← België

ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.5 Rolnummer: P.08.0914.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-07-01 Raadplegingen: 528 - laatst gezien 2026-07-03 11:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De gegevens die het Europees aanhoudingsbevel krachtens artikel 2, § 4, van de Wet van 19 december 2003 moet bevatten, zijn niet op straffe van nietigheid voorgeschreven; zij dienen enkel tot voorlichting van de onderzoeksrechter die, rekening houdend met alle omstandigheden zoals vermeld in het aanhoudingsbevel en zoals voor hem aangevoerd door de betrokkene, slechts in de gevallen bij wet bepaald de tenuitvoerlegging ervan kan weigeren

(1)
(2). Zie: Cass., 26 mei 2004, AR P.04.0779.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040526.11, A.C., 2004, nr 287; Cass., 8 dec. 2004, AR P.04.1540.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041208.13, A.C., 2004, nr 601.
(2)Zie: Cass., 21 sept. 2005, A.R. P.05.1270.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050921.2, A.C., 2005, nr 450. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES Vrije woorden: Inhoud - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 2, §§ 4, 5, en 6 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 2 De omstandigheid dat niet alle telastleggingen woordelijk in het Europees aanhoudingsbevel zouden vermeld zijn, staat niet eraan in de weg dat de rechter het bestaan ervan aan de hand van de omschrijving van de feiten kan vaststellen, en dat hij wettig over de tenuitvoerlegging van dit aanhoudingsbevel kan oordelen. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES Vrije woorden: Inhoud - Vermelding van de telastleggingen - Vaststelling van de telastleggingen aan de hand van de omschrijving van de feiten Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 2, § 4 en 4 tot 8 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiche 3 De rechter die uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel vermag de wettigheid en de regelmatigheid ervan niet te beoordelen, maar alleen of de voorwaarden van de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 4 tot 8, van de Wet van 19 december 2003 zijn vervuld
(1).
(1)Zie: Cass., 21 sept. 2005, AR P.05.1270.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050921.2, A.C., 2005, nr
  1. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES Vrije woorden: Tenuitvoerlegging - Voorwaarden - Beoordelingsbevoegdheid van de rechter - Grenzen - Wettigheid - Regelmatigheid Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 2, § 4 en 4 tot 8 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.08.0914.N I - II S. S., alias S. S., persoon die het voorwerp uitmaakt van een Europees aanhoudingsbevel, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Mario Vandevelde, advocaat bij de balie van Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  3. Zowel de eiser als zijn raadsman hebben ieder afzonderlijk op 6 juni 2008 cassatieberoep ingesteld. Overeenkomstig artikel 438 Wetboek van Strafvordering is het laatst ingestelde cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 2, § 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel: ten onrechte beveelt het bestreden arrest de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel wegens verkrachting alhoewel dit bevel in het geheel niet vermeldt dat de eiser veroordeeld is voor verkrachting.
  5. Het middel preciseert niet waarin de schending zou bestaan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  6. Artikel 2, § 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat het Europees aanhoudingsbevel de omschrijving bevat van de omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, daaronder begrepen tijdstip en plaats, alsook van de mate waarin de gezochte persoon aan het misdrijf heeft deelgenomen.
  7. De gegevens die het Europees aanhoudingsbevel krachtens artikel 2, § 4, van voormelde wet moet bevatten, zijn niet op straffe van nietigheid voorgeschreven. Zij dienen enkel tot voorlichting van de onderzoeksrechter die, rekening houdend met alle omstandigheden zoals vermeld in het aanhoudingsbevel en zoals voor hem aangevoerd door de betrokkene, slechts in de gevallen bij wet bepaald de tenuitvoerlegging ervan kan weigeren.
  8. De omstandigheid dat niet alle telastleggingen woordelijk in het aanhoudingsbevel zouden vermeld zijn, staat niet eraan in de weg dat de rechter het bestaan ervan aan de hand van de omschrijving van de feiten kan vaststellen, en dat hij wettig over de tenuitvoerlegging van dit aanhoudingsbevel kan oordelen.
  9. Het Europees aanhoudingsbevel vermeldt het volgende: "de aanzienlijk onder invloed van alcohol staande veroordeelde dwong op 04/03/2003 samen met een andere mannelijke persoon het slachtoffer onder gebruik van geweld zich te ontkleden en verlangde van haar oraal verkeer met hem te hebben. Toen het slachtoffer zich kortstondig kon verwijderen, sloeg en schopte hij op haar in".
  10. Het bestreden arrest stelt vast dat de feiten van verkrachting van een meerderjarige strafbaar zijn overeenkomstig de Belgische en de Duitse wetgeving en de eiser bij vonnis van de rechtbank van Maagdenburg van 29 juli 2003 tot een gevangenisstraf van 2 jaar werd veroordeeld; dat derhalve aan het voorschrift van artikel 3 Wet Europees Aanhoudingsbevel en aan het bepaalde in artikel 5, § 1, van deze wet is voldaan.
  11. De rechter die uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel vermag de wettigheid en de regelmatigheid ervan niet te beoordelen, maar alleen of de voorwaarden van de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 4 tot 8 van de voormelde wet zijn vervuld.
  12. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing.
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 96,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 17 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040526.11 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041208.13 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050921.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090714.6 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101116.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.