id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.1 Rolnummer: P.08.0179.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Overige Invoerdatum: 2008-07-10 Raadplegingen: 474 - laatst gezien 2026-07-03 04:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999, houdt niet in dat aan de burgerlijke partij die het herstel in de oorspronkelijke staat ten laste van de beklaagde bekomt, geen dwangsom kan worden toegekend. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Vormen - Vorm en termijn van betekening en/ of neerlegging PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Herstelvordering van de burgerlijke partij - Dwangsom Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 149, § 1, en 150 Thesaurus CAS: DWANGSOM UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Vormen - Vorm en termijn van betekening en/ of neerlegging PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Stedenbouw - Herstel van plaats in de vorige staat - Herstelvordering van de burgerlijke partij Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 149, § 1, en 150 Fiche 3 Er bestaat geen verplichting voor de rechter om het voorafgaand advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid in te winnen voor herstelvorderingen die door de Stedenbouwkundig Inspecteur werden ingesteld vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid effectief haar bevoegdheden kon uitoefenen
(1).
(1)Zie: Cass., 5 sept. 2006, AR P.06.0475.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.3, A.C., 2006, nr 387; Cass., 5 sept. 2006, AR P.06.0543.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.1, A.C., 2006, nr 388; Cass., 5 juni 2007, AR P.06.0543.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.1, A.C., 2007, nr ...; Gw. H., nr 71/2007, 26 april 2007, B.S., 13 juni 2006, 32.
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Vormen - Vorm en termijn van betekening en/ of neerlegging PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Verordeningen - Stedenbouwkundige verordeningen Vrije woorden: Herstelvordering - Vordering ingediend vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid haar bevoegdheden kon uitoefenen - Inwinnen van voorafgaand advies door de rechter Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149, § 1, en 198bis Tekst van de beslissing Nr. P.08.0179.N I SCHELDELAND bvba, beklaagde, eiseres, II
- R. R. V. M., beklaagde,
- P. M. E. V., beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Tommy De Wulf, advocaat bij de balie te Gent, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Sofie Naeyaert, advocaat bij de balie te Gent, voormelde cassatieberoepen gericht tegen
- MILIEUFRONT OMER WATTEZ vzw, burgerlijke partij,
- GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR bevoegd voor de provincie Oost-Vlaanderen, eiser tot herstel. verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 december
- De eiseres I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. De eisers II voeren in een memorie eveneens vier gelijkluidende middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149, § 1, en 150 Stedenbouwdecreet 1999: op vordering van de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur en van de burgerlijke partij spreken de appelrechters een verschillende herstelmaatregel uit en koppelen die aan de verbeurte van een verschillende dwangsom.
- Anders dan het middel aanvoert, bevelen de appelrechters op vordering van de eerste verweerster, burgerlijke partij, geen herstelmaatregel die afwijkt van het door de tweede verweerder, eiser tot herstel, bekomen herstel. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 houdt niet in dat aan de burgerlijke partij die het herstel in de oorspronkelijke staat ten laste van de beklaagde bekomt, geen dwangsom kan worden toegekend. In zoverre faalt het middel naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 149 Grondwet: de appelrechters bevelen de verwijdering van de verhardingen alhoewel de eisers voor deze telastlegging werden vrijgesproken.
- In randnummer 9.4 stelt het bestreden arrest vast dat de verhardingen bestaan, onafscheidelijk van eerder achtergelaten bouwafval, uit steenslag en steengruis dat wederrechtelijk werd opgeslagen in de onderscheiden periodes vermeld in de bewezen verklaarde telastleggingen. Het middel dat opkomt tegen die feitelijke beoordeling is niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1 en 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de eerste verweerster persoonlijke schade heeft geleden alhoewel het door haar ingeroepen belang een collectief belang vormt dat geen persoonlijke schade kan vormen.
- De appelrechters oordelen dat de eerste verweerster ook materiële schade heeft geleden door allerlei kosten die noodzakelijk waren om te trachten een einde te stellen aan de schadeverwekkende toestand en haar aanspraken in rechte te doen gelden. Het middel, dat daartegen niet opkomt, kan niet tot cassatie leiden, en is mitsdien niet ontvankelijk. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 149, § 1 en 198bis, tweede lid, Stedenbouwdecreet 1999 alsook van de artikelen 10 en 11 Grondwet: het bestreden arrest oordeelt met toepassing van artikel 198bis geen voorafgaand advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid te moeten inwinnen alhoewel sinds het arrest nr. 14/2005 van 19 januari 2005 van het Grondwettelijk Hof de verplichting tot het inwinnen van dit advies overeenkomstig artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 van algemene toepassing is; er anders over oordelen leidt tot een grondwettelijk niet te verantwoorden onderscheid.
- Anders dan het middel aanvoert, bestaat geen verplichting voor de rechter om voormeld advies in te winnen voor herstelvorderingen die door de Stedenbouwkundig Inspecteur werden ingesteld vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid effectief haar bevoegdheden kon uitoefenen. Bij arrest nr. 71/2007 van 26 april 2007 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999 aldus de artikelen 10 en 11 Grondwet niet schendt. Het middel faalt naar recht. De voorgestelde prejudiciële vraag wordt niet gesteld. Prejudiciële vragen met betrekking tot de memorie van antwoord van de burgerlijke partij
- Als gevolg aan de memorie van antwoord van de eerste verweerster verzoekt de eiseres I om de volgende prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof te stellen : "Schendt artikel 420bis Sv. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in die zin dat indien er een memorie van antwoord door de verwerende partij in een cassatieprocedure wordt neergelegd binnen de termijnen zoals voorzien in artikel 420bis Sv. de eisende partij op deze memorie van antwoord kan antwoorden door middel van een memorie van wederantwoord en dat indien de verwerende partij een memorie van antwoord neerlegt in een cassatieprocedure terwijl de termijnen van artikel 420bis Sv. reeds verstreken zijn, de eisende partij niet meer kan antwoorden op deze memorie van antwoord door middel van een memorie van wederantwoord." "Schendt artikel 420bis Sv. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in die zin dat artikel 1107 Ger.W. aan elke partij in een cassatieprocedure de mogelijkheid biedt om te antwoorden op een schriftelijke of mondelinge conclusie van het Openbaar Ministerie terwijl de eisende partij niet meer kan antwoorden op een memorie van antwoord van de verwerende partij in een cassatieprocedure die buiten de termijnen van artikel 420bis Sv. wordt neergelegd."
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eiseres I een noot van wederantwoord heeft neergelegd in repliek op de memorie van antwoord van de eerste verweerster. De vraag naar de eventuele niet-ontvankelijkheid van een dergelijke noot met toepassing van artikel 420bis Wetboek van Strafvordering rijst hier niet; bijgevolg is elke prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof naar een beweerde ongelijke behandeling volgend uit dergelijke niet-ontvankelijkheidsverklaring zonder voorwerp. De aangevoerde ongelijke behandeling kan de eiseres niet grieven, zodat de prejudiciële vragen niet hoeven te worden gesteld. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 143,42 euro waarvan op elk cassatieberoep 71,71 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Etienne Goethals, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 24 juni 2008 uitgesproken door raadsheer Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.3 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div