegeven maar een juridisch gegeven is zodat het bestreden arrest de betrokkene - en de andere verweerders met haar - niet op grond van twijfel daarvoor kon vrijspreken.
  17. Weliswaar oordeelt het bestreden arrest dat de vierde verweerster niet als zelfstandige uitbaatster van de drank- en snookergelegenheid kon worden beschouwd, minstens dat hieromtrent redelijke twijfel bestaat, maar het oordeelt onmiddellijk daarna op grond van zelfstandige feitelijke en juridische overwegingen dat de enige werkelijke uitbaters van de kansspelinrichting klasse III ( vergunning klasse C) andere bepaalde rechtspersonen waren. Dit tweede oordeel waartegen het onderdeel niet opkomt, verantwoordt op zich de beslissing. Het onderdeel dat tegen een overtollige redengeving is gericht, is niet ontvankelijk. Tweede middel
  18. Het middel voert schending aan van artikel 1965 Burgerlijk wetboek: overeenkomstig deze bepaling die de openbare orde raakt, voor het eerst voor het Hof kan worden ingeroepen en voorrang heeft op artikel 5 Kansspelenwet zijn, enerzijds, de samenwerkingsovereenkomst met tussenpersoonstelling van 23 maart 1999, die bovendien dateert van vóór de inwerkingtreding van artikel 5 Kansspelenwet, anderzijds, de samenwerkingsovereenkomst met tussenpersoonstelling van 15 september 2003, nietig en kon het bestreden arrest niet concluderen tot de geldigheid van die overeenkomsten om welke reden ook.
  19. Artikel 1965 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de wet geen rechtsvordering toestaat voor een speelschuld of voor de betaling van een weddenschap. De bedoelde rechtsvordering is een burgerlijke rechtsvordering. Het bestreden arrest oordeelt niet over dergelijke vordering. Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  20. De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Begroot de kosten op 162,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 29 april 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080429.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20080429.2 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240205.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.