id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080506.1 Rolnummer: P.08.0151.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-02 Raadplegingen: 559 - laatst gezien 2026-07-03 07:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De interne wettigheid van de herstelvordering betreft haar inhoudelijke overeenstemming met de wet op het ogenblik waarop het herstel wordt gevorderd en houdt geen verband met het gevolg dat aan deze vordering moet worden verleend wegens het nadien overschrijden van de redelijke termijn. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat - Interne wettigheid Vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat - Interne wettigheid - Overschrijding van de redelijke termijn Fiche 3 De vordering van de stedenbouwkundige inspecteur tot herstel in de vorige staat is een burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf, zodat deze vordering, overeenkomstig artikel 26 Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, niet verjaart vóór de strafvordering
(1).
(1)Cass., 13 mei 2003, AR P.02.1621.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030513.18, A.C., 2003, nr. 291; 13 nov. 2007, AR P.07.0961.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.1, A.C., 2007, nr. ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat - Aard - Verjaring Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 68, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 49, § 1 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 26 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiche 4 Wanneer de vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat voor de strafrechter tijdig is ingesteld, loopt de verjaring ervan niet meer totdat een in kracht van gewijsde gegane beslissing het geding beëindigd heeft
(1).
(1)Cass., 13 mei 2003, AR P.02.1621.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030513.18, A.C., 2003, nr. 291; 13 nov. 2007, AR P.07.0961.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.1, A.C., 2007, nr. ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat - Verjaring - Schorsing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244 Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 68, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 49, § 1 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0151.N
- M J L V, beklaagde, met als raadsman mr. Johan Verstraeten, advocaat bij de balie te Leuven, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Gerry Janssens, advocaat bij de balie te Leuven, voor mr. Johan Verstraeten, advocaat bij de balie te Leuven,
- D J A P, beklaagde, met als raadsman mr. Kenneth Brooks, advocaat bij de balie te Leuven, eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 18 december
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eiseres
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: de appelrechters oordelen ten onrechte dat het tijdsverloop geen afbreuk doet aan de interne wettigheid van de herstelvordering. Nochtans dient de herstelvordering overeenkomstig het arrest van het EHRM van 27 november 2007 inzake H. tegen Belgische Staat [van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg] als "straf" in de zin van de bepalingen van artikel 6.1 EVRM worden beschouwd waardoor de redelijke termijn ook voor de herstelvordering in acht dient te worden genomen.
- De interne wettigheid van de herstelvordering betreft haar inhoudelijke overeenstemming met de wet op het ogenblik waarop het herstel gevorderd wordt, en houdt geen verband met het gevolg dat aan deze vordering moet worden verleend wegens het nadien overschrijden van de redelijke termijn. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige blijkt niet uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat de eiseres voor de appelrechters een overschrijding van de redelijke termijn heeft aangevoerd. Zij kan dit niet voor het eerst voor het Hof aanvoeren. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel van de eiseres
- Het middel voert de schending aan van de artikelen 149, 150 en 151 Stedenbouwdecreet 1999: de herstelvordering vormt een met de strafvordering onlosmakelijk verbonden accessorium zodat zij samen met de strafvordering verjaart; bijgevolg dienden de appelrechters niet alleen de verjaring van de strafvordering maar ook van de herstelvordering vast te stellen.
- De vordering van de stedenbouwkundige inspecteur tot herstel in de vorige toestand is een burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf, zodat deze vordering, overeenkomstig artikel 26 Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, niet verjaart vóór de strafvordering. Wanneer de vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat voor de strafrechter tijdig is ingesteld, loopt de verjaring ervan niet meer totdat een in kracht van gewijsde gegane belissing het geding beëindigd heeft. Het middel faalt naar recht. Middel van de eiser
- Het middel voert de kennelijke onredelijkheid aan van de herstelvordering wegens strijdigheid met een beslissing van de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant waarbij het beroep van de eiseres tegen het weigeringsbesluit van het college van burgemeester en schepenen werd ingewilligd.
- Het middel vereist een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 6 mei 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080506.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180308.1 ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090603.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030513.18 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div