← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080610.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080610.3 Rolnummer: P.07.1773.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-06-24 Raadplegingen: 530 - laatst gezien 2026-07-03 15:59 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 934 Gerechtelijk Wetboek is niet toepasselijk in strafzaken

(1).
(1)Cass., 6 april 1976, A.C., 1976, 900. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Eed - Artikel 934, Ger. W. - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 155, 189, 211 en 317 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Eed UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Artikel 934, Ger. W. - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 155, 189, 211 en 317 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: EED UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Vonnisgerechten - Strafzaken - Bewijs - Getuigenverhoor - Artikel 934, Ger. W. - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 155, 189, 211 en 317 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 4 In strafzaken is de nietigheid, die voortvloeit uit het feit dat een getuige bij zijn verhoor voor de appelrechters de eed niet heeft niet afgelegd, gedekt door het op tegenspraak gewezen veroordelend arrest, zonder dat zij door een van de partijen is voorgedragen of door de rechter ambtshalve is uitgesproken
(1).
(1)Cass., 8 sept. 1998, AR P.98.1059.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980908.5, A.C., 1998, nr.
  1. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Getuige - Verhoor zonder eed - Nietigheid - Dekking Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 407, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1773.N R F M N G D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Edward Daneels, advocaat bij de balie te Gent, tegen
  2. WEGHSTEEN & DRIEGE nv, met zetel te 8000 Brugge, Oude Burg 6, burgerlijke partij,
  3. D T, burgerlijke partij,
  4. A S, burgerlijke partij,
  5. D V H, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 16 oktober
  6. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  7. Het middel voert schending aan van "de Faillissementswet": de appelrechters veroordelen de eiser tot straf met probatie-uitstel; één van de opgelegde voorwaarden luidt: "regelmatig ponds-ponds gewijze een afbetaling doen aan de burgerlijke partijen i.f.v. het aandeel van de bedragen, zoals voorzien in de dagvaarding met een minimum van 200 EUR per maand in totaal"; de eiser voert aan dat hij bij vonnis van 9 maart 2001 in staat van faillissement werd verklaard en dit faillissement nog steeds niet afgesloten is zodat hij wettelijk onbekwaam is om aan de opgelegde voorwaarde te voldoen.
  8. In zoverre het middel schending aanvoert van "de Faillissementswet" is het wegens een gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  9. Voor het overige komt het middel op tegen het onaantastbare oordeel van de rechter over de feiten of verplicht het het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 934 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden arrest vermeldt dat D. B. gehoord werd in zijn hoedanigheid van curator van een vennootschap waarin de eiser één of andere statutaire bevoegdheid had; vermits deze vennootschap noch verdachte, noch vervolgende partij, noch burgerlijke partij was, kan de curator enkel gehoord zijn als getuige; hij werd echter niet onder eed gehoord, wat op straffe van nietigheid is voorgeschreven, zodat het bestreden arrest onwettig is.
  11. Artikel 934 Gerechtelijk Wetboek is niet toepasselijk in strafzaken. In zoverre faalt het middel naar recht.
  12. Artikel 407, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "In strafzaken zijn de nietigheden voortkomend uit enige onregelmatigheid betreffende de eed van getuigen, deskundigen of tolken gedekt, wanneer een vonnis of arrest op tegenspraak, behalve datgene dat een maatregel van inwendige aard inhoudt, gewezen is zonder dat de nietigheid door een van de partijen is voorgedragen of door de rechter ambtshalve is uitgesproken."
  13. De eiser heeft de thans aangevoerde nietigheid betreffende de afwezigheid van eedaflegging als getuige van D. B. niet voorgedragen voor de rechter en deze laatste heeft de nietigheid evenmin ambtshalve uitgesproken. De nietigheid is bijgevolg gedekt. Het middel kan niet leiden tot cassatie en is mitsdien niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 10 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080610.3 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980908.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.