id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080527.13 Rolnummer: P.08.0716.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-06-04 Raadplegingen: 172 - laatst gezien 2026-07-03 04:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 57, tweede lid, Wet Strafuitvoering, dat bepaalt dat de termijn bedoeld in het eerste lid van deze wetsbepaling, niet langer mag zijn dan zes maanden te rekenen van het vonnis indien de veroordeelde een of meer correctionele hoofdgevangenisstraffen ondergaat die samen niet meer dan vijf jaar bedragen, preciseert niet dat, wanneer een tijdige datum voor het nieuwe advies van de directeur is bepaald, het advies dat na die datum wordt uitgebracht en de daarop volgende rechtspleging niet ontvankelijk zijn. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Algemeen Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Niet-toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit - Bepaling van de termijn waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen - Advies uitgebracht na het verstrijken van deze termijn Fiche 2 De naleving van de termijn waarbinnen de directeur een nieuw advies moet uitbrengen, bedoeld in artikel 57, eerste en tweede lid, Wet Strafuitvoering, is geen substantiële vormvereiste en de overschrijding ervan leidt niet tot vernietiging van de beslissing die een strafuitvoeringsmodaliteit verwerpt. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Algemeen Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Niet-toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit - Bepaling van de termijn waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen - Vormvereiste van de naleving van deze termijn - Aard Tekst van de beslissing Nr. P.08.0716.N M. B., veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Mathieu Langerock, advocaat bij de balie te Brugge, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Rafael Mondelaers, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Mathieu Langerock. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent van 28 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het middel voert schending aan van artikel 57, tweede lid, Wet Strafuitvoering: het nieuwe advies van de directeur van de gevangenis is niet binnen de zes maanden uitgebracht.
- Artikel 57, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat indien de strafuitvoeringsrechtbank de verzochte uitvoeringsmodaliteit niet toekent, zij in haar vonnis de datum bepaalt waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen of de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat deze termijn niet langer mag zijn dan zes maanden te rekenen van het vonnis indien de veroordeelde een of meer correctionele hoofdgevangenisstraffen ondergaat die samen niet meer dan vijf jaren bedragen. Die wetsbepaling preciseert niet dat, wanneer een tijdige datum voor het nieuwe advies van de directeur is bepaald, het advies dat nà die datum wordt uitgebracht en de daarop volgende rechtspleging niet ontvankelijk zijn.
- De naleving van die termijn is evenmin een substantiële vormvereiste en de overschrijding ervan leidt niet tot vernietiging van de beslissing die een strafuitvoeringsmodaliteit verwerpt. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
- Voor het overige blijkt niet uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat de eiser het in het middel bedoelde verweer voor de strafuitvoeringsrechtbank heeft gevoerd. De eiser kan dat verweer niet voor het eerst voor het Hof aanvoeren. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 5,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 27 mei 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080527.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div