← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080603.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080603.4 Rolnummer: P.08.0447.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2008-06-12 Raadplegingen: 482 - laatst gezien 2026-07-03 04:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Geen wetsbepaling belet het openbaar ministerie de akte van beschuldiging die het reeds had neergelegd bij een eerdere behandeling van de zaak voor een ander hof van assisen, opnieuw neer te leggen bij de nieuwe behandeling van de zaak na een cassatie die beperkt is tot de uitspraak over de straf. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Procedure op verwijzing na cassatie beperkt tot de uitspraak over de straf - Akte van beschuldiging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 241, 362 en 434 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Hof van assisen - Procedure op verwijzing na cassatie beperkt tot de uitspraak over de straf - Akte van beschuldiging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 241, 362 en 434 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Uit de artikelen 434, eerste lid, en 362 Wetboek van Strafvordering volgt dat, na een cassatie die beperkt is tot de uitspraak over de straf, de rechtspleging nog enkel betrekking heeft op het debat over de toepassing van de wet, en op de beslissing daaromtrent door het nieuwe hof samen met de nieuwe jury; de taak van dit rechtscollege in deze fase van de rechtspleging bestaat er nog alleen in de straf te bepalen op grond van de reeds regelmatig gedane schuldigverklaring door een andere jury

(1).
(1)Zie Cass., 22 maart 1995, AR P.95.0064.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950322.16, A.C., 2005,nr.
  1. Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - BEHANDELING TER ZITTING EN TUSSENARRESTEN. VERKLARING VAN DE JURY UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Procedure op verwijzing na cassatie beperkt tot de uitspraak over de straf - Nieuw debat Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hof van assisen Vrije woorden: Hof van assisen - Procedure op verwijzing na cassatie beperkt tot de uitspraak over de straf - Nieuw debat Tekst van de beslissing Nr. P.08.0447.N A B P J, beschuldigde, gedetineerd, eiseres, met als raadsman mr. Johan Vangenechten, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Assisen van de Provincie Limburg van 21 februari 2008, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 2 oktober
  2. Dit arrest doet uitspraak over de aan de eiseres op te leggen straffen. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 241, 362 en 434 Wetboek van Strafvordering: de procureur-generaal heeft opnieuw een akte van beschuldiging voorgelezen en neergelegd, terwijl het Hof van Assisen ingevolge het verwijzingsarrest van het Hof de procedure slechts diende te hernemen na de schuldigverklaring.
  4. De akte van beschuldiging is een door het openbaar ministerie opgemaakte ontleding van de feiten en omstandigheden van de zaak. De in het middel als geschonden aangewezen wetsartikelen beletten het openbaar ministerie niet de akte van beschuldiging die het reeds had neergelegd bij een eerdere behandeling van de zaak voor een ander hof van assisen, opnieuw neer te leggen bij de nieuwe behandeling van de zaak na een cassatie die beperkt is tot de uitspraak over de straf. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het middel voert "schending (aan) van de erga omnes beslissing over de schuldvraag gewezen door het Hof van Assisen te Antwerpen": door zijn motivering heeft het hof van assisen opnieuw uitspraak gedaan over de grond van de zaak en de schuldvraag alhoewel het uitsluitend uitspraak diende te doen over de straf.
  6. Met de redenen die het bestreden arrest vermeldt, doet het hof van assisen niet opnieuw uitspraak over de grond van de zaak maar motiveert het de opgelegde bestraffing. Het middel dat uitgaat van een onjuiste lezing van het bestreden arrest, mist feitelijke grondslag. Derde middel
  7. Het middel voert schending aan van de artikelen 335 en 362 Wetboek van Strafvordering: het verwijzingsarrest van het Hof heeft niet aangegeven dat het debat kon worden heropend; er kon geen nieuw debat worden gehouden voor het nieuwe hof van assisen dat enkel uitspraak diende te doen over de straf.
  8. Een proces voor het hof van assisen bestaat uit twee fases. Na een eerste debat en de beslissing over de schuldigverklaring wordt een tweede debat gevoerd over de gevolgen die voortvloeien uit de schuldigverklaring door de jury. Elke fase wordt afgesloten met een afzonderlijke beslissing die telkens is voorafgegaan door een afzonderlijk debat in het bijzijn van de werkende en plaatsvervangende gezworenen, en waarbij telkens de beschuldigde het laatste woord krijgt.
  9. Uit de artikelen 434, eerste lid, en 362 Wetboek van Strafvordering volgt dat, na een cassatie die beperkt is tot de uitspraak over de straf, de rechtspleging nog enkel betrekking heeft op de tweede fase, te weten het debat over de toepassing van de wet, en op de beslissing daaromtrent door het nieuwe hof samen met de nieuwe jury. De taak van dit rechtscollege in deze fase van de rechtspleging bestaat er nog alleen in de straf te bepalen op grond van de reeds regelmatig gedane schuldigverklaring door een andere jury.
  10. Het middel dat ervan uitgaat dat er na een cassatie die beperkt is tot de uitspraak over de straf, geen debat meer kan worden gehouden over de op te leggen straf, faalt naar recht. Vierde middel
  11. Het middel voert schending aan van artikel 317 Wetboek van Strafvordering: de getuige dokter Chris Dillen heeft tijdens zijn getuigenis de deskundigenverslagen met notities van de procureur-generaal gebruikt en deze na zijn getuigenis niet neergelegd maar ter rechtszitting terug aan de procureur-generaal bezorgd in plaats van dat zij gevoegd werden bij het dossier.
  12. In zoverre het middel het Hof tot een onderzoek van feiten verplicht waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.
  13. Voor het overige vermeldt het proces-verbaal van de rechtszitting (p. 37) dat niet van valsheid is beticht, dat: - de getuige bij zijn verhoor als geheugensteuntje gebruik heeft gemaakt van een kopie van het verslag van 7 mei 2005 en het bijkomend verslag van 21 januari 2006, door hem opgesteld; - hij deze verslagen heeft neergelegd; - deze verslagen in opdracht van de voorzitter bij het dossier werden gevoegd. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 60,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 3 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080603.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950322.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.