← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080610.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080610.4 Rolnummer: P.08.0795.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2008-06-24 Raadplegingen: 488 - laatst gezien 2026-07-03 11:25 Versie(s): Vertaling FR Fiche Ingeval van herroeping van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht, bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank dat de periode die de eiser in beperkte detentie was of onder elektronisch toezicht stond, wordt afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidstraffen

(1).
(1)Zie Cass., 10 okt. 2007, AR P.07.1357.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071010.4, A.C., 2007, nr. ... Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Inrichting en dienst rechtbanken - Rechtbank van eerste aanleg - Strafuitvoeringsrechtbank Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Beperkte detentie of elektronisch toezicht - Herroeping - Vaststelling van het overblijvende gedeelte van de straf - Verplichting Wettelijke bepalingen: Wet - 17-05-2006 - Art. 68, § 5, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. P.08.0795.N Y S, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Els Leenknecht, advocaat bij de balie te Veurne. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent van 13 mei
  1. De eiser voert in een memorie twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  2. De memorie is ter griffie van het Hof ontvangen op 22 mei 2008, dit is buiten de termijn van vijf dagen bepaald bij artikel 97, § 1, tweede lid, Wet Strafuitvoering. Het cassatieberoep is immers ingesteld op 16 mei
  3. De memorie is laattijdig, mitsdien niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - Artikel 68, § 5, eerste lid, Wet Strafuitvoering:
  4. Artikel 68, § 5, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt: "Ingeval het een vonnis betreft tot herroeping van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht, bepaalt de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank dat de periode die de veroordeelde in beperkte detentie was of onder elektronisch toezicht stond, wordt afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen".
  5. Te dezen laat het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank, dat beslist tot herroeping van de beperkte detentie van de eiser, na te bepalen dat de periode die de veroordeelde in beperkte detentie was dient te worden afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen. In zoverre is de beslissing niet naar recht verantwoord. Omvang van de cassatie
  6. De grond van de hierna uit te spreken beslissing houdt geen verband met de redenen van het bestreden vonnis waarbij de beperkte detentie wordt herroepen maar vereist alleen een aanvulling van een leemte in deze uitspraak. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissing
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het nalaat uitspraak te doen over de periode van beperkte detentie, die moet worden afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige helft ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent, anders samengesteld. Begroot de kosten op 26,57 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 10 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080610.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071010.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100317.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230124.2N.7 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250211.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.