id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.3 Rolnummer: P.08.0967.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-07-10 Raadplegingen: 593 - laatst gezien 2026-07-03 10:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De bepaling van artikel 4, 5°, Wet Europees aanhoudingsbevel houdt een weigeringsgrond in met betrekking tot het bestaan van ernstige redenen op grond van concrete elementen dat de uitvaardigende staat van het Europees aanhoudingsbevel de fundamentele rechten van de betrokken persoon in gevaar zou brengen
(1).
(1)Cass., 27 juni 2007, AR P.07.0867.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070627.5, A.C., 2007, nr. .... Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES Vrije woorden: Artikel 4, 5°, Wet Europees aanhoudingsbevel - Weigeringsgrond Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Draagwijdte van de weigeringsgrond van artikel 4, 5°, Wet Europees aanhoudingsbevel Fiche 3 Geen wetsbepaling vereist dat als het proces-verbaal van de rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling melding maakt van de neerlegging van een conclusie, deze neerlegging nogmaals zou worden vermeld in de uitspraak
(1).
(1)Zie Cass., 2 april 2003, AR P.03.0446.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.5, A.C., 2003, nr. 223; 7 april 2004, AR P.04.0260.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040407.5, A.C., 2004, nr.
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Melding van de neerlegging van een conclusie Tekst van de beslissing Nr. P.08.0967.N G. M. Z., persoon die het voorwerp uitmaakt van een Europees aanhoudingsbevel, eiser, met als raadsman mr. Godfried De Smedt, advocaat bij de balie van Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 juni
- De eiser voert in een meorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 4,5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel: de appelrechters oordelen ten onrechte dat artikel 6 EVRM niet van toepassing is op de onderzoeksgerechten die zich uitspreken over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, ofschoon voormelde wetsbepaling uitdrukkelijk naar de toepassing van dit artikel verwijst.
- Artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: "De tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel wordt in volgende gevallen geweigerd : (...) ingeval ernstige redenen bestaan te denken dat de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden bevestigd door artikel 6 van het Verdrag van de Europese Unie".
- Door te oordelen dat artikel 6 EVRM niet van toepassing is op de onderzoeksgerechten die zich uitspreken over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel schenden de appelrechters artikel 4.5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel niet. Deze bepaling houdt immers een weigeringsgrond in met betrekking tot het bestaan van ernstige redenen op grond van concrete elementen dat de uitvaardigende staat de fundamentele rechten van de betrokken persoon in gevaar zou brengen. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden arrest maakt geen melding van de conclusie van de eiser en beantwoordt niet eisers grief dat ten gevolge van het aangetekende verzet het Europees aanhoudingsbevel zelf geen grond meer heeft, en aldus nietig is.
- Het proces-verbaal van de rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling maakt melding van de neerlegging van een conclusie voor de eiser. Artikel 149 Grondwet noch enige andere wetsbepaling vereisen dat deze neerlegging nogmaals melding zou worden vermeld in de uitspraak. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Voor het overige oordelen de appelrechters eensdeels, dat het hen enkel toekomt de wettelijke verificaties te verrichten zoals door de wet opgelegd, anderdeels "dat niet blijkt dat het ingestelde verzet reeds ontvankelijk zou zijn verklaard, zodat het buitenlands veroordelend vonnis vooralsnog niet voor onbestaande vermag te worden gehouden, te meer de [eiser] ter terechtzitting via zijn raadsman verklaarde dat de zaak op verzet pas op 3 september 2008 wordt behandeld". Zij beantwoorden aldus eisers conclusie. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 24 juni 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.5 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040407.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070627.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091104.1 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091125.1 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121120.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div