← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080602.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080602.1 Rolnummer: C.08.0215.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2008-06-04 Raadplegingen: 578 - laatst gezien 2026-07-03 15:25 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het Hof van Cassatie beoordeelt de wraking uitsluitend op grond van de middelen die in de akte van wraking zijn opgenomen en waarover de gewraakte rechter zich heeft kunnen uitspreken; bijkomende middelen die voor het Hof tijdens de mondelinge behandeling van de zaak zijn aangevoerd worden onbesproken gelaten. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Hof van Cassatie - Bevoegdheid van het Hof - Burgerlijke zaken - Beoordeling van de middelen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 838 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Wraking - Burgerlijke zaken - Beoordeling van de middelen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 838 Fiches 3 - 5 De grond van wraking, blijkbaar gebaseerd op wettige verdenking ingevolge het feit dat een raadsheer in sociale zaken in het arbeidshof zetelt op voordracht van een van de drie erkende vakorganisaties en er derhalve minstens een schijn van partijdigheid wordt gewekt indien de betrokken raadsheer zou moeten oordelen in een procedure die mogelijks zeer nadelig zou kunnen zijn voor een van deze drie werknemersorganisaties, vindt geen steun in de wet aangezien deze wijze van voordracht expliciet wordt opgelegd door de artikelen 199 en 216 van het Gerechtelijk Wetboek; deze wijze van voordracht druist ook niet in tegen de eisen van onpartijdigheid opgelegd in het bijzonder door het Europees Verdrag van de rechten van de mens, onderzocht vanuit organiek en objectief oogpunt, aangezien de betrokken persoon als raadsheer zetelt in persoonlijke naam, net zoals de beroepsmagistraten; in de uitoefening van zijn rechtsprekende functie kan een raadsheer in sociale zaken niet beschouwd worden als de vertegenwoordiger van een van de betrokken vakorganisaties. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Wettige verdenking - Arbeidshof - Raadsheer in sociale zaken - Wijze van voordracht - Onpartijdigheid - Gevolg - Rechtsprekende functie - Hoedanigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 199, 216 en 828, 1° Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Arbeidshof - Raadsheer in sociale zaken - Wijze van voordracht - Onpartijdigheid - Gevolg - Rechtsprekende functie - Hoedanigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 199, 216 en 828, 1° Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Eisen van onpartijdigheid - Raadsheer in sociale zaken - Wettige verdenking - Wijze van voordracht - Gevolg - Rechtsprekende functie - Hoedanigheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 199, 216 en 828, 1° Fiches 6 - 9 Het Hof van Cassatie dat wettelijk binnen een termijn van acht dagen uitspraak moet doen over de wraking, zou zijn opdracht de goede rechtsbedeling te handhaven miskennen door in die omstandigheden, die geen schending vertonen van een internationale norm, een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof over de onverenigbaarheid van wettelijke bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met bepalingen van de Grondwet; het Hof kan ervan uitgaan dat die wettelijke bepalingen niet in strijd zijn met de Grondwet en door het Hof niet buiten toepassing moeten worden gelaten. Thesaurus CAS: WRAKING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Hof van Cassatie - Termijn - Prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting van het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 838, tweede lid Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Wraking - Burgerlijke zaken - Hof van Cassatie - Termijn - Prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting van het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 838, tweede lid Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Wraking - Burgerlijke zaken - Hof van Cassatie - Termijn - Prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting van het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 838, tweede lid Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Wraking (gerechtelijk recht) Vrije woorden: Wraking - Burgerlijke zaken - Prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof - Termijn - Verplichting van het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 838, tweede lid Annotaties Publicaties: P&B/RDJP - JUDO Frank - 2009/5 - p. 173-177 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0215.N A.J., eiser in wraking, met als raadsman mr. Bart Siffert, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 174, in de zaak van het Arbeidshof te Antwerpen (AR 2080123) A.J., tegen

  1. BELGISCHE STAAT, minister van Werk, met zetel te 1210 Brussel, Kunstlaan 7, met als raadsman mr. Veronique Pertry en mr. Pieter Sichien, advocaten bij de balie te Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 99,
  2. FORD WERKE AG, naamloze vennootschap, met zetel te 3600 Genk, Henry Fordlaan 8, met als raadsman mr. Paul Cox, advocaat bij de balie te Genk, met kantoor te 3600 Genk, Europalaan 50, bus
  3. I. VORDERING Het verzoek tot wraking, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, is neergelegd op de griffie van het Arbeidshof te Antwerpen op 21 mei
  4. Het is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. De magistraat wiens wraking gevorderd wordt, heeft op 22 mei 2008 de bij artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, voorgeschreven verklaring gedaan, luidens welke hij weigert zich van de zaak te onthouden. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. III. BESLISSING VAN HET HOF
  5. Het Hof beoordeelt de wraking uitsluitend op grond van de middelen die in de akte van wraking zijn opgenomen en waarover de gewraakte rechter zich heeft kunnen uitspreken. Bijkomende middelen die voor het Hof tijdens de mondelinge behandeling van de zaak zijn aangevoerd worden onbesproken gelaten.
  6. Het verzoek tot wraking wordt vooreerst gebaseerd op het feit dat raadsheer in sociale zaken R. zetelt in het arbeidshof na een benoeming op voordracht van een van de drie erkende vakorganisaties ACV, ABVV of ACLVB en er derhalve minstens een schijn van partijdigheid wordt gewekt indien de betrokken raadsheer zou moeten oordelen over de voorliggende procedure die mogelijks zeer nadelig zou kunnen zijn voor een van deze drie voornoemde werknemersorganisaties.
  7. Deze grond van wraking, blijkbaar gebaseerd op wettige verdenking, vindt geen steun in de wet aangezien deze wijze van voordracht expliciet wordt opgelegd door de artikelen 199 en 216 van het Gerechtelijk Wetboek. Deze wijze van voordracht druist ook niet in tegen de eisen van onpartijdigheid opgelegd in het bijzonder door het Europees Verdrag van de rechten van de mens, onderzocht vanuit een organiek en objectief oogpunt, aangezien de betrokken persoon als raadsheer zetelt in persoonlijke naam, net zoals de beroepsmagistraten. In de uitoefening van zijn rechtsprekende functie kan een raadsheer in sociale zaken niet beschouwd worden als de vertegenwoordiger van een van de betrokken vakorganisaties.
  8. De verzoeker laat zijn verzoek vervolgens steunen op "al de redenen vermeld in het gedinginleidend verzoekschrift ten gronde voor de Arbeidsrechtbank te Tongeren namens verzoeker hetwelk aan de grondslag van deze procedure ligt".
  9. In dit verzoekschrift wordt op geen enkele wijze verwezen naar raadsheer in sociale zaken R. maar wordt een groot aantal middelen aangevoerd die verband houden met de organisatie van het gerecht of met de grondwettelijke vrijheden. Dit verzoekschrift houdt geen gegevens in die toelaten de draagwijdte van deze grief en de pertinentie ervan voor de beoordeling van de wraking aan raadsheer in sociale zaken R. te onderkennen.
  10. De verzoeker voert ten slotte aan, zonder nadere precisering, dat hij de genoemde raadsheer wraakt "omwille van de schijn van partijdigheid die gecreëerd wordt door de relatie tussen de genoemde raadsheer en een van de drie erkende vakorganisaties".
  11. Deze grond van wraking die niet specifiek gericht is tegen de persoon van raadsheer in sociale zaken R is in werkelijkheid afgeleid uit de door dit arrest reeds verworpen eerste grief.
  12. Verzoeker werpt op dat de werking van de artikelen 199 en 219 van het Gerechtelijk Wetboek verzoeker in een toestand brengt waarin zijn recht op onpartijdige rechtspraak wordt geschonden en voert aldus impliciet aan dat die genoemde artikelen van het Gerechtelijk Wetboek in strijd zijn met artikel 13 van de Grondwet.
  13. Verzoeker vraagt subsidiair dat het Hof aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag zou stellen over "de verenigbaarheid van de artikelen 199 en 216 van het Gerechtelijk Wetboek met de artikelen 8, 10, 11, 13, 19, 23, 27 (lees: van de Grondwet) juncto 6 EVRM". Het Hof dat wettelijk binnen een termijn van acht dagen uitspraak moet doen over de wraking, zou zijn opdracht de goede rechtsbedeling te handhaven miskennen door in die omstandigheden, die geen schending vertonen van een internationale norm, een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Het Hof kan ervan uitgaan dat de wettelijke bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek niet in strijd zijn met de Grondwet en door het Hof niet buiten toepassing moeten worden gelaten. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Wijst gerechtsdeurwaarder Marc Sacré, met kantoor te 1081 Brussel, Jettelaan 32, aan om het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen en aan raadsheer in sociale zaken J.R. te betekenen. Veroordeelt de verzoeker in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 2 juni 2008 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080602.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080708.3 ECLI:BE:HBGNT:2025:ARR.20250320.1 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.299 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.864 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.865 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.