id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.2 Rolnummer: P.08.0256.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-01 Raadplegingen: 461 - laatst gezien 2026-07-03 10:20 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer de herstelvordering door het bevoegde bestuur werd ingediend vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, bij gebrek aan oprichting en goedkeuring van zijn huishoudelijk reglement, advies kon verlenen, is het op vrijwillig verzoek van de rechter door de Hoge Raad voor het Herstelbeleid verleende advies niet bindend, noch voor het bestuur, noch voor de rechter, zodat het niet eensluidend dient te zijn zo het bestuur in zijn vordering wil volharden en de rechter deze vordering wil toekennen.
(1).
(1)Gw. H., nr 31/2008, 28 feb. 2008, B.S. 18 april 2008 (Ed. 2), overweging B.8, colom 21.
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Herstelvordering - Vordering ingediend vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid advies kon verlenen - Advies verleend op vrijwillig verzoek van de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 198bis Fiche 2 Geen wetsbepaling vereist dat het bestuur om reden van een nadien uitgebracht andersluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, op aanvraag van de rechter met toepassing van artikel 198bis, tweede lid, Stedenbouwdecreet 1999, nogmaals zijn voordien ingestelde herstelvordering uitdrukkelijk zou motiveren. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Herstelvordering - Vordering ingediend vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid advies kon verlenen - Advies gevraagd op vrijwillig verzoek van de rechter - Andersluitend advies verleend door de Hoge Raad - Gevolg voor de voordien ingestelde herstelvordering Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 198bis Tekst van de beslissing Nr. P.08.0256.N F. G. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, aangesteld voor het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Werkhuisstraat 9, tussengekomen partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 5 januari 2007 en 4 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 149, § 1, en 198bis Stedenbouwdecreet 1999: net zoals artikel 149, § 1, vereist ook artikel 198bis dat het daarin bedoelde advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid "eensluidend" zou zijn. Bij een andersluidend advies van deze Hoge Raad kan het bestuur in zijn herstelvordering, die reeds bij de rechter aanhangig is, niet volharden. Bijgevolg willigen de appelrechters ten onrechte deze herstelvordering in.
- Artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt: "De bepalingen met betrekking tot het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, zoals bedoeld in artikel 149, § 1, en artikel 153, treden pas in werking nadat de Hoge Raad voor het Herstelbeleid is opgericht en het huishoudelijk reglement is goedgekeurd. De rechter kan ingediende vorderingen voor inbreuken die dateren van vóór (...) maar die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog voorleggen voor eensluidend advies aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid".
- Voornoemd artikel 198bis geldt als overgangsbepaling voor de herstelvordering die door het bevoegde bestuur werd ingediend nog vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, bij gebrek aan oprichting en goedkeuring van zijn huishoudelijk reglement, advies kon verlenen. Bijgevolg wordt in dit geval het voorafgaande onderzoek naar de opportuniteit van deze vordering geacht geheel door het vorderende bestuur te zijn gevoerd, en is een eensluidend advies van de Hoge Raad niet meer vereist. De omstandigheid dat de vordering reeds aanhangig is zonder eensluidend advies van de Hoge Raad, houdt in dat de herstelvorderende overheid evenmin verplicht is het vrijwillig door de rechter gevraagde advies te volgen.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat het op het verzoek van de rechter verleende advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid bindend is, zowel het bestuur als voor de rechter, en bijgevolg eensluidend dient te zijn zo dit bestuur in zijn vordering wil volharden en de rechter deze vordering wil toekennen, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel inzake de scheiding der machten: gelet op het andersluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid diende het bestuur de herstelvordering aanvullend te verantwoorden. Door dit zelf te doen met miskenning van de motiveringsplicht van het bestuur, stellen de appelrechters zich onwettig in de plaats van dit bestuur.
- Geen wetsbepaling vereist dat het bestuur om reden van een nadien uitgebracht andersluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, op aanvraag van de rechter met toepassing van artikel 198bis, tweede lid, Stedenbouwdecreet 1999, nogmaals zijn voordien ingediende herstelvordering uitdrukkelijk zou motiveren. Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
- Voor het overige beoordelen de appelrechters met de motieven die zij vermelden slechts de wettigheid van de herstelvordering, rekening houdend met het advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, zonder dat zij zich in de plaats stellen van het bestuur. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 94,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 17 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150403.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090421.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div