id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080520.2 Rolnummer: P.08.0180.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-06-04 Raadplegingen: 626 - laatst gezien 2026-07-03 04:37 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 16, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat, wanneer het misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan ontkend of waarvan de uitlegging betwist wordt, de strafrechter zich gedraagt naar de regels van het burgerlijk recht bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan, is alleen toepasselijk in de mate dat het bewijs van het misdrijf of van een bestanddeel ervan afhangt van een vooraf bestaand burgerlijk juridisch feit; die wetsbepaling is niet toepasselijk wanneer het de beklaagde is die te zijner verdediging een vooraf bestaand juridisch feit aanvoert, in welk geval de vrije bewijsvoering en bewijswaardering geldt
(1)Zie: Cass., 4 mei 1953, A.C., 1953, 603; Cass., 27 sept. 1976, A.C., 1977, 106; Cass., 24 sept. 1996, AR P.94.1072.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960924.5, A.C., 1996, nr 326; D., HOLSTERS, 'Bewijsvoering in strafzaken', in Comm. Strafr., Afl. 56, p.
- Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Jacht en visvangst - Jacht - Vlaams Gewest Vrije woorden: Misdrijf - Beklaagde - Verdedigingsmiddel - Bestaan en uitvoering van overeenkomst - Toepassing bewijsregels in strafzaken Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 16 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0180.N A. B., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Dirk Libotte, advocaat bij de balie te Brussel, tegen C. M. Y. E. T. V. H., beklaagde, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 7 Jachtdecreet en artikel 16, tweede lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de aan de verweerder verweten telastlegging van jagen op andermans grond is afhankelijk van het bezit van het jachtrecht, dat als burgerlijk recht in geval van betwisting overeenkomstig voormelde wetsbepalingen enkel bij wijze van voorlegging van een schriftelijk akkoord van de eigenaar kan worden bewezen, met uitsluiting van elk ander bewijs. Bijgevolg oordeelt het bestreden arrest ten onrechte op grond van andere gegevens dat de verweerder wel houder is van het jachtrecht, en dan ook van de telastlegging moet worden vrijgesproken.
- Artikel 16 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat wanneer het misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan ontkend of waarvan de uitlegging betwist wordt, de strafrechter zich gedraagt naar de regels van het burgerlijk recht bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan. Voormelde bepaling wil voorkomen dat een eiser de burgerlijke bewijsregelen zou omzeilen door de zaak voor de strafrechter te brengen. Zij is alleen toepasselijk in de mate dat het bewijs van het misdrijf of van een bestanddeel ervan afhangt van een vooraf bestaand burgerlijk juridisch feit. Zij is bijgevolg niet toepasselijk wanneer het de beklaagde is die te zijner verdediging een vooraf bestaand juridisch feit aanvoert; alsdan geldt de vrije bewijsvoering en -waardering door de rechter.
- Waar het hier het verweer van de beklaagde betreft, oordelen de appelrechters wettig dat de verweerder gerechtigd was te jagen op de bedoelde percelen omdat hij - als lid van de feitelijke vereniging jachtgroep Bremans - deze percelen sedert jaren bejaagt, dat hij verklaringen op eer aflegt omtrent het jachtrecht op die percelen, en dat die percelen deel uitmaken van jachtterrein nr. 689, waarvoor één jachtplan geldt. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 88,61 euro waarvan 58,61 euro verschuldigd en 30 euro betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 20 mei 2008 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080520.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230425.2N.20 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960924.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div